Standbeeld voor Hitler in de Hitlerstraat

Sandew Hira, 2-2-2018

De discussie over de verandering van koloniale namen in de publieke ruimte en het neerhalen van standbeelden heeft weer laten zien hoe het mechanisme van kolonisatie van de geest werkt.

Het begint met gezond verstand. Je ziet een standbeeld van Hitler in een straat die heet Hitlerstraat. Je denkt: “Hé, waarom eren ze Hitler met een straatnaam en een standbeeld?” Hitler staat toch bekend als een massa-moordenaar? Dus sta je op en roept: “Mensen, we moeten de straatnaam veranderen en het beeld weghalen. Je kunt een misdadiger niet eren?”

En dan staat een massa witte deskundigen en house negroes op die in koor roepen: “Hoezo straatnamen veranderen en standbeelden weghalen? Dan doen we niet!” Het gezond verstand verdwijnt en maakt plaats voor drogredeneringen en koloniale discussietechnieken. Laten we ze stuk voor stuk analyseren

Techniek 1: verschuif het ontwerp van de discussie

CDA-leider Sybrand Buma zegt: ”Alsof je door beelden omver te werpen en namen uit te wissen een beter mens wordt.”

Inderdaad, de discussie gaat nu over de vraag: hoe wordt ik een beter mens? Ja, dan kan inderdaad op verschillende andere manieren. En daar kun je eindelijk over discussiëren.

Overigens zou je ook nog de vraag kunnen beantwoorden: zou een standbeeld van Hitler neerhalen je een beter mens maken? Buma vindt van niet.

Techniek 2: Marginaliseer de initiatiefnemers: een kleine groep

VVD-fractieleider Klaas Dijkhof in de Tweede kamer zegt dat het om een kleine groep gaat en kleine groepen horen in de Nederlandse samenleving geen stem te hebben en mogen ook niet gehoord worden. Een kleine groep vrouwen hebben aan het begin van de 20ste eeuw gestreden voor vrouwenkiesrecht. Als we Dijkhof’s redenering zouden toepassen in die tijd dat zouden nu moeten stellen dat deze vrouwen geen rechtvaardige strijd voeren omdat het om een kleine groep ging die de strijd aanbond.

Techniek 3: Criminaliseer de initiatiefnemers: val hun karakter aan, niet hun ideeën

Dijkhof spreekt over “georganiseerde gekwetstheid en slachtofferschap”. Mensen die nooit iets gevoeld hebben bij het beeld van Hitler voelen, roepen ineens schande. Dat betekent dat deze mensen niet integer zijn. Hij valt hun karakter aan. Ze zijn niet oprecht. Daarom is alles wat ze doen verkeerd. Stel je voor dat iemand dat zou zeggen over Joden, die de misdaden van Hitler aan de kaak willen stellen: georganiseerde gekwetstheid en slachtofferschap. Wat zou je daarvan vinden?

Techniek 4: maak een absurde vernieuwing in de methode van het geschiedenisonderwijs

Een nieuw argument: beelden en straatnamen is een vorm van geschiedenisonderwijs. Als we ze veranderen, dan tasten we het geschiedenisonderwijs aan.

Sinds wanneer wordt geschiedenisonderwijs gegeven via straatnamen en standbeelden? Normaal wordt geschiedenisonderwijs gegeven op scholen, niet op pleinen, straten of tunnels. Voer een absurde vernieuwing in. Begint een geschiedenisles als volgt: “Nou kinderen, vandaag gaan we jullie vertellen over Hitler. We maken een beeld van klei van Hitler en een naambord. Dan gaan we op het schoolplein. We zetten het beeld neer en noemen onze schoolplein Hitlerplein.” En dit doen we als een vorm van vernieuwing van het geschiedenisonderwijs.

Techniek 5: Nuance versus moraliteit: er zijn twee kanten van het verhaal

Vermijd een inhoudelijke discussie over wat Hitler heeft gedaan. Maar als je niet anders kant, gebruik het argument van de nuance. De wereld is niet zwart-wit, maar heeft grijstinten. Er is niet één verhaal. Er zijn verschillende kanten aan een verhaal. We moeten niet éénzijdig zijn. Toegegeven, Hitler heeft slechte dingen gedaan, maar hij heeft ook goede dingen gedaan. Deze techniek stelt je in staat om moraliteit te verbergen achter rationaliteit. Je doet alsof het niet een kwestie van morele keuzen die je maakt om Hitler te eren, maar om een kwestie van algemene rationaliteit in een discussie: het gaat om nuanceringen in plaats van moraliteit. Daardoor verschuif je de discussie over de feiten van de misdaden van Hitler, naar algemene discussies over kennisproductie.

Feminisme als instrument van racisme: DTM en Boef

Sandew Hira, 5-1-2017

Het is weer zover. De media gaan weer los op mensen van kleur. En daarbij gebruiken ze een oude techniek die we in Decolonizing The Mind (DTM) noemen “breng beschaving aan de barbaren” (civilizing the barbarian). In die techniek wordt de superioriteit van de witte beschaving tegen de inferioriteit van de niet-witte beschaving weer eens benadrukt. Het gaat om de kwestie Boef, artiestennaam van Sofiane Boussaadia. Boef is een apolitieke rapper waarvan je duizend in een dozijn hebt en die net als veel apolitieke rappers sexistische teksten in hun raps hebben. Dat maakt hem succesvol in het apolitieke culturele klimaat van jongeren. Zijn video’s trekken miljoenen views op YouTube. Hij treed op op grote festivals.

Op Nieuwjaarsdag 2018 kreeg hij van een aantal jonge vrouwen een lift toen hij met een lekke band kwam te staan. Hij noemde ze vervolgens in een videoblog kechs (hoeren).

Ach, zou je denken. Wat is daar nou zo bijzonder aan.

Cabaterier Hans Teeuwen roept trots: “Alle vrouwen zijn kuthoeren.” Zijn collega Youp van ’t Hek schreef een gedicht die hij met verve voordraagt en als titel heeft “Vuile vieze tering hoer.”

Maar Boef is anders behandeld dat deze cabaretiers. Ninke Dej, columniste van vrouwenblad Viva haalde met instemming Teeuwen aan: Want, zoals Hans Teeuwen al zei: Alle vrouwen zijn KUTHOEREN. Vrouwen geven altijd af op nieuwe vriendinnen van exen, of ex- vriendinnen van nieuwe liefdes.”[1]

De website Cabaret op het net publiceert het gedicht van Van ’t Hek met de beschrijving: “Youp van ’t Hek met het mooiste liefdesgedicht, uit de voorstelling Scherven (1997).”[2]

Bij Boef ging het anders. Popfestival Paaspop in Schijndel zegt hem af. Muziekfestival Muze Misse wil hem niet meer hebben. GOfun Partyvakanties van reisorganisatie Corendon, die vakanties organiseert naar Chersonissos (Griekenland), Sunny Beach (Bulgarije) en Lloret de Mar (Spanje) hebben de samenwerking met Boef opgezegd. Hij zou daar optreden.

Media, columnisten en intersectionele activisten buitelen over elkaar om Boef te veroordelen vanwege zijn sexistische uitlatingen. Er is een ware media-hype om Boef te veroordelen.

Hoe moeten we het verschil verklaren tussen de veroordeling van Boef en de lof voor Teeuwen en Van ’t Hek voor hetzelfde gedrag? Het antwoord moeten we zoeken in de DTM analyse van het mechanisme “breng beschaving aan de barbaren” en de rol van het feminisme daarin.

Boef is het prototype van de moslimbarbaar, de vrouwenhater. Dat wordt zo letterlijk gezegd, maar de hype vindt plaats tegen de achtergrond van een klimaat waarin moslims sinds Pim Fortuyn neergezet worden als achterlijk en de meeste politieke partijen met de PVV voorop pleiten voor de bescherming van Nederlandse waarden als feminisme tegen de oprukkende achterlijke beschaving uit het oosten.

Door Boef aan de schandpaal te nagelen en Teeuwen en Van ’t Hek op te hemelen wordt het verschil gemaakt tussen de barbaar die vrouwenhaat en Nederlandse cabaretiers die groffe, maar leuke grappen maken over vrouwen. Feminisme is hierdoor een instrument geworden van racisme door haar selectieve toepassing. Feminisme is een vlag geworden van het Westen dat zich als doel heeft gesteld om barbaren beschaving bij te brengen. Feminisme was de vlag waaronder de oorlog in Afghanistan is gevoerd om Afghaanse vrouwen te bevrijden van de achterlijke Taliban.

En veel feministen lenen zich voor deze vorm van racisme. Ze zwijgen over het racistisch karakter van dit feminisme en sluiten zich maar al te graag aan bij het koloniale koor van de Westerse beschaving. Intersectionalisten hebben moeite om kleur te bekennen. Als feminisme een instrument is van racisme, wat is dan nog de zin van intersectionaliteit die ervan uitgaan dat dat onmogelijk is? Immers, feminisme en racisme versterken elkaar en kunnen nooit in conflict zijn met elkaar. Maar als de praktijk anders uitwijst, wat doe je dan nog als intersectionalist? Blijft je deel van het koloniale koor, of neem je stelling nemen tegen racisme en leg je uit waarom er een verschil is in de media-hype tussen Boef en de witte cabaretiers?

De hypocrisie van het feminisme komt op het wereldtoneel pijnlijk tot uiting in de manier waarom feministen reageren op Malala Yousafzai, die op 15-jarige leeftijd door de Taliban door het hoofd werd geschoten en de 16-jarige Palestijnse verzetstrijdster Ahed Tamimi die door Israel werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid. Malala kreeg de steun van feministen van hoog tot laag. Tamimi wordt doodgezwegen.

DTM leert ons waarom dit zo is: feminisme is het oude verhaal van het brengen van beschaving aan de barbaren in een nieuw jasje van vrouwenbevrijding.

[1] https://www.viva.nl/nynke/alle-vrouwen-zijn/

[2] http://cabaretophetnet.nl/youp-van-t-hek/youp-van-t-hek-liefdesgedicht/.

Na Dokkum: hoe verder?

Sandew Hira, 8-12-2017

Een nieuwe fase

Dit jaar heeft een onthutsende ervaring opgeleverd voor veel activisten die strijden tegen institutioneel racisme in de vorm van Zwarte Piet. De blokkade op de snelweg naar Dokkum, de intimidatie van Sylvana Simons door PVV Pieten die naar haar huis gingen, PVV Pieten die een school in Utrecht binnendringen die geen Zwarte Pieten heeft op haar Sinterklaasviering. Dat zijn allemaal tekenen dat we een nieuwe fase ingaan in de strijd tegen Zwarte Piet.

Wat is het belangrijkste kenmerk van deze fase? Dat is het vraagstuk van initiatief.

