Wat zijn de kansen voor partijen van kleur bij de komende verkiezingen?

Sandew Hira
24-12-2016

Voor wie hier belangstelling voor heeft heb ik wat cijfers bij elkaar gehaald over de kansen op zetels voor partijen van kleur.

Kolom (1): De grootste etnische groepen. De categorie “Overige niet-westers” bestaat uit tientallen nationaliteiten, van Somaliërs tot en met Irakezen.

Kolom (2): het aantal mensen per etnische groep volgens het CBS in 2016.

Kolom (3): Het aantal stemgerechtigden op basis van de inschatting dat 75% van de niet-westerse bevolking stemgerechtigd is (18 jaar of ouder).

Kolom (4): de daadwerkelijke opkomst op basis van 2012 (74%) (Opkomst max.)

Kolom (5): de opkomst van “niet-westerse allochtonen” op basis van een peiling van het bureau Motivaction in 2012.[1] (Opkomst min).

Kolom (6): het aantal “etnische” zetels op basis van een maximale opkomst en een kiesdeler van 63.000.

Kolom (7): het aantal “etnische” zetels op basis van een minimale opkomst en een kiesdeler van 63.000.

 

 

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7)
Etnische groep Bevolking Stem-gerechtigd Opkomst

max

Opkomst

min

Zetels

max

Zetels

min

Marokko 385.761 289.321 214.097 130.194 3,4 2,1
Antillen/Aruba 150.981 113.236 83.794 50.956 1,3 0,8
Suriname 349.022 261.767 193.707 117.795 3,1 1,9
Turkije 397.471 298.103 220.596 134.146 3,5 2,1
Overige
niet-westers
813.357 610.018 451.413 274.508 7,2 4,4
Totaal 2.096.592 1.572.444 1.163.609 707.600 18,5 11,2

 

Wat kunnen we uit de tabel afleiden?

  1. Het aantal etnische zetels varieert van minimaal 11 tot maximaal 18.
  2. Ik heb het idee dat de opkomst onder de kleine nationaliteiten kleiner is dan onder de grote, maar ik heb daar geen harde cijfers over.
  3. Een groot aantal zetels zit bij de kleine nationaliteit (4-7). De vier grote nationaliteiten zijn samen goed voor 7-11 zetels, waarbij Turken en Marokkanen 4-7 en Surinamers en Antillianen/Arubanen 2-4).
  4. Deze zetels worden niet alleen onder “etnische” partijen verdeeld. Ook kandidaten van kleur van reguliere partijen trekken deze stemmen.
  5. Sommige mensen van kleur stemmen niet op een “etnische” kandidaat. Sommige witte mensen stemmen op een “etnische” kandidaat.
  6. Zowel DENK als Sylvana Simons maken een goede kans om op basis van “etnische” stemmen in de kamer te komen. Maar mijn inschatting is dat de Marokkanen en Turken stemmen eerder op een etnische partij stemmen dan Surinamers en Antillianen. Die stemmen eerder op zwarte kandidaten van de reguliere partijen. Ik heb geen harde cijfers hierover. Ik kan me vergissen.
  7. Sylvana Simons zal het vooral van de Afro-stemmen hebben. De Surinaame bevolking bestaat voor de helft uit niet Afro’s (Hindostanen, Javanen en andere kleine nationaliteiten). Ik schat in dat ze een goede kans maakt op minimaal 1 zetel en DENK op minimaal 3.

 

[1] http://nos.nl/artikel/415800-lage-opkomst-allochtonen.html

 

DE SPLITSING DENK EN SYLVANA SIMONS: HOE MOET JE IN HEMELSNAAM HIERMEE OMGAAN?

Sandew Hira
24-12-2016

Een vreselijke breuk

Kun je je voorstellen? DENK is het afgelopen jaar de stem geworden van gekleurd Nederland in de Tweede Kamer. Je kunt je bedenkingen hebben hier en daar, zoals je dat bij alle politieke partijen zult hebben. Maar door de opkomst van DENK zijn de krachtsverhoudingen in Nederland aan het veranderen. Met meer zelfvertrouwen neemt de kritiek toe op racisme en islamofobie in Nederland. De toetreding van Sylvana Simons symboliseerde de combinatie van de strijd tegen racisme en islamofobie en de samenbundeling van krachten uit de diverse gemeenschappen van kleur. Het was een versterking van de anti-racisme beweging als geheel.

