Keuvelen over kolonialisme in Indonesië

door Sandew Hira

Er is geld….

Het is weer zover. De zoveelste poging om de anti-koloniale stemming in de Nederlandse koloniale geschiedschrijving tegen te gaan. Het (Koloniaal) Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies krijgen € 4,1 miljoen subsidie van de overheid om een geschiedschrijving neer te zetten die past in het koloniale zelfbeeld van Nederland, namelijk dat dekolonisatie niet een kwestie was van het beoordelen van een misdaad (kolonialisme), maar een kwestie van het beoordelen van geweld: was het extreem, excessief, van beide kanten etc. Het onderzoek gaat vier jaar duren.

Het onderzoek voldoet aan de norm GIGO: Garbage In, Garbage Out. Je zet er rotzooi in, dan ben je ervan verzekerd dat je er rotzooi uit krijgt. Om te zien welke rotzooi je erin en eruit krijgt, hoef je alleen te kijken naar de studie van Gert Oostindie van het KITLV, één van de trekkers van dit onderzoek. Zijn studie heb ik hier uitgebreid besproken. De conclusie uit mijn analyse van zijn boek “Soldaat in Indonesië” is als volgt: Oostindie toont ook met dit boek aan dat hij een historicus van de kolonisator. Hij spreekt vanuit de positie van de witte Nederlander die nog steeds moeite heeft om een wrede geschiedenis van koloniale onderdrukking onder ogen te zien. Dat doet hij ook nog eens vanuit een racistische opvatting over de Indonesische vrijheidsstrijd die het slachtoffer tot misdadiger maakt.”

er is een koloniaal idee….

De nieuwe studie is in de geest van het werk van Oostindie. De kern van de studie is een onderzoek naar grensoverschrijdend geweld. Naar aanleiding van de studie van Rémy Limbach over structureel excessief geweld in de dekolonisatie-oorlog is een onderzoeksprogramma opgezet dat gaat onderzoeken of de Nederlanders “tijdens de dekolonisatieoorlog structureel grensoverschrijdend geweld hebben gebruikt”. (Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 Onderzoeksprogramma KITLV-NIMH-NIOD, p. 1). Maar ze willen het geweld van de Indonesisiche vrijheidsstrijders ook voorzien van het label “grensoverschrijdend”, dus is een belangrijk deel van het onderzoek gewijd aan “de ‘Bersiap-tijd’ – van medio augustus 1945 tot begin 1946, dus voorafgaande aan de grootscheepse Nederlandse militaire inzet”.

En dan gaan deze witte Nederlanders helemaal los. Want wat is grensoverschrijdend geweld?

En dan gaan sommige witte Nederlanders helemaal los

Mag ik je een mes in de rug steken 10 cm diep of is 6 cm het maximum en daarboven is het grensoverschrijdend. Mag ik twee ballen van je afsnijden of is dat grensoverschrijdend en is de norm één. Nederlanders hebben Indonesische vrijheidsstrijders onthoofd. Hoe doe je dat op een niet grensoverschrijdende manier? Is het gebruik van een kettingzaag grensoverschrijdend? Moet je een kapmes gebruiken en dan in één slag het hoofd afhakken om niet grensoverschrijdend te zijn? Er zijn 150.000 Indonesiërs omgekomen tijdens de vrijheidsstrijd van Indonesië. Is de norm 100.000 om niet grensoverschrijdend? “Grensoverschrijdend geweld” is een item voor standup-comedy. Maar hier is het doodserieus.

Waarom is er een nadruk op de Bersiap-tijd in het onderzoek en hoe is de koppeling met grensoverschrijdend geweld? Om die vraag te beantwoorden moet we begrijpen wat het Nederlandse kolonialisme in Indonesië gedaan heeft. Daarvoor is het verhaal dat gidsen op Bali vertellen instructief.