Het initiatief in de strijd tegen Zwarte Piet lag tot nu toe bij de activisten tegen racisme: demonstraties tijdens de landelijke intocht, bijeenkomsten, allerlei acties etc. Daar reageerde de rest van de samenleving op: talkshows, inbelprogramma’s, sociale media etc.

De strijd tegen Zwarte Piet is geïnitieerd vanuit de Afro-gemeenschap. Maar de link met institutioneel racisme maakt dat andere gemeenschappen van kleur voelen dat dit ook over hen gaat. Op werk, in familie- of andere sociale verbanden staat het ter discussie. Mensen van kleur met een onbevangen geest kiezen vanuit dat gevoel en de link naar racisme voor de strijd tegen Zwarte Piet. Mensen van kleur – inclusief Afro’s – met een gekoloniseerde geest voelen zich steeds meer onder druk om hun witte meesters te verdedigen, en met steeds meer ongemak. In de witte gemeenschap is er een breuk opgetreden tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Een toenemend deel van de witte gemeenschap spreekt zich uit tegen Zwarte Piet.

Reeds voor Dokkum trad er een verandering op. Dat deel van de witte gemeenschap dat tegen Zwarte Piet is, raakt meer en meer geradikaliseerd. De NTR die in het begin twijfelde in haar opstelling, radikaliseert: Willemijn Francissen, mediadirecteur van de NTR“We laten onze oren niet hangen naar welke extreme groep dan ook… Maar we weten allemaal dat je zwart wordt als je door een schoorsteen gaat en dat is wat Pieten doen. Bij ons is zwart geen huidskleur, maar roet… Die hele discussie heeft het voor best veel mensen bijna verpest, ook voor programmamedewerkers.” Alle argumenten over de schoorsteen worden nu zonder pardon terzijde geschoven. De twijfel is omgeslagen naar radikalisatie.

Met Dokkum hebben de PVV-Pieten het initiatief naar zich toegetrokken. PVV-Pieten zijn extreem-rechtse pro-Zwarte Piet activisten die de radikale lijn van de PVV nu uitdragen in de Zwarte Piet discussie. De witte fundamentalisten van de PVV dwingen de samenleving om te kiezen voor racisme en islamofobie. De PVV-Pieten dwingen de samenleving om expliciet te kiezen voor het behoud van Zwarte Piet. En die dwang oefenen ze uit door het initiatief in de acties naar zich toe te trekken. Ze gaan niet meer reageren op anti-Zwarte Piet activisten. Ze gaan de activisten desnoods met geweld dwingen om te reageren op hen, en daarmee de rest van de samenleving voor het blok te zetten: kies voor of tegen Zwarte Piet.

En dit is de belangrijkste les van Dokkum: als je dat doet, dan is de kans op succes groter dan als je eeuwig blijft doordiscussiëren over wel of geen Zwarte Piet. Blokkeer de snelweg. Intimideer Sylvana Simons openlijk voor haar deur. Dring ongevraagd een school binnen. En kijk dan hoe de samenleving reageert. Niet de gekleurde samenleving, maar de witte. En wat blijkt? Die witte samenleving toont begrip voor hun acties!

De politie keuvel 45 minuten lang op de snelweg met de PVV-Pieten in plaats van ze te arresteren. Jeroen Pauw steekt actievoerdster Jenny Douwes een hart onder de riem: “Trek je niets aan van mensen die zeggen dat je extreem-rechts bent”. Inderdaad, Jenny Douwes is niet extreem-rechts. Ze is gewoon extreem.

Premier Rutte toont begrip. Ministers tonen begrip. De groep twijfelaars wordt minder. De groep die hun mind opmaakt om voor Zwarte Piet te zijn wordt groter. De PVV-Pieten worden radikaler.

De Amerikaanse discussie over geweld(loosheid)

Het is belangrijk om lessen te trekken uit de geschiedenis van de strijd tegen racisme over de hele wereld. De lessen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging zijn relevant voor Nederland, omdat de Afro bevolking in de VS een kleine minderheid is (10%). De Afro bevolking van Nederland is zelfs nog kleiner, amper 3%.

De situatie in de VS was nog erger: daar was apartheid vastgelegd in de wet. De inzet was de afschaffing van apartheid. De witte fundamentalisten waren zeer gewelddadig: het vermoorden van zwarte activisten was deel van hun strategie.

In Amerika heeft een discussie plaatsgevonden over het gebruik van geweld in de strijd tegen apartheid. Grofweg had je twee stromingen, die tegen elkaar werden gesteld, maar vanuit een bepaalde optiek ook als aanvullend kunnen worden beschouwd.

De lijn van Martin Luther King was geweldloos verzet. King was naar India gegaan om te leren van de methoden van de beweging van Gandhi in de strijd tegen de Britse bezetting van India. Zijn activisten werden getraind door activisten van Gandhi. Die training was niet mals.

Een principe van geweldloos verzet is dat je slagen incasseert van de tegenpartij zonder dat je terugslaat. Dat is onnatuurlijk. Als iemand je slaat, is je natuurlijke reactie dat je je verweert: dekken en zo nodig terugslaan. De training is fysiek en geestelijk. Hoe zou je met je lichaam en je geest moeten reageren op geweld?

Een onderbouwing van deze strategie door King was het argument van demografie: de Afro’s vormen zo een kleine minderheid (10%) dat de strijd onmogelijk gewonnen kan worden door geweld. De minderheid moet allianties vormen met delen van de witte gemeenschap en zo breuken forceren die kunnen leiden tot de val van het systeem. Wat is dan het alternatief voor gewelddadige verzet? Geweldloos verzet.

De lijn die door Malcolm X en later door de Black Panthers werd uitgedragen was die van gewapende zelfverdediging. Let wel, het ging hier niet om gewapende strijd zoals in de bevrijding van koloniën in Afrika of Azië. Het was niet een gewapende strijd, een strijd die gewonnen moest worden door uiteindelijk een oorlog te voeren met wapens. Het ging om het opeisen van het recht om de zwarte gemeenschap te verdedigen tegen geweld waar de politie het liet afweten of zelfs meewerkte met witte racisten.

De Nederlandse discussie over strategie

Onder anti Zwarte Piet activisten worden deze discussies ook gevoerd. Moeten de activisten bij een volgende intocht hun eigen ordedienst meenemen om de demonstranten te beschermen? Wat doe je de volgende keer als je bus op de snelweg wordt gestopt? Moeten eigen auto’s voor de bus rijden en van daaruit een mogelijke blokkade opheffen? Moet je überhaupt gaan demonstreren bij de intocht als de demonstranten fysiek gevaar lopen?

Ik ben een voorstander van geweldloos verzet om verschillende redenen. Het demografisch argument is ook in Nederland een sterk argument. Met alle mensen van kleur zijn we nog een kleine minderheid in deze samenleving. Wil je fundamentele veranderingen doorvoeren dan heb je belangrijke delen van de witte gemeenschap nodig.

Een tweede argument is dat geweldloos verzet de gemeenschappen van kleur die de voorhoede zal zijn in deze strijd, gaat verbinden. Het overgrote deel van de mensen van kleur is niet gewelddadig en is instinctief voor het oplossen van problemen via dialoog en verzoening. Gewelddadige acties zal de gemeenschap scherp verdelen in voor- en tegenstanders van geweld en grote groepen ervan weerhouden om in verzet te gaan.

Geweldloos verzet zal meer mensen in verzet brengen en daardoor de strijd verbreden.

Tot nu toe is geweldloos verzet vorm gegeven in demonstraties tijdens de intocht. Welke andere vormen zijn denkbaar? Dit moet een kwestie zijn van openbare discussie in onze gemeenschappen.

Het organisatievraagstuk

Tenslotte zal het organisatievraagstuk bij de kop moeten worden genomen. Er moet een initiatief komen voor een brede conferentie over een antwoord op witte fundamentalisten en PVV-Pieten en een coherente strategie over geweldloos verzet. De voorbereiding van de conferentie is minstens zo belangrijk als de uitvoering. Het moet een conferentie zijn die de traditionele activistenvergaderingen ontstijgt en mensen een podium geeft die met elkaar van mening verschillen. We moeten leren dat activisten met verschillende meningen en strategieën het normaal vinden om respectvol met elkaar in discussie te gaan in plaats van elkaar op Facebook af te maken. Eenheid in en verbreding van de strijd is meer dan ooit belangrijk om het initiatief terug te halen.

 

Otto Huiswoud, Marcus Garvey en Anton de Kom

Inleiding

In een lezenswaardig artikel over de zoektocht naar de verborgen zwarte geschiedenis van verzet is Mitchell Esajas ingegaan op het opmerkelijk verhaal van Otto Huiswoud en zijn partner Hermien. Dat artikel is het uitgangspunt voor deze bijdrage. Esajas behandelt een debat tussen Marcus Garvey en Otto Huiswoud over de relatie tussen ras en klasse, waarbij Garvey het belang van ras benadrukte en Huiswoud het belang van klasse. Aan het eind van zijn artikel stelt Esajas de vraag: “Wie had gelijk vanuit historisch perspectief, Garvey, Huiswoud of zat er in elk van hun visies een kern van waarheid?”

Deze bijdrage gaat in op die vraag, en nog verder.

Sociaal-democraten en communisten

Het marxisme heeft lange tijd een enorme aantrekkingskracht op anti-koloniale activisten over de hele wereld. De Russische revolutie van 1917 was een inspiratiebron voor veel strijders tegen het kolonialisme.

Ho Chi Min (1890-1969), de leider van de Vietnamese revolutie, vertolkte de gevoelens van anti-koloniale activisten na de overwinning van de Russische arbeiders en boeren op kapitalisme en feodale overblijfselen in Rusland. Zijn autobiografisch verhaal is het verhaal van veel activisten uit de gekoloniseerde wereld. Net als Huiswoud en veel andere activisten vertrok Ho Chi Min uit zijn gekoloniseerde geboorteland naar de Westerse metropool waar hij werkte in allerlei baantjes. Als activist verspreidde hij pamfletten om de misdaden van de Fransen in Vietnam aan de kaak te stellen. De Russische revolutie was een enorme opsteker voor hem: “At that time, I supported the October Revolution only instinctively, not yet grasping all its historic importance. I loved and admired Lenin because he was a great patriot who liberated his compatriots; until then, I had read none of his books.” [1]

De Russische revolutie leidde tot een splitsing in de internationale socialistische beweging, die tot dat toe verenigd was in de Tweede Internationale. Twee stromingen stonden tegenover elkaar: de sociaal-democraten en de communisten.

Ze hadden verschillen op een breed aantal terreinen, o.a.:

  • Kapitalisme: de sociaal-democraten wilden het kapitalisme hervormen, de communisten wilden het afschaffen en een planeconomie vestigen.
  • Strategie en strijdmethode: de sociaal-democraten willen het parlement gebruiken om het kapitalisme te hervormen, de communisten wilden een revolutie organiseren om de parlementaire democratie te vervangen door arbeiders- en boerenraden.
  • Partij-organisatie: de sociaal-democraten wilden een partijorganisatie opbouwen om verkiezingen te winnen voor een parlement, de communisten wilden een strijdbare voorhoede-organisatie die een gewapende revolutie kon leiden om een nieuw politiek systeem te vestigen.
  • Internationaal: de sociaal-democraten waren internationaal verenigd in de Tweede Internationale, de communisten wilden een Derde Internationale oprichten.