De uittreding van Sylvana Simons uit DENK is daarom een harde en gevoelige klap voor deze beweging. Nu is er een splitsing die zal doorwerken in de beweging. Hoe moet je daar nu mee omgaan? Dat is echt niet gemakkelijk. Ik heb opgeroepen om op DENK te stemmen en Sylvana Simons altijd met passie verdedigd. En deze splitsing brengt mij – en veel activisten – in een ongelooflijk moeilijk parket. Je wilt niet kiezen tussen twee krachten die je een warm hart toedraagt en dat hoeft ook niet als ze een eenheid vormen. Maar die eenheid is nu kapot en moeten we de scherven oppikken en zien hoe verder te gaan. Er zijn geen gemakkelijke antwoorden.

Overwegingen bij een keuze

Het liefst wil je niet kiezen, maar uiteindelijk heb je maar één stem in het verkiezingslokaal. Bovendien zijn er nog drie maanden te gaan en wil je afwachten hoe DENK en Artikel 1, de partij van Simons, zich gaan ontwikkelen.

Intussen woedt de discussie om je heen en moet je een standpunt bepalen. Hoe doe je dat?

Je kunt uitgaan van de gedachte: ik stem op mensen die op mij lijken. Dat is legitiem. Als die mensen jouw belangen verdedigen en jouw stem willen zijn, dan is dat ook logisch. Je moet dan bepalen of je op die individuen stemt in combinatie met de partij die je aanspreekt, dus als  je een Afro-achtergrond hebt, dan zoek je op de kandidatenlijst naar een Afro-kandidaat van de partij die je aanspreekt. Als je een Turk bent, dan zoek je naar de Turk van de partij die je aanspreekt. Op zich is daar niks mis mee.

Maar als je breder wilt kijken dan het individu, dan moet je partijen gaan beoordelen. Hoe doe je dat?

Je kunt naar documentatie kijken: wat is hun programma, wat zeggen ze?

Je kunt naar hun handelingen kijken, omdat er vaak een verschil is tussen woord en daad. DENK heeft een korte historie met haar optreden in de Tweede Kamer, haar Facebook filmpjes en haar optreden in de pers. Sylvana heeft zich op een geweldige wijze uitgesproken tegen racisme en Zwarte Piet. Daarom was die combinatie ook sterk.

Nu moet je kiezen tussen die twee. Het is geen prettige keuze, ééntje die je liever niet wil maken. Iedereen heeft zijn of haar eigen overwegingen. Dat respecteer ik. Hoe ga ik die keuze maken?

In zal primair kijken op welke wijze de twee partijen een stem zullen zijn van gekleurd Nederland. Onze gemeenschappen van kleur worden niet door de bestaande politieke partijen vertegenwoordigd. De Nederlandse media hebben DENK proberen te criminaliseren door de strijd in Nederland tegen racisme te verbinden met standpunten over hoe je tegenover Erdogan staat. Gaan de media Sylvana Simons proberen te criminaliseren en haar standpunt over Bouterse vragen? In de Surinaamse gemeenschap zul je voor- en tegenstanders van Bouterse hebben, dus welk standpunt ze ook inneemt, het werkt altijd tegen een deel van de Surinaamse achterban.

Ik beoordeel alle partijen – DENK en Artikel 1 – in hoge mate op basis van de binnenlandse politiek: wat betekenen ze voor de gemeenschappen van kleur hier. De buitenlandse politiek is heel belangrijk en daar is mijn beoordelingscriterium in hoeverre ze anti-imperialistisch zijn.

Van DENK weet ik dat ze zonder enige twijfel en zonder zich daarvoor te schamen een stem willen zijn van de gekleurde gemeenschap, ook al betekent dat dat een deel van de Nederlandse samenleving niets van ze moet hebben. Ik vind dat een prima standpunt, omdat als je zoekt naar een partij die voor de hele samenleving is, dan kun je nu al kiezen tussen alle smaken: van de Dierenpartij tot en met de VVD. Als Artikel 1 een nieuwe partij wordt voor iedereen, dan zal ze zich in dat rijtje moeten aansluiten en zich afvragen waarom een persoon van kleur op Artikel 1 moet stemmen in plaats van op Groen Links of de PvdA, die ook zeggen tegen racisme te zijn. De meerwaarde van een partij van mensen van kleur is dat ze openlijk en zonder enige terughoudendheid zeggen dat ze de stem willen zijn van gekleurd Nederland, zoals de ouderenpartijen zonder schaamte zeggen dat de stem willen zijn van ouderen, de Dierenpartij van dieren enz.

Het is niet gemakkelijk allemaal, maar we hebben helaas niet de luxe om te zwijgen. We moeten met vallen en opstaan onze weg zien te vinden in deze moeilijke tijden.