De ware aard van de koloniale bezetting van Indonesië

Bali bestond voor de Nederlandse invasie uit een aantal Hindoeïstische koninkrijken. De Nederlanders kwamen met grof geschut: kannonen en machinegeweren. De vorsten wisten dat ze daar niet tegen opgewassen waren en besloten liever te sterven dan als slaaf te leven. Ze hadden een ritueel bedacht om dat kenbaar te maken: perang poepoetan. Dat ritueel hield in dat het hele vorstenhuis tot de laatste man en vrouw zou vechten. Letterlijk tot de laatste man of vrouw betekende dat iedereen –mannen, vrouwen, kinderen, zuigelingen – strijdend gaan sterven. Ze kleden zich volledig in witte gewaden en traden de vijand tegemoet. Vrouwen met hun kleine kinderen in de armen trokken met krissen (Indonesische dolken) en lansen naar de militairen in de wetenschap dat zij en hun kinderen door kogels zouden worden doorboord. Kinderen en mannen storten zich in hun witte kleding op de kanonnen en mitrailleurs en werden bij bosjes doodgeschoten. De koning liet zich in zijn crematiegewaad op een draagstoel naar buiten dragen. Op een teken van de koning stootte een priester een dolk in zijn hart. Hij wilde liever zelfmoord plegen dan gedood worden door de Nederlandse kolonisator. Een Perang Poepoetan kost al gauw duizenden levens. Is dit grensoverschrijdend geweld? Wie gaf de Nederlanders het recht om 8.000 km verder land van mensen van kleur te gaan bezetten en hen meedogenloos af te maken? Die vraag wordt in het onderzoek zorgvuldig vermeden.

De verovering van Bali is een model voor de verovering van de rest van Indonesië: grof geweld, veel, ongelooflijk veel moorden en wreedheden. Daarmee hebben de Nederlanders hun heerschappij gevestigd. Dat is gegrift in het geheugen van het Indonesische volk.

Toen eenmaal de heerschappij van de Nederlanders was gevestigd, hebben ze op een gewetenloze manier het Indonesische volk uitgebuit, vernederd en onderdrukt. Een schrijnend voorbeeld was het zogenaamde cultuurstelsel in de 19de eeuw waarbij de boeren gedwongen werden om minimaal 20% van hun grond te gebruiken om producten voor de Europese markt te produceren onder condities die het gouvernement stelde. Een belangrijke onderneming daarbij was de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM), opgericht door het Koninklijk Huis. De NHM heeft zich later ontwikkeld tot wat nu de ABN-AMRO is. Het cultuurstelsel heeft geleid tot enorme armoede en hongersnood voor de Indonesiërs.

Het systeem van koloniale onderdrukking, uitbuiting en vernedering heeft honderden jaren geduurd, en begon in de zeventiende eeuw door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De vernedering werd uitgedrukt in borden die bij openbare gelegenheden van Hollanders waren bevestigd: “Verboden voor inlanders en honden”. Hitler had ook zulke borden bij openbare gelegenheden voor Joden. “Verboden voor Joden.” De Nederlanders waren erger dan Hitler. Hitler had de honden nog toegelaten.

Het koloniale systeem werd niet alleen door grof geweld in stand gehouden: politie, leger, veiligheidsdiensten. De kolonisator gebruikten sociale groepen in een verdeel-en-heers strategie. Bovenaan de sociale ladder waren de witte Hollanders. Dan kwamen de Indo’s, afstammelingen van vooral Hollandse mannen die Indonesische vrouwen wisten te verleiden met geld en macht, en soms gewoon verkrachtten. Zij vervulden bestuursfuncties. Vervolgens waren Chinese kapitalisten die de handel controleerden en gehaat werden vanwege hun uitbuitingspraktijken. Dan had je Indonesische collaborateurs bij bestuur, leger, politie en inlichtingendiensten die door hun collaboratie voor veel ellende hebben gezorgd bij de grote verpauperde massa’s. Het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL) telde veel Indonesiërs die ingezet werden om  hun eigen volk te onderdrukken.

Dit is de context om de zogenaamde Bersiap te begrijpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Japan Indonesië bezet en de Nederlandse kolonialisten gevangen gezet in kampen. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 riepen Indonesische nationalisten onder leiding van Soekarno twee dagen later, op 17 augustus 1945, de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Ze zetten een leger op omdat ze wisten dat de Hollandse kolonisator niet zonder slag of stoot haar kolonie zou opgeven. In juli 1947 stuurde Nederland haar koloniaal leger om de vrijheidstrijd van de Indonesiërs de kop in te drukken. Die vuile oorlog duurde tot begin 1949 en kostte 150.000 Indonesiërs het leven.