De “koloniale” en “neger” kwesties

Op het punt van de koloniën was het verschil ook groot. De sociaal-democraten wilden het behoud van de koloniën, de communisten wilde de bevrijding van de koloniën.

Na de Russische revolutie woedde de discussies in veel socialistische partijen over de twee lijnen. Ho Chi Min vertelt hierover: “Heated discussions were … taking place in the branches of the Socialist Party about the question whether the Socialist Party should remain in the Second International: should a Two and a Half International be founded or should the Socialist Party join Lenin’s Third International? I attended the meetings regularly, twice or thrice a week, and attentively listened to the discussion. First, I could not understand thoroughly. Why were the discussions so heated? Either with the Second, Two and a Half or Third International, the revolution could be waged. What was the use of arguing? As for the First International, what had become of it? What I wanted most to know – and this precisely was not debated in the meetings – was: which International sides with the peoples of colonial countries? I raised this question – the most important in my opinion – in a meeting. Some comrades answered: It is the Third, not the Second International. And a comrade gave me Lenin’s ‘Thesis on the national and colonial questions’ published by l’Humanité to read. There were political terms difficult to understand in this thesis. But by reading it again and again, finally I could grasp the main part of it. What emotion, enthusiasm, clear-sightedness and confidence it instilled into me! I wept for joy. Though sitting alone in my room, I shouted out aloud as if addressing large crowds: ‘Dear martyrs, compatriots! This is what we need, this is the path to our liberation!’. After that I had entire confidence in Lenin, in the Third International.”[2]

De kennismaking van veel activisten uit de koloniën met socialisme en communisme was niet via the Marxistische theorie, maar via de anti-koloniale praktijk, zoals het voorbeeld van Ho Chi Min aangeeft.

Een belangrijke discussie in de internationale socialistische beweging was de discussie op het tweede congres van de Derde Internationale over de zogenaamde stellingen over de nationale en koloniale kwesties in 1920, waar Ho Chi Min naar refereert. Een belangrijke conclusie was dat All communist parties must support by action the revolutionary liberation movements in these countries. The form which this support shall take should be discussed with the communist party of the country in question, if there is one. This obligation refers in the first place to the active support of the workers in that country on which the backward nation is financially, or as a colony, dependent.”[3]

De communisten moesten dus alle steun geven aan de nationale bevrijdingsbewegingen in de koloniën, vooral de communisten in de landen van de kolonisator. Deze stelling kon rekenen op sympathie bij veel activisten uit de koloniën voor de Russische revolutie en het communisme.

De stellingen over de nationale en koloniale kwesties ging over de koloniën. Maar hoe zat het met het rassenvraagstuk in Amerika? Het vierde congres van de Communistische Internationale nam in 1924 een resolutie aan die door Otto Huiswoud (1893-1961) was gepresenteerd onder de naam Billings. Daarin gaf hij een toepassing van de stellingen over de nationale en koloniale kwesties op de zogenaamde “Negro Question”. De eerste twee van de vier stellingen luiden als volgt:

“1. The fourth congress recognizes the necessity of supporting every form of the Negro movement which undermines or weakens capitalism, or hampers its further penetration.

  1. The Communist International will fight for the equality of the white and black races, for equal wages and equal political and social rights.”[4]

Huiswoud had een economische benadering van het “rassenvraagstuk” geheel in lijn met de Marxistische klassenanalyse.

Het is al een opmerkelijke prestatie voor een jongeman uit een Nederlandse kolonie zonder enige intellectueel klimaat om naar Amerika te gaan, daar een leidende figuur te worden in de Amerikaanse communistische beweging en ook nog eens de indiener te zijn op het congres van de Derde Internationale, die toen heel prestigieus was. In veel boeken over de geschiedenis van de Amerikaanse socialistische beweging komt hij prominent voor.

Alleen al om deze reden verdient Huiswoud onze respect en waardering.

Zijn verdiensten lag vooral op het vlak van organisatie. Op het gebied van de Marxistische theorievorming heeft hij geen bijdrage geleverd.

Zwarte marxisten en anti-kolonialisten

Dat is anders voor veel zwarte marxisten uit het Carïbisch gebied. In zijn boek “Black Marxism. The making of the black radical tradition” behandelt Cedric Robinson bijdragen van Marxisten als W.E.B. Du Bois en C.L.R. James.[5] Du Bois is bekend vanwege zijn analyses van de geschiedenis van Zwarten in Amerika en het pan-Africanism. C.L.R. James is ook een grote naam, niet alleen vanwege zijn geweldige analyse van de Haïtiaanse revolutie in The Black Jacobins, maar ook vanwege zijn bijdragen aan de Marxistische theorie (staatskapitalisme, hegeliaanse dialectiek).

Maar er zijn meer zwarte Marxisten, nota bene uit het Caribisch gebied. Oliver Cox – net als C.L.R. James geboren in Trinidad – schreef een monumentaal werk over de relatie tussen ras, klasse en kaste.[6] Daarin probeert hij de marxistische filosofie (historisch materialisme) toe te passen op de relatie tussen ras, klasse en kaste.

Deze marxisten probeerden vanuit de marxistische theorie greep te krijgen op het verschijnsel racisme.

Huiswoud zit helaas niet in dit rijtje.

Het Caribisch gebied leverde wel zwarte denkers die buiten de marxistische theorie analyses leverden over racisme en kolonialisme, maar wel met grote sympathie voor het marxisme. Frantz Fanon is een voorbeeld. Fanon heeft de psychologische effecten van racisme en kolonialisme gefileerd in zijn meesterwerken “Zwarte Huid, Blanke Maskers” en “De verworpenen der aarde”.

Anton de Kom ligt dichter aan tegen Fanon en C.L.R. James. De Kom verkeerde in Nederland in communistische en anti-imperialistische kringen. Hij zag de psychologische effecten van racisme en kolonialisme in Suriname in de wijze waarop haar geschiedenis is vervalst. Hij legt bloot hoe geschiedschrijving de koloniale geest vormt. En net als James heeft hij ook daadwerkelijk met succes gepoogd om de geschiedenis te herschrijven in zijn boek “Wij Slaven van Suriname”. Die bijdrage heeft een enorme impact gehad op veel anti-koloniale activisten in en uit Suriname.

Dekoloniale denkers

De bijdrage van Marcus Garvey is van een heel andere orde. Hij zit volledig buiten het marxistisch kader en presenteert een alternatief theoretisch raamwerk en organisatie.

Garvey zag dat “ras” en racisme niet toevallige of bijkomstige aspecten zijn van het kapitalisme. Het is basis van een wereldsysteem dat met het Westers kolonialisme in het leven is geroepen sinds 1492. Dit systeem had niet alleen een economische dimensie (uitbuiting), maar ook een politieke (onderdrukking en onderwerping), een sociale (de organisatie van sociale relaties langs lijnen van ras en etniciteit) en een culturele (mental slavery). Garvey heeft dat uitgewerkt in een fijnmazige analyse van al deze aspecten. Maar meer nog dan aan theoreticus, was hij ook een geweldige organisator. Hij organiseerde een miljoen zwarten rond zijn filosofie van zwarte bevrijding. Economische bevrijding was niet persé de bevrijding van de heersende klasse, maar bevrijding van een economische mentaliteit waarbij je van anderen afhankelijk bent voor een inkomen. Politieke bevrijding was de bevrijding van Afrika waar uiteindelijk alle Zwarten naartoe konden gaan. Culturele bevrijding was de bevrijding van mental slavery. Huiswoud heeft deze complexe analyse nooit kunnen begrijpen vanuit de marxistische theorie.

De Russische revolutie van 1917 heeft de eerste socialistische staat gevestigd. Die staat is in 1991 ontbonden. De socialistische economieën zijn getransformeerd naar kapitalistische economieën. Dat heeft ertoe geleid dat veel marxisten van kleur – waaronder ik – verder zijn gaan kijken dan de marxistische theorie.

Er is een nieuwe theorie van bevrijding die een kritiek is op zowel het liberalisme als het Marxisme. Die theorie bouwt voort op bijdragen van mensen als Garvey in verschillende delen van de wereld. Er is nog geen coherente en samenhangend theoretisch raamwerk, maar er zijn belangrijke bouwstenen door verschillende denkers geleverd: epistemologie, economische theorie, sociale theorie en zelfs wiskunde.

De uitdaging voor de toekomst is om die coherente theorie verder te ontwikkelen.

Daarin zal geen plaats zijn voor de bijdrage van Otto Huiswoud. Zijn bijdrage en die van zijn partner Hermien ligt op een ander vlak die ook gewaardeerd moet worden en die Esajas heeft behandeld: een zwarte revolutionair die de moed had om het Nederlands kolonialisme te ontstijgen en op internationaal niveau een organisatorische bijdrage geleverd heeft aan de anti-koloniale beweging in Amerika, internationaal en later in Nederland.

Hij hoort thuis in het rijtje van respectabele voorvechters in de strijd tegen kolonialisme, racisme en kapitalisme.

 

Op 25 november vindt de opening plaats van de expositie Zwart & Revolutionair: het verhaal van Hermina en Otto Huiswoud in Vereniging Ons Suriname/The Black Archives, Zeeburgerdijk 19b, 1093 SK Amsterdam. Tijd: 17.30-22.00 uur.

De expositie is open tot 24 februari 2018 van Vrijdag tot zondag van 10:00 tot 18:00 uur. Entree na 25 februari ia vijf euro.

 

 

Bronnen

Cox, O. (1959): Cast, class and race. S study in social dynamics. Monthly Review Press. New York.

Degras, J. (ed.) (1955): The Communist International 1919-1943. Documents. Volume 1: 1919-1923. RIIA.

Duara, P. (ed.) (2004): Decolonization. Perspectives from now and then. Routledge. London.

Ho Chi Minh (2004): The path that led me to Leninism. in: Duara, P. (ed.) (2004), pp. 29-31.

Kom, A. de (2009): Wij Slaven van Suriname. Contact. Amsterdam/Antwerpen.

Robinson, C. (1983): Black Marxism. The making of the black radical tradition. University of North Carolina Press. Chapell Hill.

[1] Ho Chi Minh (2004), p. 30-31.

[2] Idem.

[3] Lenin, V.I. (1920).

[4] Degras, J. (ed.) (1955), p. 401.

[5] Robinson, C. (1983).

[6] Cox, O. (1959).