 

De discussie met Sunny Bergman

Sandew Hira
23-12-2016

Sunny Bergman was op Radio Mart in een discussie met mij, die geleid werd door Glenn Codfried, naar aanleiding van mijn kritiek op haar documentaire. Daarin kwam te sprake dat er een goed debat moest worden gevoerd over bondgenootschap met witte mensen in de strijd tegen racisme. Mitchell Esajas van New Urban Collective bood via Facebook aan om dat debat te organiseren. Op Facebook werd enthousiast gereageerd op dit voorstel en werd een praktische invulling besproken. Moet het debat met camera’s worden opgenomen en via Facebook live worden uitgezonden? Sunny was er eerst geen voorstander van. Ik bracht het argument van transparantie naar voren. Ze ging akkoord. Moet het een debat worden of een gesprek met meer mensen? Sunny wil een gesprek. Ik zeg dat een debat een gesprek is tussen twee mensen die elkaar stellingen beoordelen. In een persoonlijke Facebook chat tussen Mitchell, mij en Sunny worden de details besproken: zondag 29 januari in Vereniging Ons Suriname van 14.00-17.00 uur. Sunny en ik houden ieder een inleiding van 20 minuten. Daarna volgt er een debat tussen ons van 30 minuten. Vervolgens krijgen twee mensen de gelegenheid om het debat te becommentariëren. Tenslotte komt er een zaaldiscussie. Het New Media Platform bood aan om de zaak met professionele camera’s op te nemen en via Facebook live uit te zenden.

Een normale gang van zaken bij de voorbereidingen van een debat, toch? Ja, als het alleen om witte mensen zou gaan. Zodra mensen van kleur in beeld komen, verandert de zaak. Dus dacht Sunny twee keer na, en kwam tot het besluit om toch maar niet in debat te gaan met mij. Waarom?

Mitchell stuurde een FB-bericht: “Sunny en ik hebben elkaar zojuist gesproken. Sunny gaf aan dat ze het format van debat niet ziet zitten omdat een gesprek uit haar ervaring met de films constructiever is.”

Om te begrijpen wat hier aan de hand is, heb je niet veel aan theorieën over white privilege, alledaags en weekend racisme. Je moet kijken naar eeuwenlang racisme dat bekend staat onder de naam institutioneel racisme.

Sinds de Witte Verlichting van Europa is er een beeld geschapen van mensen van kleur alsof ze niet rationeel zijn. Ze denken niet met hun verstand, maar met hun geslacht. Ze kunnen geen beschaafde conversatie voeren. Deze barbaren strooien direct met scheldtermen als “fuck you”, gooien met speren, schieten met geweren en zijn gewoon niet in staat om met argumenten te discussiëren.

Als – God verhoede het – er toch een gesprek tussen wit en zwart moet komen, dan mag wit wel voorwaarden stellen aan zwart.

Geen camera’s erbij. Dat doen ze alleen bij debatten tussen witte mensen, een beschaafd volk, dat geduldig luistert en debatteert. Als zwart erbij komt, loopt het gegarandeerd uit de hand en dat mag niet geregistreerd worden.

Als witte mensen kritiek geven, dan noemen ze het een discussie. Als zwarte mensen kritiek geven, dan noemen ze het een aanval. Daarom willen ze geen kritiek, maar applaus. Kritiek is destructief. Applaus is constructief. De witte eis voor het debat is: geen destructie (kritiek), maar constructie (applaus). Als zwarte mensen niet willen applaudisseren voor iedere scheet die witte mensen laten, dan zijn ze destructief bezig.

Als een wit persoon in debat gaat met een zwart persoon, dan moet je ervoor zorgen dat de witte persoon een paar zwarte medestanders met zich kan meenemen. Zonder zwarte medestanders wordt het gevaarlijk voor wit. Daarom is de eis: geen debat, maar een gesprek van wit (met zwarte medestanders) tegenover de zwarte kritiek. Net als in de good old days van slavernij waar de witte meester altijd zwarte totslaafgemaakten bij zich had als hij “in gesprek” ging met de rest van de plantage.

Als witte mensen met elkaar in debat gaan, dan is het een intellectuele exercitie tussen beschaafde mensen. Als wit en zwart in debat gaan met elkaar dan is het “wij tegenover zij”. Witte mensen kennen geen “wij tegenover zij” als ze meningsverschillen hebben.

Als witte mensen het vraagstuk van identiteit bespreken, dan heet het “het doorbreken van taboe’s”, “het bespreekbaar maken van de problemen van de multiculturele samenleving.” Als zwarte mensen over identiteit praten, dan krijgt het een negatieve label: “identity politics”.

Sunny’s opvatting dat een debat tussen haar en mij alleen destructief kan zijn is gebaseerd op die racistische noties uit de Witte Verlichting die ik hierboven heb uiteengezet. En zo iemand wil ons gaan uitleggen wat racisme is en hoe het werkt.