De haat tegen de koloniale onderdrukkers en hun collaborateurs voor eeuwen van vernedering, uitbuiting en onderdrukking kwam tot een explosie tussen oktober 1945 tot begin 1946 en kostte duizenden Chinezen en Indonesiërs het leven. Het Indonesische vrijheidsleger had haar organisatie nog niet gevestigd op een wijze waarop ze alle geweld kon controleren. Sommige groepen traden onafhankelijk van elkaar op. Soms was de haat bij de vrijheidstrijders tegen de kolonisator zo groot dat geweld gezien werd als de manier om een einde te maken aan een bezetting die met geweld in stand werd gehouden. Er was nooit een vreedzame bezetting. In 1946 was de zaak gestabiliseerd en had het leger controle over het geweld. Anderhalf jaar later zouden ze het hoofd moeten bieden tegen een meedogenloze militaire invasie van Nederland.

Dit is de context van de Bersiap. Wat willen de koloniale onderzoekers van KITLV, NIMH en NIOD doen?

Ze willen de Bersiap loskoppelen van de koloniale geschiedenis. Het geweld van de kolonisator gedurende enkele eeuwen zal geen onderdeel zijn van hun onderzoek. De horrorverhalen van de Bersiap moeten laten zien dat de vrijheidsstrijd van het Indonesische volk moreel niet te rechtvaardigen was, omdat er mensen op gruwelijke wijze zijn vermoord door vrijheidsstrijders. Het geweld van de kolonisator en die van de vrijheidsstrijders worden gelijk gesteld aan elkaar. Geweld is geweld.

Maar er is een groot verschil tussen geweld van vrijheidstrijders en geweld van onderdrukkers. Als je geweld loskoppelt van het doel, dan leidt dat onherroepelijk tot een negatief oordeel van de vrijheidstrijd. Niemand doet dat als het gaat om de Tweede Wereldoorlog gaat en de strijd tegen het facisme. In februari 1945, Hitler was al praktisch verslagen, hebben de geallieerden, een vreselijk bombardement uitgevoerd op de Duitse stad Dresden met 35.000-100.000 burgerslachtoffers, onschuldige burgers. Begin augustus 1945, toen Japan al praktisch verslagen was, gooide Amerika atoombommen op Hiroshima en Nagakasi om hun nieuwe wapens uit te testen, niet omdat het militair nodig was. Onschuldige burgers waren het slachtoffers; 250.000 onschuldige burgers werden vermoord in die aanvallen. Betekent dat dat de strijd tegen het fascisme niet gerechtvaardigd was? Als er tijdens de Bersiap onschuldige mensen zijn omgekomen, betekent dat dat de strijd tegen de Hollandse bezetting niet gerechtvaardigd was? Die vraag zullen de onderzoekers niet stellen, maar dat is de vraag die ze moeten beantwoorden. Ze hebben een ander doel met hun vraagstelling naar grensoverschrijdend geweld tijdens de bersiap. Het moet twijfel zaaien over de rechtvaardigheid van de vrijheidstrijd van het Indonesische volk. Want als onschuldige mensen worden vermoord, dan moet er toch iets mis zijn met die strijd? Het doel van het onderzoek is het in diskrediet brengen van de vrijheidstrijd van de Indonesiërs. Daarom gaan ze op zoek naar verhalen in Indonesië die laten zien dat “onschuldige” mensen slachtoffers waren van het geweld van de vrijheidsstrijders. Iets wat ze nooit voor Dresden of Hiroshima zouden durven doen.

Het verhaal van de onschuld van collaborateurs moet de deur openen naar de onschuld van het kolonisator. Die meenden het toch zo goed met het kolonialisme. Ze wilden een einde maken aan de bersiap. Daarom vielen ze Indonesië binnen, toen Soekarno eenmaal de onafhankelijkheid had uitgeroepen.

Het onderzoek wil een internationale vergelijking maken. En welke vergelijking kiezen ze? Niet de vergelijking tussen de bezetting van Nederland door de Nazi’s en de bezetting van Indonesië door de Nederlandse kolonisator. Dat zou de meest voor de hand liggende vergelijking zijn. Welke mechanismen van onderdrukking hebben de nazi’s gebruikt en welke zijn door de Nederlanders gebruikt? De Nazi’s hebben geen onthoofdingen uitgevoerd in Nederland. De Nederlanders hebben dat wel gedaan in Indonesië. De Nazi’s hebben Nederland 5 jaar bezet. De Nederlanders hebben Indonesië eeuwenlang bezet. En zo kunnen we doorgaan met een internationale vergelijking. Maar daar kiezen de onderzoekers niet voor. Dit is wat ze willen: Internationaal vergelijkend onderzoek naar de specifieke aard en bredere context van dekolonisatieoorlogen en counterinsurgencies is belangrijk voor een beter begrip van de oorlog in Indonesië (1945-1950) en het daarbij toegepaste grens-overschrijdende geweld. Hierbij zullen in het bijzonder vergelijkingen worden getrokken met Frans en Brits optreden tijdens hun dekolonisatieoorlogen.”