Balfour Declaration 1917: 100 Jaar Palestijns Verzet, 16 november Amsterdam 19.00-22.00 uur

2 november 2017 markeert het 100-jarig bestaan van de Balfour Verklaring: het moment dat de imperiale Britten besloten om het reeds gekoloniseerde Palestijnse gebied te overhandigen aan een groep Zionisten met als doel de stichting van de staat Israel.

Na verloop van tijd zijn honderden duizenden Palestijnen verdreven van hun thuisland en genoodzaakt om zich elders te vestigen in een gebeurtenis wat de Nakba (catastrofe) wordt genoemd. Tot op de dag van vandaag worden Israëlische nederzettingen gebouwd op Palestijnse dorpen, word Palestijns grondgebied bezet en in toenemende mate ont- en toegeëigend. Ook de Palestijnse keuken, cultuur en tradities worden met uitwissing bedreigd. De continuerende en historische kolonisatie van Palestina en het geweld dat daarbij gepaard gaat word door menige experts zoals de Israëlische historicus Ilan Pappé ookwel aangeduid als een ‘stapsgewijze genocide’. De Balfour Verklaring heeft dus ook een Palestijnse kant van het verhaal.

Op 16 november 2017 organiseren Studio K, Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina – SRP en Back To Palestine een bijeenkomst bij het honderd jarige bestaan van de Balfour Verklaring, die tot de dag van vandaag het tragische lot heeft getekend van de Palestijnse bevolking in bezet Palestina en de diaspora. De vragen die op de bijeenkomst behandeld zullen worden, zijn onder meer: wat is de betekenis van de Balfour Verklaring? Hoe hebben Palestijnen zich verzet sinds het uitroepen van de verklaring in 1917? Hoe proberen Palestijnen bijvoorbeeld de kolonisatie van hun cultuur en tradities (zoals het marketen van traditionele Palestijnse gerechten als ‘Israelisch’) tegen te gaan? Hoe wordt het Palestijnse verzet hier, in Nederland, ondersteund? Welke organisaties en voorbeelden zijn er? Welke politieke partijen hebben de Palestijnse kwestie op hun agenda staan en kunnen we motiveren om voor de Palestijnse zaak op te (blijven) komen?

 

PROGRAMMA

– Palestijns-Nederlandse wetenschapper Hanine Hassan, bekend van o.a. haar stukken op Al-Jazeera, gaat in op het Palestijnse verhaal sinds de Balfour Verklaring in 1917 en de rol van de internationale boycotbeweging tegen ‘Israel’ bij het komen tot een rechtvaardige oplossing voor de Palestijnen.

– SRP ( Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina) deelt zijn/haar ervaringen over hoe je als Nederlandse student het Palestijnse verzet kunt steunen.

– Panel met oa burgerrechtenbeweging Movement X en Fatima Faid die actief is bij politieke partij Artikel1.

 

Entree voor het evenement bedraagt 3 euro. Er hoeft van te voren niet te worden gereserveerd, de kaartjes kunnen op locatie gehaald worden.

Adres: Studio/K, Timorplein 62, 1094 CC Amsterdam

Aanmelding: https://www.facebook.com/events/294718934361044/

Bronnen

IHRC heeft de volgende bronnen samengesteld over de Balfour Declaration.

Artikelen

  1. The Balfour Declaration: Palestine’s British and Zionist Colonial Legacy – Hatem Bazian
  2. The Balfour Declaration Destroyed Palestine, Not the Palestinian People – Ramzy Baroud
  3. Israel simply has no right to exist – Faisal Bodi
  4. Balfour at 100: A legacy of racism and propaganda –  Dan Freeman-Malloy
  5. Remembering Balfour: empire, race and propaganda – Dan Freeman-Malloy

Videos

  1. Independent Jewish Voices: 100 Years After Balfour FULL FILM (24 min)
  2. David Cronin discusses his book Balfour’s Shadow at IHRC (1 uur en 20 min)

BOOK (PDF):

Towards a New Liberation Theology – Reflections on Palestine  – eds Arzu Merali and Javad Sharbaf

Verder zijn er nog twee boeken waar we de aandacht op willen vestigen:

ON THE SOCIOLOGY OF ISLAM: http://shop.ihrc.org/on-the-sociology-of-islam-ali-shariati-3

AMERICAN EXCEPTIONALISM, EUROCENTRISM AND OTHERISATION OF MUSLIMS: http://shop.ihrc.org/american-exceptionalism-eurocentrism-and-otherisation-of-muslims-saied-reza-ameli

Dekolonisatie van de geschiedschrijving van Indonesië

Op 20 oktober organiseerde Histori Bersama een bijeenkomst over dekolonisatie van de geschiedschrijving van Indonesië. Klik hier voor enkele video’s van de bijeenkomst.

Zie ook de inleiding van Ethan Mark van de Universiteit Leiden voor een kritische kijk op het onderzoek.

Als follow-up hebben Jeffry Pondaag en Francisca Pattipilohy het initiatief genomen voor een open brief aan de onderzoekers die met 4,3 miljoen Euro steun van de Nederlandse overheid een onderzoek starten naar extreem geweld in Indonesië in de periode 1945-1949. Klik hier om de open brief te lezen.

Intussen zijn dekoloniale activisten de mogelijkheden aan het bekijken om een alternatief onderzoek naar koloniaal geweld in Indonesië op te zetten.

Meer informatie hierover volgt nog.

Keuvelen over kolonialisme in Indonesië

door Sandew Hira

Er is geld….

Het is weer zover. De zoveelste poging om de anti-koloniale stemming in de Nederlandse koloniale geschiedschrijving tegen te gaan. Het (Koloniaal) Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies krijgen € 4,1 miljoen subsidie van de overheid om een geschiedschrijving neer te zetten die past in het koloniale zelfbeeld van Nederland, namelijk dat dekolonisatie niet een kwestie was van het beoordelen van een misdaad (kolonialisme), maar een kwestie van het beoordelen van geweld: was het extreem, excessief, van beide kanten etc. Het onderzoek gaat vier jaar duren.

Het onderzoek voldoet aan de norm GIGO: Garbage In, Garbage Out. Je zet er rotzooi in, dan ben je ervan verzekerd dat je er rotzooi uit krijgt. Om te zien welke rotzooi je erin en eruit krijgt, hoef je alleen te kijken naar de studie van Gert Oostindie van het KITLV, één van de trekkers van dit onderzoek. Zijn studie heb ik hier uitgebreid besproken. De conclusie uit mijn analyse van zijn boek “Soldaat in Indonesië” is als volgt: Oostindie toont ook met dit boek aan dat hij een historicus van de kolonisator. Hij spreekt vanuit de positie van de witte Nederlander die nog steeds moeite heeft om een wrede geschiedenis van koloniale onderdrukking onder ogen te zien. Dat doet hij ook nog eens vanuit een racistische opvatting over de Indonesische vrijheidsstrijd die het slachtoffer tot misdadiger maakt.”

er is een koloniaal idee….

De nieuwe studie is in de geest van het werk van Oostindie. De kern van de studie is een onderzoek naar grensoverschrijdend geweld. Naar aanleiding van de studie van Rémy Limbach over structureel excessief geweld in de dekolonisatie-oorlog is een onderzoeksprogramma opgezet dat gaat onderzoeken of de Nederlanders “tijdens de dekolonisatieoorlog structureel grensoverschrijdend geweld hebben gebruikt”. (Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 Onderzoeksprogramma KITLV-NIMH-NIOD, p. 1). Maar ze willen het geweld van de Indonesisiche vrijheidsstrijders ook voorzien van het label “grensoverschrijdend”, dus is een belangrijk deel van het onderzoek gewijd aan “de ‘Bersiap-tijd’ – van medio augustus 1945 tot begin 1946, dus voorafgaande aan de grootscheepse Nederlandse militaire inzet”.

En dan gaan deze witte Nederlanders helemaal los. Want wat is grensoverschrijdend geweld?

En dan gaan sommige witte Nederlanders helemaal los

Mag ik je een mes in de rug steken 10 cm diep of is 6 cm het maximum en daarboven is het grensoverschrijdend. Mag ik twee ballen van je afsnijden of is dat grensoverschrijdend en is de norm één. Nederlanders hebben Indonesische vrijheidsstrijders onthoofd. Hoe doe je dat op een niet grensoverschrijdende manier? Is het gebruik van een kettingzaag grensoverschrijdend? Moet je een kapmes gebruiken en dan in één slag het hoofd afhakken om niet grensoverschrijdend te zijn? Er zijn 150.000 Indonesiërs omgekomen tijdens de vrijheidsstrijd van Indonesië. Is de norm 100.000 om niet grensoverschrijdend? “Grensoverschrijdend geweld” is een item voor standup-comedy. Maar hier is het doodserieus.

Waarom is er een nadruk op de Bersiap-tijd in het onderzoek en hoe is de koppeling met grensoverschrijdend geweld? Om die vraag te beantwoorden moet we begrijpen wat het Nederlandse kolonialisme in Indonesië gedaan heeft. Daarvoor is het verhaal dat gidsen op Bali vertellen instructief.

De ware aard van de koloniale bezetting van Indonesië

Bali bestond voor de Nederlandse invasie uit een aantal Hindoeïstische koninkrijken. De Nederlanders kwamen met grof geschut: kannonen en machinegeweren. De vorsten wisten dat ze daar niet tegen opgewassen waren en besloten liever te sterven dan als slaaf te leven. Ze hadden een ritueel bedacht om dat kenbaar te maken: perang poepoetan. Dat ritueel hield in dat het hele vorstenhuis tot de laatste man en vrouw zou vechten. Letterlijk tot de laatste man of vrouw betekende dat iedereen –mannen, vrouwen, kinderen, zuigelingen – strijdend gaan sterven. Ze kleden zich volledig in witte gewaden en traden de vijand tegemoet. Vrouwen met hun kleine kinderen in de armen trokken met krissen (Indonesische dolken) en lansen naar de militairen in de wetenschap dat zij en hun kinderen door kogels zouden worden doorboord. Kinderen en mannen storten zich in hun witte kleding op de kanonnen en mitrailleurs en werden bij bosjes doodgeschoten. De koning liet zich in zijn crematiegewaad op een draagstoel naar buiten dragen. Op een teken van de koning stootte een priester een dolk in zijn hart. Hij wilde liever zelfmoord plegen dan gedood worden door de Nederlandse kolonisator. Een Perang Poepoetan kost al gauw duizenden levens. Is dit grensoverschrijdend geweld? Wie gaf de Nederlanders het recht om 8.000 km verder land van mensen van kleur te gaan bezetten en hen meedogenloos af te maken? Die vraag wordt in het onderzoek zorgvuldig vermeden.

De verovering van Bali is een model voor de verovering van de rest van Indonesië: grof geweld, veel, ongelooflijk veel moorden en wreedheden. Daarmee hebben de Nederlanders hun heerschappij gevestigd. Dat is gegrift in het geheugen van het Indonesische volk.