WHITE PRIVELEGE OFTEWEL DE ONZIN VAN HET VERANDEREN VAN ONRECHT IN VOORRECHT – ANTWOORD AAN DYAB ABOU JAHJAH

Sandew Hira
21-12-2016

Inleiding

Stel je eens voor. Je bent Jood, woont in Duitsland onder Hitler en wordt gedwongen om een Davidster te dragen. Dan komt een Duitser langs en toont zijn solidariteit met je. In plaats van te roepen: “Hier is sprake van een groot onrecht!”, roept hij: “Hier is sprake een groot voorrecht voor Duitsers. Zij hoeven geen Davidster te dragen!” Hoe zou je ernaar kijken?

Je zou denken dat dit een grote grap is uit een standing comedy show over Nazi-Duitsland. Je zou het echt niet serieus nemen.

Je bent een persoon van kleur in Nederland. Elke dag maak je mee dat jij of iemand uit je directe omgeving bij een sollicitatie moet toekijken hoe een wit persoon met dezelfde kwalificaties als jij de baan krijgt waar je beiden op hebt gesolliciteerd. Je weet dat dit niet ligt aan je kwalificatie maar aan een onrechtvaardig racistisch systeem. Elke dag moet je horen hoe Wilders je beledigt en vernedert en vervolgens ook nog eens door een rechter veroordeeld wordt maar geen straf krijgt. Je weet dat als jij Wilders zou beledigen, je achter de tralies zou belanden en voelt diep in je binnenste dat dit onrecht is. Elk jaar rond Sinterklaas worden zwarte mensen massaal beledigd en geschoffeerd in een nationale optocht, op nationale televisie en in winkels en kantoren over het hele land. Als je er iets van zegt, wordt je met de dood bedreigd. Je weet dat dit onrecht is.

Vervolgens staat een witte vrouw als Sunny Bergman op en verandert het verhaal over onrecht en roept: “Dit gaat niet over onrecht, maar over voorrecht!”. En als je als een persoon van kleur zegt: “Hé, maar dit is onzin”, staan witte en gekleurde mensen op en roepen in koor: “Dat mag je niet doen! Blijf af van onze Sunny!”

Om het in de (scheld)woorden van Dyab Abou Jahjah, leider van Movement X te zeggen: “Hey look, a white woman is sympathising with our struggle and trying to break some taboos by explaining the notions of “black-facing” and “white privilege” to the average white person, sparking hatred and anger and being considered a traitor… she is putting her carrier at risk by touching subjects that make her less popular even in so called progressive milieus. How dare she! let’s go destroy her! Because who needs allies, and fellow travellers, let’s just make more enemies! Grow the fuck up… #Puberal #SelfDefeating”[1]

Dit is geen standup comedy. Het gebeurt echt!

In deze bijdrage zal ingaan op de volgende punten:

  1. De theoretische fouten in het concept van white privilege.
  2. De praktische implicaties van het concept van white privilege.
  3. De kwestie van strategie en bondgenootschap in de anti-racisme strijd.

1. De theoretische fouten in het concept van white privilege

Het concept van white privilege heeft twee theoretische fouten.

Ten eerste, het verandert witte medeplichtigheid aan racisme in wit onschuld. Laat me een eenvoudig voorbeeld nemen. Een belangrijke erfenis van institutioneel racisme zit vandaag in de arbeidsmarkt. De onderstaande grafiek toont aan dat een kwart eeuw diversiteitsbeleid in Nederland geen wezenlijke verandering heeft gebracht in de racistische structuren op de arbeidsmarkt. Waren in de eerste jaren de verschillen in werkeloosheidspercentage ook te verklaren uit verschillen in opleidingsniveau, tegenwoordig zijn die verschillen in opleidingsniveau klein en gaat het echt om racisme op de arbeidsmarkt.

Nedwerkloosheid

Wie is verantwoordelijk voor deze situatie? Het zijn niet de mensen van kleur die in de structuren van werving en selectie zitten. Het zijn witte mensen die verantwoordelijk zijn voor deze situatie omdat ze in die structuren zitten.

De analyse van white privilege maakt die medeplichtigheid onzichtbaar door een verhaal te construeren van twee mensen die solliciteren – een witte en een zwarte – en de keuze een kwestie van wit voorrecht te laten zijn in plaats van witte onderdrukking. De witte selecteur is vervangen door een witte sollicitant die part noch deel heeft gehad aan het selectieproces.

Ironisch genoeg pretendeert de theorie van white privilege dat het racisme zichtbaar maakt, maar het tegendeel is waar. De witte medeplichtigheid aan racisme is onzichtbaar gemaakt omdat het verhaal is veranderd in een verhaal over een witte onschuldige die wel profiteert van, maar niet verantwoordelijk is voor racisme. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de witte persoon die profiteert en een onzichtbaar systeem dat die voorrecht mogelijk maakt, terwijl voorrecht en medeplichtigheid in werkelijkheid direct en nauw met elkaar verbonden zijn. Daarmee bevordert het concept van white privilege het idee van witte onschuld.

