Koloniale geschiedschrijving van Indonesië

door Sandew Hira

InOostindieOmslagleiding

De discussie over hoe om te gaan met het koloniale verleden is opgelaaid naar aanleiding van de perikelen rond de Gouden Koets en de vraag of Nederland schadevergoeding moet betalen aan de slachtoffers van de koloniale oorlog.

In die discussie komen we een oude bekende tegen die een leidende rol heeft gespeeld in de Eurocentrische en koloniale benadering van de geschiedenis van Suriname en de Antillen: Prof. Dr. Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal, Land- en Volkendekunde. Het woord “koninklijk” moet eigenlijk vervangen worden door “koloniaal” omdat het beter weergeeft waar het instituut voor staat. Zie voor een analyse van het werk van Oostindie m.b.t. het Caribisch gebied:  http://www.iisr.nl/wp-content/uploads/2016/05/SH_SerieWitteMensen_20131023_afl04Oostindie.pdf.

Hij heeft zich nu gericht op het koloniseren van de geschiedschrijving van de bevrijdingsstrijd van het Indonesische volk en doet dat – zoals we gewend zijn van hem – vanuit de optiek van de kolonisator. Zijn laatste boek is getiteld Soldaat in Indonesië 1945-1950. Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Promotheus. Amsterdam 2015.

Arrogantie en “objectiviteit”

In de traditie van het positivisme beschouwt Oostindie zich als de objectieve genuanceerde (witte) wetenschapper die op basis van de bestudering van de feiten tot wetenschappelijk gefundeerde conclusies komt. Indonesiërs daarentegen zijn vooringenomen in hun geschiedschrijving en presenteren een ongenuanceerd en vertekend beeld van de werkelijkheid. In DTM leggen we uit dat de scheiding tussen object en subject in de westerse epistemologie vaak een illusie is en dat iedereen praat vanuit een bepaalde positie.

Oostindie heeft grondig onderzoek gedaan – d.w.z. hij heeft veel gelezen (659 titels, 1362 bijdragen van schrijvers of sprekers) – en dat heeft hij gedaan met een onbevangen blik: “Elk van de egodocumenten apart is slechts een individuele getuigenis, maar een onbevangen, systematische analyse van het gehele corpus kan een evenwichtiger beeld opleveren, en daarmee ook meer inzicht in de oorlog op zich.” (p. 8)

Zijn werkwijze is evenwichtig, onbevangen en systematisch.

De Indonesiërs daarentegen kunnen dat per definitie niet zijn: “Tot op heden heeft geen Indonesische regering ooit belangstelling getoond voor serieus historisch onderzoek naar de dekolonisatieoorlog, al dan niet in samenwerking met Nederland uitgevoerd. Dat is niet vreemd. Onbevangen historisch onderzoek zou het beeld ondergraven van één verenigd heroïsch volk dat onder leiding van het leger de kolonisator het land uitvocht.” (p. 307).

De racistische arrogantie van Oostindie blijkt uit zijn logica. Hoe kun je weten dat Indonesisch onderzoek dat nog verricht moet worden niet onbevangen kan zijn? Het onderzoek moet nog gedaan worden door Indonesiërs (volgens hem is er geen serieus historisch onderzoek verricht door Indonesiërs op dit gebied). En Oostindie weet de uitkomst al: het zou het beeld ondergraven van een verenigd heroïsch volk dat onder leiding van het leger de kolonisator het land uitvocht. Het is per definitie zo dat Indonesiërs niet onbevangen kunnen zijn en dat onbevangen betekent de conclusie van de witte kolonisator onderschrijven. En dat alles zonder dat er zelfs een begin is gemaakt met het onderzoek!

Waarom zou onbevangen onderzoek niet kunnen leiden tot het beeld dat een verenigd volk een kolonisator verslaat? Waarom moet dat uitgesloten worden?

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)