Toen eenmaal de heerschappij van de Nederlanders was gevestigd, hebben ze op een gewetenloze manier het Indonesische volk uitgebuit, vernederd en onderdrukt. Een schrijnend voorbeeld was het zogenaamde cultuurstelsel in de 19de eeuw waarbij de boeren gedwongen werden om minimaal 20% van hun grond te gebruiken om producten voor de Europese markt te produceren onder condities die het gouvernement stelde. Een belangrijke onderneming daarbij was de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM), opgericht door het Koninklijk Huis. De NHM heeft zich later ontwikkeld tot wat nu de ABN-AMRO is. Het cultuurstelsel heeft geleid tot enorme armoede en hongersnood voor de Indonesiërs.

Het systeem van koloniale onderdrukking, uitbuiting en vernedering heeft honderden jaren geduurd, en begon in de zeventiende eeuw door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De vernedering werd uitgedrukt in borden die bij openbare gelegenheden van Hollanders waren bevestigd: “Verboden voor inlanders en honden”. Hitler had ook zulke borden bij openbare gelegenheden voor Joden. “Verboden voor Joden.” De Nederlanders waren erger dan Hitler. Hitler had de honden nog toegelaten.

Het koloniale systeem werd niet alleen door grof geweld in stand gehouden: politie, leger, veiligheidsdiensten. De kolonisator gebruikten sociale groepen in een verdeel-en-heers strategie. Bovenaan de sociale ladder waren de witte Hollanders. Dan kwamen de Indo’s, afstammelingen van vooral Hollandse mannen die Indonesische vrouwen wisten te verleiden met geld en macht, en soms gewoon verkrachtten. Zij vervulden bestuursfuncties. Vervolgens waren Chinese kapitalisten die de handel controleerden en gehaat werden vanwege hun uitbuitingspraktijken. Dan had je Indonesische collaborateurs bij bestuur, leger, politie en inlichtingendiensten die door hun collaboratie voor veel ellende hebben gezorgd bij de grote verpauperde massa’s. Het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL) telde veel Indonesiërs die ingezet werden om  hun eigen volk te onderdrukken.

Dit is de context om de zogenaamde Bersiap te begrijpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Japan Indonesië bezet en de Nederlandse kolonialisten gevangen gezet in kampen. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 riepen Indonesische nationalisten onder leiding van Soekarno twee dagen later, op 17 augustus 1945, de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Ze zetten een leger op omdat ze wisten dat de Hollandse kolonisator niet zonder slag of stoot haar kolonie zou opgeven. In juli 1947 stuurde Nederland haar koloniaal leger om de vrijheidstrijd van de Indonesiërs de kop in te drukken. Die vuile oorlog duurde tot begin 1949 en kostte 150.000 Indonesiërs het leven.

De haat tegen de koloniale onderdrukkers en hun collaborateurs voor eeuwen van vernedering, uitbuiting en onderdrukking kwam tot een explosie tussen oktober 1945 tot begin 1946 en kostte duizenden Chinezen en Indonesiërs het leven. Het Indonesische vrijheidsleger had haar organisatie nog niet gevestigd op een wijze waarop ze alle geweld kon controleren. Sommige groepen traden onafhankelijk van elkaar op. Soms was de haat bij de vrijheidstrijders tegen de kolonisator zo groot dat geweld gezien werd als de manier om een einde te maken aan een bezetting die met geweld in stand werd gehouden. Er was nooit een vreedzame bezetting. In 1946 was de zaak gestabiliseerd en had het leger controle over het geweld. Anderhalf jaar later zouden ze het hoofd moeten bieden tegen een meedogenloze militaire invasie van Nederland.

Dit is de context van de Bersiap. Wat willen de koloniale onderzoekers van KITLV, NIMH en NIOD doen?

Ze willen de Bersiap loskoppelen van de koloniale geschiedenis. Het geweld van de kolonisator gedurende enkele eeuwen zal geen onderdeel zijn van hun onderzoek. De horrorverhalen van de Bersiap moeten laten zien dat de vrijheidsstrijd van het Indonesische volk moreel niet te rechtvaardigen was, omdat er mensen op gruwelijke wijze zijn vermoord door vrijheidsstrijders. Het geweld van de kolonisator en die van de vrijheidsstrijders worden gelijk gesteld aan elkaar. Geweld is geweld.

Maar er is een groot verschil tussen geweld van vrijheidstrijders en geweld van onderdrukkers. Als je geweld loskoppelt van het doel, dan leidt dat onherroepelijk tot een negatief oordeel van de vrijheidstrijd. Niemand doet dat als het gaat om de Tweede Wereldoorlog gaat en de strijd tegen het facisme. In februari 1945, Hitler was al praktisch verslagen, hebben de geallieerden, een vreselijk bombardement uitgevoerd op de Duitse stad Dresden met 35.000-100.000 burgerslachtoffers, onschuldige burgers. Begin augustus 1945, toen Japan al praktisch verslagen was, gooide Amerika atoombommen op Hiroshima en Nagakasi om hun nieuwe wapens uit te testen, niet omdat het militair nodig was. Onschuldige burgers waren het slachtoffers; 250.000 onschuldige burgers werden vermoord in die aanvallen. Betekent dat dat de strijd tegen het fascisme niet gerechtvaardigd was? Als er tijdens de Bersiap onschuldige mensen zijn omgekomen, betekent dat dat de strijd tegen de Hollandse bezetting niet gerechtvaardigd was? Die vraag zullen de onderzoekers niet stellen, maar dat is de vraag die ze moeten beantwoorden. Ze hebben een ander doel met hun vraagstelling naar grensoverschrijdend geweld tijdens de bersiap. Het moet twijfel zaaien over de rechtvaardigheid van de vrijheidstrijd van het Indonesische volk. Want als onschuldige mensen worden vermoord, dan moet er toch iets mis zijn met die strijd? Het doel van het onderzoek is het in diskrediet brengen van de vrijheidstrijd van de Indonesiërs. Daarom gaan ze op zoek naar verhalen in Indonesië die laten zien dat “onschuldige” mensen slachtoffers waren van het geweld van de vrijheidsstrijders. Iets wat ze nooit voor Dresden of Hiroshima zouden durven doen.

Het verhaal van de onschuld van collaborateurs moet de deur openen naar de onschuld van het kolonisator. Die meenden het toch zo goed met het kolonialisme. Ze wilden een einde maken aan de bersiap. Daarom vielen ze Indonesië binnen, toen Soekarno eenmaal de onafhankelijkheid had uitgeroepen.

Het onderzoek wil een internationale vergelijking maken. En welke vergelijking kiezen ze? Niet de vergelijking tussen de bezetting van Nederland door de Nazi’s en de bezetting van Indonesië door de Nederlandse kolonisator. Dat zou de meest voor de hand liggende vergelijking zijn. Welke mechanismen van onderdrukking hebben de nazi’s gebruikt en welke zijn door de Nederlanders gebruikt? De Nazi’s hebben geen onthoofdingen uitgevoerd in Nederland. De Nederlanders hebben dat wel gedaan in Indonesië. De Nazi’s hebben Nederland 5 jaar bezet. De Nederlanders hebben Indonesië eeuwenlang bezet. En zo kunnen we doorgaan met een internationale vergelijking. Maar daar kiezen de onderzoekers niet voor. Dit is wat ze willen: Internationaal vergelijkend onderzoek naar de specifieke aard en bredere context van dekolonisatieoorlogen en counterinsurgencies is belangrijk voor een beter begrip van de oorlog in Indonesië (1945-1950) en het daarbij toegepaste grens-overschrijdende geweld. Hierbij zullen in het bijzonder vergelijkingen worden getrokken met Frans en Brits optreden tijdens hun dekolonisatieoorlogen.”

Hoeveel ballen hebben de Britten afgesneden van hun gevangenen en hoeveel hebben de Nederlanders gedaan? Hoeveel onthoofdingen hebben Nederlanders uitgevoerd en hoeveel de Fransen? Dat is hun vergelijking. Het is om te lachen als het niet zo triest was.

Bring in the house negro

Als je € 4,1 miljoen hebt, dan is het niet moeilijk om Indonesische House Negroes bereid te vinden om mee te zingen in het koor van “grensoverschrijdend geweld.”

De Indonesische historicus Bonnie Triyana is zo’n type. In het NOS-journaal word een verslag gemaakt van zijn visie op het onderzoek: “In Indonesië wordt de onafhankelijkheidsstrijd als een glorieus en heldhaftig verhaal verteld”, zegt Triyana in gesprek met NOS-correspondent Michel Maas. “In de geschiedenislessen over deze periode is het aantal doden ondergeschikt aan het resultaat. Het is gewoon de prijs die we als natie voor onze onafhankelijkheid moesten betalen.”

En dat verhaal wil Triyana bestrijden. Ik wil hem horen vertellen aan de Nederlanders: “Jullie bevrijdingsstrijd tegen de Duitsers heeft onschuldige mensen het leven gekost. Dat is niet goed. Je moet het verhaal bijstellen.” De Nederlanders zouden hem aan zijn ballen ophangen en met pek en veren besmeuren.

NOS: “Een onderwerp waar volgens Triyana in eigen land meer over verteld moet worden is de Bersiap, de gewelddadige periode die enkele maanden na de capitulatie van Japan volgde. De Indonesische soldaten, gevoed door nationalistische gevoelens, doodden tussen oktober 1945 en begin 1946 duizenden Nederlanders, Chinezen en Indo’s en alles wat leek op enige vorm van buitenlands gezag. Een groot deel van de slachtoffers bestond uit kinderen, vrouwen en ouderen. ‘Het is belangrijk dat we ook deze kant van het verhaal gaan vertellen’, zegt de redacteur van het geschiedenistijdschrift Historia. ‘Deze slachtoffers waren geen strijders, zij hoorden niet te sterven in deze oorlog.’”

Ja, dat geldt ook voor Dresden en Hiroshima: onschuldige mensen die niet hoefden te sterven. Er is toch iets mis met het glorieuze verhaal van de strijd tegen Hitler en het fascisme.

NOS: “Als het aan de jongere generatie historici in Indonesië ligt, gooien zij zelf ook de archieven open. Dat bleek onlangs ook in Jakarta tijdens de presentatie van het boek Soldaat in Indonesië, 1945-1950 van de Nederlandse historicus Gert Oostindie. Aanwezigen reageerden positief op het boek, dat vol staat met getuigenverklaringen die er op wijzen dat Nederland structureel geweld gebruikte, maar ook sympathiseerde met de dikwijls onvoldoende opgeleide, piepjonge soldaten.”