In de theorie van white privilege krijg je uitspraken als “ik maak meer kans op een baan als ik solliciteer dan mijn zwarte kennissen”, dus zonder de toevoeging “omdat mijn witte tante in de sollicitatiecommissie zit.” Abou Jahjah gaat al enthousiast applaudisseren voor Sunny Bergman bij de eerste zin. De toevoeging willen ze liever verzwijgen.

De tweede fout in de theorie van white privilege is de verandering van onrecht in voorrecht. Eeuwenlang hebben gekoloniseerde volkeren met hun intellectuele leiders analyses gemaakt van racisme: aard, ontstaan, ontwikkeling. Er is een traditie opgebouwd van analyses die gebaseerd zijn op het ontleden van mechanismen van institutioneel racisme waarbij begrippen als onrecht, onderdrukking en uitbuiting voorop staan en hun oorsprong vinden in kolonialisme en slavernij. Als je in die traditie zit, dan weet je dat racisme gaat om vernedering, uitbuiting, onderdrukking van mensen van kleur. Je analyseert die mechanismen en instituties van onrecht. White privilege zet de zaak op zijn kop. Onze zorg is niet meer de onderdrukte mens. Onze zorg is het ongemak en de onschuld van de onderdrukkers! We strijden niet meer tegen onrecht. We moeten gaan strijden tegen voorrecht. Hoe krom wil je het hebben?

2. De praktische implicaties van het concept van white privilege

Wat zijn de praktische implicaties van de verandering van de strijd tegen racisme in een strijd tegen onrecht naar een strijd tegen voorrecht?

Het deradicaliseert de strijd tegen racisme. In plaats van de focus te leggen op de organisatie en empowerment van de gemeenschappen van kleur moeten we ons gaan druk maken over hoe wij een inlevingsvermogen moeten gaan ontwikkelen om meer begrip te hebben voor witte mensen die worstelen met hun “witte voorrechten”. Ons probleem moet kennelijk nu zijn hoe we white saviour Sunny Bergman moeten ondersteunen als diehard racisten haar bekritiseren. Hoe zit het met mensen van kleur die al eeuwenlang bekritiseerd worden omdat ze de witte woede niet willen behagen? Sinds wanneer is dat minder belangrijk geworden dan het slachtofferschap van Sunny Bergman?

Zwarte documentairemakers die niet eens een baan kunnen krijgen vanwege een systeem van onrecht moeten hun sympathie gaan betuigen voor white saviour documentairemaker Sunny Bergman die opereert in een systeem van voorrecht. Dat is de wereld op zijn kop. Niet Sunny Bergman moet gevraagd worden om te zeggen: “Deze documentaire had gemaakt kunnen worden door een zwarte filmmaker, maar dat is niet gebeurd omdat ik mijn witte voorrecht om het te maken heb opgeëist.” De zwarte documentairemaker moet geleerd worden om te zeggen: “Dankjewel Sunny voor deze documentaire” en vervolgens ook getraind worden om de toevoeging weg te laten “die ik beter had kunnen maken dan jij, omdat ik een betere theorie over racisme heb”.

3. De kwestie van strategie en bondgenootschap in de anti-racisme strijd

Met de opkomst van extreem-rechts en de neergang het Westers kolonialisme zullen de gemeenschappen van kleur de grootste klappen krijgen. Extreem-rechts richt zich niet alleen op racisme. Het richt zich ook op de linkse beweging die strijdt tegen het kapitalisme. In die strijd is een bondgenootschap van de gekleurde gemeenschappen met linkse krachten in de witte gemeenschap van cruciaal belang.

Waarop moet zo’n bondgenootschap gebaseerd worden?

Ten eerste op een program van eisen. Een cruciaal onderdeel heeft betrekking op arbeid en inkomen: de noodzaak van quota-regelingen. De eis voor quota-regelingen moet gekoppeld worden aan de eis om gelden die besteed worden aan gemeenschappen van kleur te gunnen aan mensen van kleur. Anti-racisme bureaus die nu vooral door witte mensen worden bemenst, moeten door mensen van kleur worden bemenst, en niet alleen de positie van stagiaire, maar ook de positie van directeur. Documentaires gewijd aan de gemeenschappen van kleur moeten door mensen uit die gemeenschappen worden gemaakt. Bij vrouwen is dat vanzelfsprekend. Ik moet nog eens zien dat bureaus voor vrouwenemancipatie voornamelijk door mannen zouden worden bemenst.

Hierover moeten witte linkse organisaties het eens zien te worden met organisaties uit de gekleurde gemeenschappen.