Hoeveel ballen hebben de Britten afgesneden van hun gevangenen en hoeveel hebben de Nederlanders gedaan? Hoeveel onthoofdingen hebben Nederlanders uitgevoerd en hoeveel de Fransen? Dat is hun vergelijking. Het is om te lachen als het niet zo triest was.

Bring in the house negro

Als je € 4,1 miljoen hebt, dan is het niet moeilijk om Indonesische House Negroes bereid te vinden om mee te zingen in het koor van “grensoverschrijdend geweld.”

De Indonesische historicus Bonnie Triyana is zo’n type. In het NOS-journaal word een verslag gemaakt van zijn visie op het onderzoek: “In Indonesië wordt de onafhankelijkheidsstrijd als een glorieus en heldhaftig verhaal verteld”, zegt Triyana in gesprek met NOS-correspondent Michel Maas. “In de geschiedenislessen over deze periode is het aantal doden ondergeschikt aan het resultaat. Het is gewoon de prijs die we als natie voor onze onafhankelijkheid moesten betalen.”

En dat verhaal wil Triyana bestrijden. Ik wil hem horen vertellen aan de Nederlanders: “Jullie bevrijdingsstrijd tegen de Duitsers heeft onschuldige mensen het leven gekost. Dat is niet goed. Je moet het verhaal bijstellen.” De Nederlanders zouden hem aan zijn ballen ophangen en met pek en veren besmeuren.

NOS: “Een onderwerp waar volgens Triyana in eigen land meer over verteld moet worden is de Bersiap, de gewelddadige periode die enkele maanden na de capitulatie van Japan volgde. De Indonesische soldaten, gevoed door nationalistische gevoelens, doodden tussen oktober 1945 en begin 1946 duizenden Nederlanders, Chinezen en Indo’s en alles wat leek op enige vorm van buitenlands gezag. Een groot deel van de slachtoffers bestond uit kinderen, vrouwen en ouderen. ‘Het is belangrijk dat we ook deze kant van het verhaal gaan vertellen’, zegt de redacteur van het geschiedenistijdschrift Historia. ‘Deze slachtoffers waren geen strijders, zij hoorden niet te sterven in deze oorlog.’”

Ja, dat geldt ook voor Dresden en Hiroshima: onschuldige mensen die niet hoefden te sterven. Er is toch iets mis met het glorieuze verhaal van de strijd tegen Hitler en het fascisme.

NOS: “Als het aan de jongere generatie historici in Indonesië ligt, gooien zij zelf ook de archieven open. Dat bleek onlangs ook in Jakarta tijdens de presentatie van het boek Soldaat in Indonesië, 1945-1950 van de Nederlandse historicus Gert Oostindie. Aanwezigen reageerden positief op het boek, dat vol staat met getuigenverklaringen die er op wijzen dat Nederland structureel geweld gebruikte, maar ook sympathiseerde met de dikwijls onvoldoende opgeleide, piepjonge soldaten.”

Oostindië presenteerde zijn koloniaal boek in Indonesië. En wat blijkt? De Indonesische house negroes kregen sympathie voor hun onderdrukkers. De soldaten die hun huizen hadden verbrand, hun moeders, vaders, broers en zusters hadden vermoord, hun land had bezet, die soldaten waren zo piepjong. Wat erg voor de soldaten! Laten we onze familie en ons land vergeten en ons druk maken over de leeftijd van de bezetters. Hoe jong waren de Duitse soldaten die Nederland hadden bezet? Ik heb nooit gezien dat er sympathie was voor piepjonge Nazi’s? Hoe jong waren de vrijheidstrijders tijdens de bersiap? Ik ben benieuwd of het argument van de leeftijd gebruikt zal worden om sympathie te creëren voor de bersiap. Het toont hoe diep de kolonisatie van de geest is bij het publiek dat Oostindie’s boekpresentatie bezocht.

NOS: “Triyana was aanwezig bij de presentatie. Toen de hoogleraar zich hardop afvroeg waarom in Indonesië niemand zo’n boek vol getuigenissen en documenten uit het Indonesisch archief schreef, riep hij spontaan uit: ‘Ik wil dat wel doen!’ ‘Het is nu het juiste moment om de archieven te heropenen, of de uitkomst nou zwart of wit is. Door de confrontatie met het verleden op te zoeken, leren we ook hoe we ermee moeten omgaan’, aldus Triyana.”