Oostindië presenteerde zijn koloniaal boek in Indonesië. En wat blijkt? De Indonesische house negroes kregen sympathie voor hun onderdrukkers. De soldaten die hun huizen hadden verbrand, hun moeders, vaders, broers en zusters hadden vermoord, hun land had bezet, die soldaten waren zo piepjong. Wat erg voor de soldaten! Laten we onze familie en ons land vergeten en ons druk maken over de leeftijd van de bezetters. Hoe jong waren de Duitse soldaten die Nederland hadden bezet? Ik heb nooit gezien dat er sympathie was voor piepjonge Nazi’s? Hoe jong waren de vrijheidstrijders tijdens de bersiap? Ik ben benieuwd of het argument van de leeftijd gebruikt zal worden om sympathie te creëren voor de bersiap. Het toont hoe diep de kolonisatie van de geest is bij het publiek dat Oostindie’s boekpresentatie bezocht.

NOS: “Triyana was aanwezig bij de presentatie. Toen de hoogleraar zich hardop afvroeg waarom in Indonesië niemand zo’n boek vol getuigenissen en documenten uit het Indonesisch archief schreef, riep hij spontaan uit: ‘Ik wil dat wel doen!’ ‘Het is nu het juiste moment om de archieven te heropenen, of de uitkomst nou zwart of wit is. Door de confrontatie met het verleden op te zoeken, leren we ook hoe we ermee moeten omgaan’, aldus Triyana.”

Triyana doet alsof er nooit eerder is nagedacht over dekolonisatie van de geschiedschrijving. Geen woord van kritiek op Oostindie, maar een enthousiaste bijval voor zijn koloniale visie op de geschiedenis van Indonesië.

Het nieuwe klimaat

Het onderzoek moet beschouwd worden tegen de achtergrond van wat er in Nederland gebeurd t.a.v. de geschiedschrijving van het kolonialisme. Oostindie was de hoofdmatador in de kolonisatie van de geschiedschrijving “West-Indië”. Zijn instituut KITLV domineerde de geschiedschrijving van Suriname en de Antillen. Daar is flinke kritiek op gekomen vanuit een dekoloniaal optiek waar ze nooit een antwoord hebben kunnen formuleren. Zie voorbeelden hier, hier en hier. Hun autoriteit was aan diggelen. Jonge Surinamers en Antillianen hebben geen boodschap meer aan de koloniale historici. De anti-Zwarte Piet beweging heeft samen met het nieuwe activisme hieraan bijgedragen.

M.b.t. de geschiedschrijving van Indonesië heeft het werk van Jeffry Pondaag en zijn Comité Nederlandse Ereschulden een nieuw klimaat geschapen. Pondaag voerde met succes processen tegen de Nederlandse staat inzake de misdaden die Nederland beging tijdens de vuile oorlog in Indonesië. Nederland stond in het beklaagdenbankje. De veteranen van deze vuile oorlog hebben daar grote problemen mee. Ze houden hun jaarlijkse herdenkingen. Hoe zouden Nederlanders zich voelen als ieder jaar in Duitsland de Duitse veteranen die Nederland hadden bezet in de Tweede Wereldoorlog bij elkaar zouden komen om hun oude banden te versterken. Het zou als een grove belediging worden opgevat.

De veteranen willen een andere stem laten horen: wij hebben misschien foute dingen, maar de Indonesiërs hebben ook foute dingen gedaan. Daarom willen ze meer onderzoek naar de foute dingen die de Indonesiërs hebben gedaan, naar de bersiap, de periode voordat Nederland Indonesië militair ging bezetten om de uitgeroepen onafhankelijkheid teniet te doen. Daarom gaat het onderzoek over grensoverschrijdend geweld en niet over koloniaal geweld en de reactie daarop sinds het begin van het kolonialisme. Daarom krijg je verhalen van Oostindie over piepjonge soldaten waar je sympathie voor moet hebben.

En dit alles gebeurt onder de mom van wetenschap: het zoeken naar nieuwe data. Maar het probleem zijn niet de data, maar de bril waarmee naar de data gekeken wordt. Die bril is een koloniale bril, het is geen wetenschappelijk bril.

Kick-off

Op 14 september organiseren de drie organisaties een kick-off bijeenkomst over hun onderzoek. Dan gaan ze gezellig keuvelen over het kolonialisme met vragen als:

  • Waarom nu pas dit onderzoek? Omdat de beweging voor dekolonisatie van de geschiedschrijving groeit en dit een manier is om de focus van die beweging te verleggen.
  • Gaat het onderzoek nog wel wat nieuws opleveren? Nee, want als je een koloniale bril op hebt, dan maakt het niet uit welke data je verzamelt. Je zult altijd vanuit die koloniale bril ernaar kijken.
  • Is het onderzoek overbodig of hard nodig. Het is hard nodig voor de kolonisator om de focus te veranderen. Het Indonesische volk heeft er niets aan om de legitimiteit van hun vrijheidstrijd aan te tasten.
Apology to Bonnie Triyana and correction

I owe an apology and correction to Bonnie Triyana.
In http://www.iisr.nl/keuvelen-over-kolonialisme-in-indonesie/ I critized him on the basis of an interview he gave to NOS Journaal: https://nos.nl/artikel/2191040-koloniale-oorlog-nederlands-indie-belangrijk-om-ook-de-slechte-verhalen-te-vertellen.html.
According to him https://www.facebook.com/bonnie.triyana/posts/10155219912139055
this interview misquoted him and thereforme my assessment of his position was based on incorrect quotes. I sincerely apologize to Bonnie Triyana for this mistake on my part. I should have contacted him to verify his position before making this assessment. I will place this apology and correction on the website of the article and mention it in the next mailing of the newsletter of IISR.

Evaluatie zes jaar strijd tegen Zwarte Piet

Sandew Hira
6-10-2017

Inleiding

Het is tijd voor een diepgaande evaluatie na zes jaar acties tegen Zwarte Piet. Op 12 november 2011 werd de eerste actie tegen Zwarte Piet tijdens een nationale intocht uitgevoerd door Quincy Gario en Kno’ Ledge Cesare door t-shirts te dragen met de tekst ‘Zwarte Piet is Racisme’. Ze werden gearresteerd voor het dragen van de t-shirts. Het heeft een maatschappelijke discussie ingeleid. In 2013 organiseerde de actiegroep Zwarte Piet Niet een dag voor de intocht in Amsterdam een demonstratie op het Beursplein. Nu ging het niet om twee individuen, maar om een organisatie en een hele groep demonstranten. In datzelfde jaar werd een Facebook petitie georganiseerd om Zwarte Piet te laten zoals het is: 2,1 miljoen mensen tekenden die petitie.

In 2014 gingen activisten georganiseerd en in een grote groep naar Gouda tijdens de nationale intocht. De massa-arrestaties hebben veel media-aandacht gekregen en de maatschappelijke discussie nog meer versterkt.

In 2015 gingen activisten georganiseerd naar Meppel, maar daar werd de demonstratie ingekapseld en mochten ze staan op een plek en hun leuzen roepen zonder dat er iets gebeurde.

In 2016 gingen activisten niet naar de nationale intocht in Maassluis, maar naar Rotterdam. Daar werd hun de toegang ontzegd en volgden opnieuw massa-arrestaties.

Intussen werd op brede schaal in de samenleving de discussie gevoerd over het racistische karakter van het Sinterklaasfeest. Documentaires, debatten, bijeenkomsten, artikelen werden hieraan gewijd.

Nu moeten we ons afvragen. Wat heeft dit allemaal opgeleverd en hoe gaat de anti-Zwarte Piet beweging verder?

Nieuwe sociale beweging tegen racisme

Sociale bewegingen ontwikkelingen zich als een golfbeweging, met op- en neergang. De opgang is meestal van korte duur. De Civil Rights Movement in Amerika beleefde haar hoogtepunt tussen 1954 en 1968.

Nederland heeft verschillende sociale bewegingen gekend: de vrouwenbeweging, de homobeweging, de studentenbeweging, de arbeidersbeweging. Ze hebben allemaal hun eigen golfbeweging. De nieuwe sociale beweging die met Zwarte Piet is ontstaan kunnen we het beste beoordelen als we het vergelijken met de sociale bewegingen van de jaren zeventig en tachtig in de gemeenschappen van kleur. In de eindjaren zeventig, begin jaren tachtig, waren er in de verschillende gemeenschappen van kleur actieve organisaties tegen racisme. Ze waren actief tegen racisme in Nederland, maar hadden ook bindingen met organisaties in hun land van herkomst. Ze hadden veelal een socialistische ideologie als basis. Hun leden waren eerste generatie migranten.

De nieuwe sociale beweging tegen racisme bestaat vooral uit jonge mensen van de tweede en derde generatie, die hier geboren en getogen zijn. Socialisme is niet meer hun narrative, maar een variatie van opvattingen van religie, liberalisme, decoloniaal denken, identiteit en een geloof in een nieuwe multiculturele samenleving met respect en waardigheid voor iedereen.

De anti-Zwarte Piet beweging heeft mensen uit verschillende gemeenschappen van kleur in beweging gebracht en geïnspireerd om hun identiteit vorm en inhoud te geven.

Het vraagstuk van eenheid, solidariteit en verscheidenheid

In iedere sociale beweging zijn er twee krachten die tegen elkaar kunnen inwerken: de kracht voor eenheid, samenwerking en solidariteit en de kracht voor de eigen identiteit, de overtuiging van de juistheid van de eigen analyse en strategie. Het is een grote  uitdaging om de positieve elementen van deze twee krachten te combineren om te voorkomen dat de negatieve elementen werken naar verdeeldheid en sektarisme. De uitdaging zit in het scheppen van een klimaat voor kritische discussie waarin alle meningen aan bod kunnen komen op basis van argumenten en analyse. Hiervoor is nodig dat mensen van uiteenlopende stromingen elkaar regelmatig ontmoeten in één ruimte (fysiek of digitaal) in de erkenning dat ze meningsverschillen hebben en dat juist de reden is om elkaar te ontmoeten in plaats van elkaar te ontwijken. De cultuur van het ontwijken van discussie en debat en alleen willen praten met mensen die het met je eens zijn, bevordert sektarisme en criminalisering van andere activisten die het niet met je eens zijn. Kritiek wordt dan snel gezien als een aanval op een persoon of organisatie in plaats van een bijdrage in discussies over moeilijke zaken van de sociale beweging.

De toekomst zal uitwijzen of deze nieuwe sociale beweging in staat is om met deze uitdaging op een zodanige manier om te gaan dat het de beweging verder omhoog stuwt.

Het vraagstuk van strategie

Een belangrijk onderdeel van de strategie is de jaarlijkse confrontatie met de landelijke Sinterklaas intocht. We moeten ons afvragen wat dat heeft opgeleverd.

De belangrijkste winst is dat er een nieuwe generatie activisten van kleur is die een eerste ervaring heeft met de confrontatie met de staat: geweld en arrestaties. Veel witte radicale activisten hebben die ervaring al gehad en weten daarmee om te gaan. De wijze waarop politie reageert op activisten van kleur is anders dan op witte activisten. Die reactie is harder. Dat is niet vreemd omdat racisme in de politie meespeelt in hun gedrag naar activisten.