Ten tweede, de erkenning dat er een diversiteit aan analyses is. We weten dat sommige analyses wel toegang krijgen in de mainstream media en andere niet. In de anti-racisme beweging kun je niet doen alsof de analyse van White Privilege de enige correcte analyse is en dat kritiek daarop gelijk staat aan onvolwassenheid zoals Abou Jahjah in zijn bijdrage stelt.

Ten slotte, de anti-racisme beweging moet gekenmerkt worden door een vrijheid van debat. Een kritiek op een theorie moet niet gebracht worden als een kritiek op een persoon. Het gaat niet om de persoon van Sunny Bergman. Het gaat om de theorie van white privilege.

 

Op deze basis is een bondgenootschap heel goed mogelijk. Anders houden we elkaar voor de gek.

 

[1] Facebook Dyab Abou Jahjah, 19-12-2016 15:07

SUNNY BERGMAN EN HET VERSCHIL TUSSEN VOORRECHT EN ONRECHT

Sunny Bergman is het lieverdje van de VPRO en de witte linkse elite in Nederland. Een beetje anti-racistisch, een beetje kritisch en gesubsidieerd met geld dat bedoeld is voor de zwarte gemeenschap documentaires maken die een beetje ongemak veroorzaken bij witte mensen, maar ook niet teveel. Je kietelt het ongemak, zodat de witte elite kan zeggen: zit wat in, maar gelukkig laat onze Sunny zien dat we er mee willen dealen op prettige manier: veel praten en koffie drinken met elkaar. Niks institutioneel racisme.
Dat was met de documentaire over Zwarte Piet het geval en nu ook met de documentaire Wit is ook een kleur.
De formule is dezelfde: je neemt een onderwerp dat zwarte activisten op de agenda hebben gezet. Je weet dat daar twee stromingen zijn: activisten die racisme analyseren vanuit het concept van institutioneel racisme en in de lange traditie zitten van radicale decoloniale strijd (Malcolm X, Frantz Fanon, Marcus Garvey etc) en activisten die racisme analyseren vanuit het concept van de scheve interactie tussen mensen (alledaags en weekend racisme, intersectionaliteit) die blijft in de traditie van wit liberalisme.
Vanuit institutioneel racisme stel je bij de documentaire van Bergman al gauw de vraag: waarom worden een kwart eeuw nadat gemeenschappen van kleur gekwalificeerde documentairemakers hebben opgeleverd zwarte documentairemakers niet in staat gesteld om voor de Nederlandse televisie een ongemak te presenteren dieniet kietelend maar confronterend is, zoals je bij zwarte documentairemakers ziet in Engeland of Amerika.
Het concept van witte privilege kietelt wit ongemak. Tja, we zijn bevoorrecht; het is nu eenmaal zo gegroeid en ja moeten daar eens iets aan doen, maar we bedoelen het goed.
Vanuit institutioneel racisme gebruiken we het concept van wit onrecht, niet wit voorrecht. Het verschil tussen voorrecht en onrecht is dat voorrecht kietelt, onrecht confronteert. Bij wit privilege gaat het om een situatie die ontstaan is en vervelend is. Bij onrecht gaat het om een situatie die in stand gehouden wordt en strijd vereist om die te veranderen. Bij voorrecht kun je een wijntje drinken en praten over hoe zwarte mensen meer voorrechten krijgen. Bij onrecht klaag je een systeem aan en wil je fundamentele veranderingen zoals quota-regelingen.
Bergman laat een geliefd experiment zien bij cursussen over wit privilege. Een groep van zwarte en witte mensen staan op een rij. Er wordt een vraag gesteld zoals: “Als ik winkel kan ik er redelijk zeker van zijn dat de bewaker mij niet in de gaten zal houden.” Als je “ja” antwoordt, dan doe je een stap naar voren. Je houdt je adem in: gaan zwarte mensen een stap naar voren doen? Nee! Zijn het echt de witte mensen die een stap naar voren doen. Wie had dat gedacht? Wat een geweldige verrassing!
De vragen zijn kietelend, niet confronterend. Dit is een voorbeeld van een confronterende vraag: “Als ik en een zwarte documentairemaker een programmavoorstel indienen bij de VPRO om racisme te behandelen, dan zal de VPRO mij de opdracht geven, mits ik extra geld weet te halen uit subsidiepotjes die bedoeld zijn voor de zwarte gemeenschap.”
Sunny Bergman kan nu twee stappen naar voren doen. De komende tijd zullen er ongetwijfeld meer stappen volgen, omdat de zwarte gemeenschap nog niet zover is dat ze kan eisen: quota-regelingen bij de publieke omroepen die zwarte filmmakers in staat stellen uit het reguliere budget programma’s te laten maken over racisme.
Tot die tijd geld: een kinderhand is gauw gevuld en werk maar liever met het concept van voorrecht in plaats van onrecht.