Triyana doet alsof er nooit eerder is nagedacht over dekolonisatie van de geschiedschrijving. Geen woord van kritiek op Oostindie, maar een enthousiaste bijval voor zijn koloniale visie op de geschiedenis van Indonesië.

Het nieuwe klimaat

Het onderzoek moet beschouwd worden tegen de achtergrond van wat er in Nederland gebeurd t.a.v. de geschiedschrijving van het kolonialisme. Oostindie was de hoofdmatador in de kolonisatie van de geschiedschrijving “West-Indië”. Zijn instituut KITLV domineerde de geschiedschrijving van Suriname en de Antillen. Daar is flinke kritiek op gekomen vanuit een dekoloniaal optiek waar ze nooit een antwoord hebben kunnen formuleren. Zie voorbeelden hier, hier en hier. Hun autoriteit was aan diggelen. Jonge Surinamers en Antillianen hebben geen boodschap meer aan de koloniale historici. De anti-Zwarte Piet beweging heeft samen met het nieuwe activisme hieraan bijgedragen.

M.b.t. de geschiedschrijving van Indonesië heeft het werk van Jeffry Pondaag en zijn Comité Nederlandse Ereschulden een nieuw klimaat geschapen. Pondaag voerde met succes processen tegen de Nederlandse staat inzake de misdaden die Nederland beging tijdens de vuile oorlog in Indonesië. Nederland stond in het beklaagdenbankje. De veteranen van deze vuile oorlog hebben daar grote problemen mee. Ze houden hun jaarlijkse herdenkingen. Hoe zouden Nederlanders zich voelen als ieder jaar in Duitsland de Duitse veteranen die Nederland hadden bezet in de Tweede Wereldoorlog bij elkaar zouden komen om hun oude banden te versterken. Het zou als een grove belediging worden opgevat.

De veteranen willen een andere stem laten horen: wij hebben misschien foute dingen, maar de Indonesiërs hebben ook foute dingen gedaan. Daarom willen ze meer onderzoek naar de foute dingen die de Indonesiërs hebben gedaan, naar de bersiap, de periode voordat Nederland Indonesië militair ging bezetten om de uitgeroepen onafhankelijkheid teniet te doen. Daarom gaat het onderzoek over grensoverschrijdend geweld en niet over koloniaal geweld en de reactie daarop sinds het begin van het kolonialisme. Daarom krijg je verhalen van Oostindie over piepjonge soldaten waar je sympathie voor moet hebben.

En dit alles gebeurt onder de mom van wetenschap: het zoeken naar nieuwe data. Maar het probleem zijn niet de data, maar de bril waarmee naar de data gekeken wordt. Die bril is een koloniale bril, het is geen wetenschappelijk bril.

Kick-off

Op 14 september organiseren de drie organisaties een kick-off bijeenkomst over hun onderzoek. Dan gaan ze gezellig keuvelen over het kolonialisme met vragen als:

  • Waarom nu pas dit onderzoek? Omdat de beweging voor dekolonisatie van de geschiedschrijving groeit en dit een manier is om de focus van die beweging te verleggen.
  • Gaat het onderzoek nog wel wat nieuws opleveren? Nee, want als je een koloniale bril op hebt, dan maakt het niet uit welke data je verzamelt. Je zult altijd vanuit die koloniale bril ernaar kijken.
  • Is het onderzoek overbodig of hard nodig. Het is hard nodig voor de kolonisator om de focus te veranderen. Het Indonesische volk heeft er niets aan om de legitimiteit van hun vrijheidstrijd aan te tasten.
Apology to Bonnie Triyana and correction

I owe an apology and correction to Bonnie Triyana.
In http://www.iisr.nl/keuvelen-over-kolonialisme-in-indonesie/ I critized him on the basis of an interview he gave to NOS Journaal: https://nos.nl/artikel/2191040-koloniale-oorlog-nederlands-indie-belangrijk-om-ook-de-slechte-verhalen-te-vertellen.html.
According to him https://www.facebook.com/bonnie.triyana/posts/10155219912139055
this interview misquoted him and thereforme my assessment of his position was based on incorrect quotes. I sincerely apologize to Bonnie Triyana for this mistake on my part. I should have contacted him to verify his position before making this assessment. I will place this apology and correction on the website of the article and mention it in the next mailing of the newsletter of IISR.

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)