Deze ervaring is – hoe gek het ook klinkt – in zekere zin positief. Activisten van kleur die een zekere vrees hadden voor de confrontatie met het geweldsapparaat van de staat leren om te gaan met die vrees.

Een tweede winst is het inzicht dat Zwarte Piet niet een op zichzelf staand verschijnsel is. Het gaat niet alleen om de figuur van Zwarte Piet bij de Sinterklaasviering. De acties bij de intocht worden verbonden met de oorzaken van racisme: de een zoekt die oorzaken in de persoonlijke interacties tussen mensen (alledaags racisme) en de ander in de werking van instituties (institutioneel racisme).

Een derde winst is dat de publieke confrontatie heeft geleid tot een scherpe maatschappelijke discussie waar miljoenen mensen bij betrokken zijn in de huiskamer, op het werk, in sportverenigingen en overal waar mensen elkaar ontmoeten.

Een vierde winst is dat andere gemeenschappen van kleur op hun eigen manier de discussie over Zwarte Piet koppelen aan racisme, inclusief culturele kaping, en islamofobie.

Zoals de sociale beweging leert van haar ervaring, zo geldt dat ook voor de andere kant: de witte macht. Bij delen van de witte samenleving begint het besef door te dringen dat Zwarte Piet moet verdwijnen. De staat heeft haar conclusie getrokken: ze gaat geen leidende rol spelen in het afschaffen van Zwarte Piet. Daarvoor is de macht van de sociale beweging nog te zwak. De nationale intochten leveren geen verrassingen meer op. De draaiboeken liggen klaar, zowel voor inkapseling (ga op een plek staan die we je aanwijzen, schreeuw de longen uit je lijf en ga daarna naar huis) als voor arrestatie (wie niet horen wil, moet voelen). Het is een miljoen keer gedaan bij andere sociale bewegingen.

De NTR, die een leidende rol speelt in de Sinterklaasviering, heeft een soortgelijke conclusie getrokken. Aanvankelijk leek ze onder druk van de sociale beweging te spelen met het idee van gekleurde Pieten, maar daar is ze nu van af gestapt volgens Willemijn Francissen, mediadirecteur van de NTR: “We laten onze oren niet hangen naar welke extreme groep dan ook… Maar we weten allemaal dat je zwart wordt als je door een schoorsteen gaat en dat is wat Pieten doen. Bij ons is zwart geen huidskleur, maar roet… Die hele discussie heeft het voor best veel mensen bijna verpest, ook voor programmamedewerkers.”

Focus op scholen, kinderen en gezinnen

De protesten bij de nationale intochten zullen gewoon doorgaan. Maar er zou ook een focus moeten zijn op de plek waar het feest het meest intensief gevoerd wordt: op scholen. Ouders, niet alleen ouders van kleur, zouden zich moeten verenigen en samen acties plannen op hun school en die acties in de publiciteit brengen. De school zou het nieuwe toneel van confrontatie moeten zijn. Daar zou de discussie moeten plaatsvinden. Dat vereist een andersoortige voorbereiding van de sociale beweging: hoe breng je ouders met elkaar in contact, welke acties werken wel en welke niet en waarom wel of niet, hoe kun je elkaar steunen, hoe kunnen activisten die geen kinderen op school hebben de ouders kunnen steunen. Wat op school kan, kan ook in een instelling of onderneming. De creativiteit van de sociale beweging moet zich ook richten op de werkplek en het klaslokaal. Er is de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met deze strategie. Die ervaring zou meegenomen moeten worden in het ontwikkelen van deze focus.

Internationalisatie

Een tweede focus is internationalisatie. De periode in de aanloop naar 5 december biedt geweldig veel visueel materiaal om in het buitenland zichtbaar te maken hoe racistisch Nederland is. Als de NTR haar woord houdt, hoef je alleen al hun uitzendingen op te nemen en van Engelstalig commentaar te voorzien. Koppel dat aan de opkomst van extreem-rechts (Wilders is heel bekend in het buitenland) dan heb je twee ingrediënten om het ware gezicht van racistisch Nederland in het buitenland te tonen.

Ook hier zou de sociale beweging een gerichte organisatie of netwerk moeten opzetten om op systematische wijze het buitenland van informatie te voorzien met de simpele boodschap: protesteer tegen racisme in Nederland bij de Nederlandse ambassade, bij Nederlandse ondernemingen en instellingen die in het buitenland opereren. Laat men hun solidariteit tonen met de slachtoffers van racisme in Nederland. Klaag Nederland aan op internationale podia met de combinatie Wilders en Zwarte Piet.

Het vraagstuk van organisatie

Of dit zal werken hangt af van het vraagstuk van organisatie. De sociale beweging wordt gekenmerkt voor versplintering, leiderschapsissues, en een cultuur van verdeeldheid en onderlinge confrontatie in plaats van een cultuur van solidariteit en discussie.

Wat voor organisatie op te bouwen in de gemeenschappen van kleur, hoe de gemeenschappen van kleur met elkaar te verbinden, hoe de confrontatie aan te gaan met de witte macht, hoe de relatie met witte activisten te ontwikkelen. Dit zijn de belangrijke onderwerpen die de toekomst van de nieuwe sociale beweging zullen bepalen.

Drie evenementen over kritisch denken

Woensdag 25 oktober Brussel: Reparations

Het Festival des Libertés organiseert op 25 oktober een workshop over reparations. Sandew Hira zal een bijdrage leveren aan de workshops over de economische aspecten van reparations

Organisatie: Festival des Libertés

Datum: Woensdag 25 oktober van 18.00 uur.

Plaats: Théâtre National, Brussel

Toegang: gratis.

Facebook: https://www.facebook.com/events/1861779960504559

Donderdag 26 oktober Amsterdam: eerste deel van een serie over kritisch anti-imperialisme

Op 26 oktober begint de eerste aflevering van een serie van drie over critical anti-imperialism. De serie is in het Engels. De onderstaande informatie is dat ook.

While the term (anti-)imperialism is often associated with the Cold War era, in recent decades we have witnessed direct Western military intervention in Serbia, Haiti, Afghanistan, Iraq, Syria and Libya, and hear the war drums beating in places like Venezuela, Eastern Europe and North Korea. During these interventions, many Western-left political tendencies tried to balance their resentment towards Western national-corporate war machines with a disdain for what has been portrayed as “dictatorial regimes of the Third World”. Meanwhile, mainstream corporate media continues to justify Western interventions while leaving out critical analysis of imperialism, and sometimes lying about the actions of national governments.

In the Netherlands, anti-imperialism was an essential feature not only of the Communist Party but also of historical figures like Anton de Kom, Otto Huiswoud and Poncke Princen and Nelson Mandela. However, since the waning of the anti-war movement, the rich tradition of anti-imperialism has disappeared. As if pacifists and the left activists have been afraid to be identified with non-democratic political forces in the Global South, the movements for emancipation and sustainability have kept silent while NGOs have called for Western military and economic intervention, no-fly zones and other measures curtailing the sovereignty of postcolonial countries.

From a decolonial perspective, international relations continue to be dominated by colonial- historical structures, where race is found to be the organizing principle of the world capitalist system. While capitalist economy can be seen as the impulse for imperialism, the inequalities and oppression experienced by much of humanity under imperialism continues to follow historical colonialism. The great leaders of 20th century liberation movements in Africa, Asia, Latin America and the Caribbean, together with the champions of civil rights in Europe and North America, all identified themselves as anti-imperialists. What would a critical anti-imperialism look like today, and how can it serve to foster solidarity among nations of the South and colonized people of the North?

The questions in the series are:

  • What are the local dynamics of the conflict?
  • What are foreign influences?
  • And how do these follow a historical pattern?

These are the sessions:

  • Session 1: Russia and Ukraine. Speakers: Chris de Ploeg and Sheher Khan
  • Session 2: Venezuela and Cuba: Antonio Carmona Baez and Angie Gonzales Fren
  • Session 3: Paneldiscussion wit comparative analysis: Chris de Ploeg, Sheher Khan, Antonio Carmona Baez and Angie Gonzales Fren

Organisatie: Studio Kl, Decolonial International Network (IISR), Critical Collective, ILSP-Network

Data:

  • Session 1: donderdag 26 oktober
  • Session 2: donderdag 2 november
  • Session 3: donderdag 7 december

Tijd: 19.00-22.00 uur (inloop 18.30).

Plaats: Studio K, Timorplein 62, Amsterdam.

Toegang: gratis.

Facebook: https://www.facebook.com/events/358650487926841

Vrijdag 27 oktober Amsterdam: (MIS)informed

Op vrijdag 27 oktober vindt het eerste (MIS)informed symposium plaats. (MIS)informed is een symposia reeks waar wetenschap en praktijk bij elkaar wordt gebracht om een ieder te verrijken met inhoudelijke kennis.

Het eerste symposium wordt georganiseerd in het kader van de Maand van de Verzwegen Geschiedenis. Het gaat over het Eurocentrisch beeld van de geschiedenis en de gevolgen daarvan. Tijdens deze bijeenkomst vindt de presentatie plaats van het boek “Boterzacht & Flinterdun: De Ontmaskering van Eurocentrisme” van Djehuti-Ankh-Kheru. Dit boek handelt over de oneigenlijke argumenten die het Eurocentrische academische establishment gebruikt om de Afrikaans gecentreerde visie op de geschiedenis aan te vallen. Het is een uitvloeisel van een debat dat New Urban Collectief heeft georganiseerd over de vraag: Hoe verhouden Eurocentrische en Afrocentrische claims zich tot elkaar met betrekking tot de bijdrage van Afrika aan de vorming van de Grieks-Romeinse cultuur en daarmee aan de bakermat van de Europese beschaving?

Op de bijeenkomst zal Simone Zeefuik spreken over eurocentrische denkbeelden in Nederlandse musea en de campagne#DecolonizingTheMuseum. Patty Gomes zal spreken over de geschiedenis van de slavernij vanuit een zwart perspectief.

Organisatie: IZI SolutionsNew Urban Collective en The Grapevine Enterprise.

Datum: vrijdag 27 oktober van 18.30-22.00 uur.

Plaats: Vrije Universiteit, Boelelaan 1105, Amsterdam.

Toegang: gratis.

Facebook: https://www.facebook.com/events/1843439575986047/

Aanmelding: https://goo.gl/forms/mj3xlwP2SLzDzPbu2

Waarom Barnet Lyon moest vallen en Tetary moet opstaan

Sandew Hira
21 september 2017

De verwijdering van het borstbeeld van Barnet Lyon afgelopen zaterdag en de onthulling van het standbeeld van Janey Tetary door de president a.s. zondag van 17.00-18.00 uur op de hoek van de Henck Arronstraat en de Grote Combéweg vervult veel Surinamers, en zeker de Hindostanen, met een gevoel van trots over dit historische moment.