Sandew Hira: 20 Questions and Answers about Reparations for Colonialism

Titel: 20 Questions and Answers about Reparations for Colonialism
Auteur:  Sandew Hira
Prijs: € 7,50
ISBN: 978-90-74897-80-8
Bestellen: info@amritpublishers.com

Sandew Hira is een onafhankelijke onderzoeker en activist. Hij is directeur van het International Institute for Scientific Research, dat onderzoek bevordert naar de dekolonisatie van de geest.

Inhoud

Dit boek verzamelt de belangrijkste feiten en inzichten met betrekking tot herstelbetalingen en plaatst het debat over dit onderwerp als deel van een voortdurende strijd tegen dekolonisatie van de geest. Het doel van het boek is om materiaal te verschaffen voor discussie en debat over herstelbetalingen. Het behandelt zowel herstelbetalingen voor de trans-Atlantische slavernij als voor kolonialisme in het algemeen. Sommige delen concentreren zich op slavernij omdat veel stellingen en argumenten specifiek betrekking hebben op slavernij.

Het laatste hoofdstuk behandelt een nieuw economisch model voor de berekening van herstelbetalingen. Deze berekeningen zijn gebaseerd op een wiskundig model en een computerprogramma dat simulaties uitvoert om de omvang van de schade te schatten die kolonisator heeft veroorzaakt en de impact die deze heeft gehad op de welvaart van Europa en Amerika.

Het boek is in het Engels.

Stephen Small/Sandew Hira: 20 vragen en antwoorden over het Nederlandse slavernijverleden en haar erfenis

Titel: 20 Questions and Answers on Islam and Women from a reformist vision
Auteur: Stephen Small/Sandew Hira
Prijs: € 7,50
ISBN: 978-90-74897-83-9
Bestellen: info@amritpublishers.com

Stephen Small is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam voor de NiNsee leerstoel en assistant profesor African American Studies aan de University of California, Berkeley.

Sandew Hira is directeur van het International Institute for Scientific Research in Den Haag.

Inhoud

Veel mensen in Nederland denken dat slavernij en de slavenhandel zaken zijn die lang geleden zijn voorgevallen, van geringe betekenis zijn geweest en weinig relevant zijn voor de huidige Nederlandse samenleving. Maar niets is verder van de waarheid. De waarheid is dat politiek, economie, godsdienst, architectuur en kunst in Amsterdam zijn onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse slavernij en haar erfenis.

Dit boek beschrijft de geschiedenis en de erfenis van de Nederlandse slavernij en de slavenhandel in de vorm van 20 vragen en antwoorden.

 

Asma Lamrabet: 20 Questions and Answers on Islam and Women from a reformist vision

Titel: 20 Questions and Answers on Islam and Women from a reformist vision
Auteur: Asma Lamrabet
Prijs: € 7,50
ISBN: 978-90-74897-84-6
Bestellen: info@amritpublishers.com

Asma Lamrabet is director of the Studies and Research Centre on Women’s Issues in Islam of Rabita Mohammadia des Ulemas located in Rabat, Morocco since 2011.

Inhoud

Eeuwenlang is het vraagstuk van “vrouwen in de islam” gegijzeld geweest tussen twee tegenovergestelde maar even radikale perspectieven: de een is star, Islamitisch en conservatief en de ander is westers, etnocentrisch en islamofobisch.

In 20 Questions and Answers on Islam and Women bekritiseert Asma Lamrabet beide perspectieven vanuit een reformistische benadering. Ze weegt hun stellingen af tegen de bronnen – de Koran en de Hadith – en analyseert de verschillende argumenten tegen de interpretaties van de bronnen.

De hypocrisie rond de Armeense genocide

Sinds de opkomst van DENK hebben we een nieuw fenomeen: nooit maakte Humberto Tan of Matthijs van Nieuwkerk zich druk om historische misdaden. Plotseling is de Armeense genocide uit 1915 een geweldig moreel probleem geworden in de Nederlandse samenleving. Je ziet vreselijke foto’s van jonge Armeense meisjes die gekruisigd zijn geworden. De wreedheden die Turkse militairen hebben begaan jegens Armeniërs worden breed uitgemeten. Tan, Van Nieuwkerk en de hele meute van journalisten en politici huilen tranen met tuiten van verdriet over zoveel onmenselijkheid. En ze vragen ons om mee te huilen. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet.

Ik roep al die verdrietige journalisten en politici om hun oprechtheid te tonen en de tegen Armeniërs luid en duidelijk te zeggen: wij willen dat de Turkse regering net zo omgaat met de Armeense genocide zoals de Nederlandse regering is omgegaan met slavernij in Suriname en de bezettingsoorlog in Indonesië, we willen niet met twee maten meten. We willen dat de Turkse regering net zo omgaat met de Armeense genocide zoals de Belgische regering is omgegaan met de genocide in de Congo of de Duitse regering is omgegaan met de genocide van de Herero’s in Namibië. België en Duitsland zitten samen met Nederland in de EU. Deze banden zijn sterker dan die met de Turkse regering. Hoe zijn Nederland, België en Duitsland omgegaan met de bovengenoemde historische misdaden. Hebben ze herstelbetalingen gedaan? Hebben ze die misdaden erkend? Hebben ze onderwijsprogramma’s opgezet om de misdaden te herdenken?

Wie over de Armeense genocide begint, moet niet stoppen bij Turkije, maar beginnen in het land waar we wonen en de landen die in de EU zitten. Als je daar stopt, heb je ieder moreel recht verspeeld om over de Armeense genocide te klagen, want dan is gewoon een onderdeel van een ordinair politiek steekspel. Dat is misbruik van het leed van het Armeense volk.

 

Sandew Hira

24-5-2016

Waarom ik komende verkiezingen denk ga stemmen?

Ik ben geen lid van DENK. Ik ambieer geen positie in welke structuur dan ook. Ik ben een intellectueel en activist die politieke partijen beoordeelt op basis van de vraag welke bijdragen zij leveren in de strijd van de gemeenschappen van kleur voor emancipatie en respect. In activistische kringen leeft de vraag: wat gaan we bij de komende verkiezingen doen en hoe staan we tegenover een partij als DENK? Die discussie wil ik met deze bijdrage stimuleren onder activisten van kleur en mensen die positief staan tegenover onze strijd. Ik zal de komende tijd dan ook reageren op tegenargumenten (niet op emoties) van mensen die de discussie met mij willen voeren.
Ik geef drie hoofdargumenten waarom ik actief zal oproepen om komende verkiezingen op DENK te stemmen. In de discussie zullen dan wel meer argumenten volgen.
Ten eerste, er bestaat geen ideale partij die al mijn dekoloniale principes deelt. Dus moet ik partijen beoordelen ten opzichte van elkaar. Ik beoordeel DENK ten opzichte van de zittende politieke partijen en partijen die een reële kans maken om een zetel te bemachtigen bij de verkiezingen. De vraag is dus niet: is DENK mijn ideale partij, maar welke van de partijen in het huidige krachtenveld behartigen als beste de belangen van de gemeenschappen van kleur. Dus wie zegt dat DENK niet je partij is, moet tegelijkertijd aangeven welke partij volgens jou wel als beste de belangen van onze gemeenschappen behartigt en waarom je dat denkt. Het gaat om de vraag: op welke partij ga je oproepen om te stemmen? Het gaat niet om de vraag: wat is je ideale partij?
Ten tweede, ik hanteer het criterium van moed in het parlementaire systeem. DENK toont aan dat zij in het parlement zonder enige angst racisme in de argumenten van politici van links en rechts kan ontmaskeren, bekritiseren en alternatieven bieden. Dat gaat over een brede linie: hoe om te gaan met de hypocrisie van de vrijheid van meningsuiting, de discussie over slavernij, culturele kaping bij Hindostanen, bescherming van de moskeeën, het vluchtelingenvraagstuk etc. Onze kamerleden van kleur kunnen een voorbeeld nemen aan de moed van de kamerleden van DENK. Iedere verkiezingen komen de gekleurde kamerleden van de andere partijen in onze gemeenschappen bedelen om onze stemmen, maar als het erop aan komt, dan kiezen ze feilloos voor hun eigen goedbetaalde positie in de kamer in plaats van de belangen van onze gemeenschap. Door de PvdA te verlaten, hebben de kamerleden van DENK laten zien dat ze van een andere slag zijn en de moed hebben om daar te gaan waar de andere kamerleden van kleur het laten afweten.
Ten derde, DENK veroorzaakt een verschuiving in de krachtsverhoudingen tussen wit en gekleurd in de samenleving en tussen racistisch en anti-racistisch. Door hun radikale gekleurde geluid in de Kamer – en daardoor in de maatschappelijke discussie in de media – scheppen zij ruimte om discussie te koppelen aan beleid. Een voorbeeld is het debat over het Nederlandse slavernijverleden waarin ze met het beleidsvoorstel zijn gekomen om het oud-Ministerie van Koloniën te veranderen in “Museum van Koloniën”. Dit opent de ruimte voor activisten om handen en voeten te geven aan onze eis voor dekolonisatie van de geschiedschrijving.

Ik kan nog meer argumenten bedenken en ook ingaan op de argumenten die tegen DENK worden gebruikt. Laten we dat maar in de discussie doen.

Sandew Hira

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)