Zoals te verwachten was, zijn koloniale historici in de aanval gegaan. Maurits Hassankhan heeft in Dagblad Suriname dekoloniale historici beschuldigd “Doelbewust of onbewust met geschiedvervalsing” bezig te zijn. Zijn argument is dat Hindostanen indertijd massaal geld hebben opgebracht als eerbetoon aan Barnet Lyon. Barnet Lyon heeft veel goeds gedaan voor Hindostanen. Het is geschiedvervalsing om te beweren dat dat niet zo is. Daarom mag zijn borstbeeld niet worden weggehaald.

Laat mij de twee argumenten nader analyseren. Ik begin met het laatste, met dank aan Radjinder Bhagwanbali die zo genereus was om zijn bronnenmateriaal over Barnet Lyon met mij te delen.

George Henry Barnet Lyon was een belangrijke figuur in de koloniale elite van Suriname. Hij heeft allerlei functies bekleed als kolonisator. Hij was niet alleen agent-generaal, maar ook voorzitter van de plantersvereniging, eigenaar van plantage Jagtlust, lid van het Hof van Justitie, waarnemend-procureur generaal en lid van de Raad van Bestuur van Suriname. Zijn vader was een slavenmaker. Zijn familie heeft veel geld verdiend aan een misdaad tegen de menselijkheid.

De archieven van Suriname hebben veel informatie over deze figuur. In de koloniale geschiedschrijving wordt hij gepresenteerd als de “koelie papa”, de beschermheer van de Hindostaanse contractarbeiders. Dat beeld is gebaseerd op het werk dat de tolk Sitalpersad, de pleegzoon van Barnet Lyon, heeft gedaan om een positief beeld te schetsen van zijn pleegvader. De archieven geven een ander beeld.

In 1874 initieert Barnet Lyon samen met de Procureur Generaal de herinvoering van lijfstraffen (zoals tijdens de slavernij). Het verschil met slavernij was dat de contractarbeiders “slechts” 30 rottingslagen per keer mochten worden toegebracht. De lijfstraffen werden toegepast op mannen en vrouwen, Hindostaanse en Chinese contractarbeiders, maar ook op vrij Creoolse contractarbeiders. Bron: Min. Van Kol: 1850 – 1900; Resolutien: 11 – 14 februari 1876; Inv. nr 2860.

Hij pleitte voor het “oude plantagestelsel’ uit de slavernij met een duidelijke hiërarchie tussen meester en slaaf. Bron: Min. V. Kol: 1850 – 1900; Resolutien: 12 – 15 jan. 1877; Inv. 2952.

Barnet Lyon had ook sadistische trekken. Zo liet hij 15 gevangenen gedurende 15 dagen zonder bescherming van handen en voeten branti maka (met scherpe doorns) kappen op zijn plantage. Bron: Handelingen van de Koloniale Staten: 1880 -1881 p.95.

Vooral moslim contractarbeiders hadden een hekel aan Barnet Lyon. Na de toewijzing aan plantage Jagtlust van Barnet Lyon wilden ze zo snel mogelijk de plantage verlaten vanwege de behandeling die ze kregen. Bron: Min. Van Kol: 1850 – 1900; Gouvernement Journaal van Suriname; Inv. nr.6897.

Barnet Lyon was waarschijnlijk de meest gehate persoon onder de plantagearbeiders: Hindostanen, Afro-Surinamers, Chinezen en Barbadianen (uit Barbados). Hij liet deze arbeiders om de minste en geringste arbeidsovertreding zwaar straffen: martelen met kromsluiting en rottingslagen. Dat gebeurde gedurende de gehele migratieperiode. Barnet Lyon ontving uit alle districtsgevangenissen geregeld rapporten van gestrafte arbeiders over de strafmaat en de duur van de straffen. Bron: Min van Kol: 1850 -1900; Geheim Resolutien A8-G9 1884; Inv. 6152. Het kan niet genoeg benadrukt worden dat Barnet Lyon niet alleen een meedogenloze onderdrukker was van Hindostanen, maar ook van vrije Afro-Surinaamse en Chinese arbeiders. Bhagwanbali zal dat in zijn toekomstige publicaties nog eens uiteenzetten.

Barnet Lyon was een voorstander van hard optreden tegen contractarbeiders die in verzet kwamen. Hij beschouwde het militaire optreden op plantage Zorg en Hoop als gerechtvaardigd en professioneel. Hij rapporteerde dat “gesneuvelden elk door één kogel werden gedood van een afstand van 1 á 1,5 meter van de soldaten”. Die liquidaties schreef hij toe aan de “door de contractarbeiders veroorzaakte wanordelijkheden”. Daarbij zijn volgens hem “de militaire autoriteiten niet anders dan met kalmte en bezadigdheid te werk gegaan”. Bron: Min. Van Kol: 1850 -1900; Resolutien: 1 – 3 december 1884; Inv. 3813.

Barnet Lyon probeerde als voorzitter van een onderzoekcommissie de wantoestanden onder gevangenen in het fort Nieuw Amsterdam te verdoezelen. Het overgrote deel van de gevangenen raakte verlamd door slechte medische zorg en hygiëne. Volgens Barnet Lyon was dat slechts bij slechts één gevangene het geval. Later werd zijn rapport door dr. Schelky finaal onderuit gehaald. Bron: Min van Kol 1850 -1900;Resolutien: 19 – 21 nov. 1889; Inv. nr.4317.

De Britse consul vond Barnet Lyon als de meest ‘onoordeelkundige ambtenaar’. Dit naar aanleiding van het laten neerschieten van 7 contractarbeiders, waaronder 3 vrouwen door de marechaussee. Bron: Verbaal van de Gouverneur van Suriname. Afdeling Kabinet Geheim; Eerste afdeling: 1885 – 1938.

Barnet Lyon was hoofdverantwoordelijke voor de moord op de Hindostaanse contractarbeiders op plantage Marienburg. Volgens hem waren de Hindostanen bezig met een machtsgreep. Zij hadden contact met Bharat Mitra: een tijdschrift van de vrijheidsstrijders in India. Daarom moest de opstand op plantage Marienburg heel hard worden aangepakt. Bron: Min. Van Kol 1850 – 1900; Resolutien: 13 – 19 september 1902; Doosnr. 142 inv nr 8285 en 8286.

De archieven bevatten ook meer specifieke info over Barnet Lyon en zijn houding ten aanzien van Chinezen en Creoolse vrije arbeiders: zie Min. Van Kol 850 -1900; Geheim Resolutien P4 – Q9 Inv. nr. 6152.

De algemene conclusie is dat het beeld dat de pleegzoon van Barnet Lyon heeft geschapen in de Hindostaanse gemeenschap van zijn pleegvader als een “koelie papa”, een vader voor de Hindostanen, niet klopt met de rauwe werkelijkheid waarin Hindostaanse contractarbeiders onder zijn bestuur hebben moeten leven. Zijn borstbeeld was onderdeel van de vervalsing van de geschiedenis van Hindostanen. Daarom is het goed dat dit beeld is verwijderd.

Hoe moeten we dan verklaren dat Hindostanen geld bij elkaar hebben gebracht voor het borstbeeld? Het antwoord is simpel: het is een kwestie van mental slavery. Mental slavery bestaat en het is heel zichtbaar. Mental slavery is het verschijnsel waarbij de gekoloniseerde de kolonisator gaat bedanken voor zijn aanwezigheid, zijn glimlach, zijn kleur, zijn alles met als doel om de onderdrukking en uitbuiting waarvoor hij verantwoordelijk is te vergeten. Malcolm X gebruikte de term “House Negro” om dit soort figuren aan te duiden. Ze zitten in een positie van relatieve macht. Sitalpersad was de pleegzoon van Barnet Lyon. Hij was ook tolk, een belangrijke functie in die tijd. Hij was een sleutelfiguur in de Hindostaanse gemeenschap en was dus in staat om de gemeenschap te mobiliseren om zijn pleegvader te bedanken. Daarbij moest hij aan geschiedvervalsing doen. Hij moest zwijgen over de misdaden van zijn pleegvader en hem ophemelen. Door die positie van macht kon hij de middelen en de mensen mobiliseren voor het standbeeld.

Bij de afschaffing van slavernij in 1863 hebben de ex-totslaafgemaakten massaal dank betuigd aan Willem III omdat hij de wet ondertekende die slavernij heeft afgeschaft. Er werden lofliederen gezongen voor de koning. Maar daarbij werd niet verteld dat in de wet stond dat de daders van een misdaad tegen de menselijkheid een geldelijke compensatie kregen en de slachtoffers met lege handen kwamen te staan. Die bepaling stond in de Nederlandse tekst van de wet, maar is weggelaten in de Sranan Tongo versie. De organisatie van geheugenverlies is een mechanisme van mental slavery. Op een soortgelijke wijze heeft Sitalpersad geheugenverlies georganiseerd door te zwijgen over de misdagen van zijn pleegvader en door hem te presenteren als de koelie papa.

Ook de geschiedschrijving van Suriname is vervalst op verschillende manieren. Het ontkennen van mental slavery is één manier. Het zwijgen van Hassankhan over de misdaden van Barnet Lyon is een andere. De hier bovengenoemde bronnen is Hassankhan niet onbekend. Ze zijn openbaar. Iedere historicus kent ze. Iedereen kan ze raadplegen. Maar je moet de koloniale bril afzetten die verhindert dat je de misdaden ziet en je dwingt om naar de kleinste detail te zoeken waarmee je de kolonisator lof kan toezwaaien. Mensen in Suriname vragen zich terecht af: waarom heeft Maurits Hassankhan die decennialang een sleutelrol heeft gespeeld in het geschiedenisonderwijs en talloze mensen heeft getraind, nooit het verhaal van Tetary naar boven gebracht. Het is niet omdat hij en de mensen die hij getraind heeft de bronnen niet kent. Het is vanwege de koloniale bril die hij heeft overgedragen heeft aan zijn studenten. Sommigen, zoals Radjinder Bhagwanbali, zijn erin geslaagd om die bril af te zetten.

Hassankhan doet in de 21ste eeuw wat Sitalpersad in de 20ste eeuw heeft gedaan: de rol vervullen van de “trouwe Hindostaan” die de hele dag bezig is om zijn meester te bedanken voor diens aanwezigheid in zijn koloniale geest.

Voor de nieuwe generatie Surinamers en historici is het tijd om het juk van mental slavery af te werpen en in de voetsporen te treden van die jonge vrouw genaamd Janey Tetary, die heeft gedurfd wat veel oude mannen als Sitalpersad en Hassankhan nooit hebben gedurfd: anti-koloniale strijd leveren voor waardigheid en zelfrespect.

Hardeo Ramadhin, een andere “trouwe hindostaan”, heeft in Dagblad Suriname deel I gepubliceerd van zijn kritiek op dekoloniale historici. We wachten de afronding van zijn meerdelige serie af voordat we op zijn kritiek antwoorden.

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)