Donald Trump en de val van het Amerikaans imperialisme

Sandew Hira
3-8-2018

Donald Trump is ongetwijfeld de meest racistische president van Amerika van de afgelopen decennia. Zijn uitspraken en beleid hebben fascistische trekken. Het immigratiebeleid t.a.v. Latino’s en moslims zijn uitgesproken racistisch en islamofobisch. De verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jerusalem, het vuren van een raket op Syrië n.a.v. een zogenaamde gifgas aanval, de continue dreiging met oorlog tegen alles en iedereen. Dit alles lijkt het beeld te bevestigen van een man die de Derde Wereldoorlog kan inleiden. Tegelijkertijd zien we verwoede pogingen van Trump om vrede te sluiten met Noord Korea en de verstandhouding met Rusland te verbeteren. In Amerika is met name vanuit de Democraten een enorme campagne om dat tegen te gaan. Om deze ontwikkeling te begrijpen moeten we de val van het Amerikaans imperialisme analyseren.

Het Westers kolonialisme is gestart in 1492 met de Spaanse bezetting van Inheems land in Amerika. Verschillende andere Westerse landen hebben de rol van de grootste kolonisator overgenomen: Portugal, Nederland, Frankrijk en Engeland zijn de belangrijkste spelers geweest. Ooit waren Spanje en Portugal het centrum van de wereld. Nu is Amerika het centrum van de wereld. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat over 50 jaar Amerika dezelfde status kan hebben als Spanje of Portugal nu. Het Spaans imperium heeft ruim 200 jaar geduurd.

Het Amerikaans imperium dreigt nu in amper 100 jaar haar rol te verliezen als de leider van de oude koloniale machten. Er zijn nu nieuwe spelers op het wereldtoneel die haar macht uitdagen: Rusland en China. Iran, die geen aspiraties heeft om tot een wereldmacht uit te groeien, durft de Amerikaanse macht in de regio wel uit te dagen.

Voor het Amerikaans establishment is de grote vraag hoe om te gaan met de neergang van hun imperium. Er zijn grofweg twee stromingen.

Een stroming die gelooft dat Amerika nog steeds supermachtig is om haar wil op te leggen aan de wereld en dat wil doen met een combinatie van economisch, politieke en militaire middelen. Die stroming is zowel onder Democraten als Republikeinen goed vertegenwoordigd. Hillary Clinton is bij uitstek de vertegenwoordiger van deze stroming. Haar uitspraak over de moord op Ghadaffi in Lybia (“We came, we saw, he died)” is typisch voor de arrogantie van het oude imperium.

Een stroming die meent dat Amerika haar macht in de wereld heeft verloren vanwege kostbare oorlogen en het verwaarlozen van de binnenlandse kracht van het imperium. Deze stroming wil af van dure oorlogen en zich concentreren op de economische opbouw van Amerika. Trump vertegenwoordigt die stroming met zijn slogan “Make America great again” en “America first”. Maar ook een groot gedeelte van de Amerikaanse bevolking is moet geworden van de dure oorlogen en de slechte economische situatie. Die kozen daarom voor Trump.

De Trump stroming heeft een heldere lijn m.b.t. oorlog:

  1. Voorkom een oorlog met de grote machten China en Rusland.
  2. Sluit vrede met Noord Korea zodat dat het Amerikaans leger zich kan terugtrekken uit Korea. De Chinese claims op enkele eilanden in de Zuid-Chinese zee met een dimensie van een mogelijk militaire conflict tussen China en Amerika en de dreiging van een nucleaire oorlog met Noord-Korea waren steeds de rechtvaardiging geweest om de Amerikaanse troepen in Zuid-Korea en Japan te houden.
  3. Verbeter de verstandhouding met Rusland zodanig dat Rusland een bondgenoot in plaats van een vijand is.
  4. Iedereen die profiteert van de Amerikaanse militaire macht moet ervoor betalen in plaats dat Amerika betaalt om haar militaire macht te behouden. De NATO moet betalen. Saoedie Arabië moet betalen. Japan moet betalen. Als dat leidt tot een vermindering van de steun van de bevolking in die landen voor Amerika, dan moet dat maar zo zijn.
  5. Concentreer je op een mogelijke oorlog met Iran. Het Midden-Oosten is de regio waar de Amerikaanse macht in militair opzicht de grootste problemen heeft. Amerika heeft in Syrië samen met Israël ISIS en soortgelijke groepen gesteund. Assad is met steun van Iran, Rusland en Hezbollah erin geslaagd om de oorlog te winnen. Dat is een enorme klap voor Amerika en Israël. Als Rusland een bondgenoot wordt, dan is het mogelijk om de focus te verleggen naar Iran: het steunen van de oppositie tegen het regime en het voorbereiden van een oorlog tegen Iran. Als Iran verslagen wordt, dan wordt de belangrijkste steunpilaar voor het Palestijnse volk verslagen.

 

Een oorlog tegen Iran is geen eenvoudige zaak. Iran is geen Irak. Saddam Hoessein had niet de steun van zijn volk. Ondanks de verschillen in beleid tussen verschillende politieke partijen in Iran is het overgrote deel van het Iraanse volk verenigd tegen Amerika en Israël. De militaire macht en kracht van Iran is vele malen groter dan die van Irak. Een oorlog tegen Iran zou Hezbollah in Libanon onmiddellijk mobiliseren voor een oorlog tegen Israël. Als die oorlog lang duurt, dan zullen de volkeren van de pro-Amerikaanse regimes mogelijk in opstand komen.

Kortom, de enige oorlog die Amerika nog zou willen – een oorlog tegen Iran – is geen eenvoudige optie.

Het is heel goed mogelijk dat Trump blijft zitten met een beleid dat zich uitsluitend richt op economisch herstel en de buitenlandse oorlogen links laat liggen. Met andere woorden: de acceptatie van de militaire neergang van het Amerikaans imperialisme en de hoop dat de economische strijd tegen de nieuwe economische machten (China, Rusland, India etc.) gewonnen kan worden.

De dekoloniale beweging

Sandew Hira 10 juli 2018

 

Inleiding

Wereldwijd is er een enorme opgang van de dekoloniale beweging. Dit artikel bespreekt enkele hoofdlijnen en plaatst de ontwikkelingen in Nederland in een internationaal kader.

Europese kolonisatie en de Verlichting

Om de dekoloniale beweging goed te begrijpen is het van belang om de relatie met Liberalisme en Marxisme te begrijpen. Deze zijn de twee belangrijkste ideologische stromingen uit de Europese Verlichting die een stempel hebben gedrukt op het denken over vooruitgang van de mensheid.

Europese kolonisatie begon met het einde van het Moslimrijk in Zuid Spanje met de val van Granada op 2 januari 1492. Columbus die de koning(in) van Spanje al langer lastig viel met zijn plannen voor een nieuwe zeeroute naar India, vond daarna pas gehoor voor zijn ideeën. Hij vertrok op 3 augustus en zette voet aan land op 12 oktober 1492. Daarmee opende hij de deur naar de kolonisatie van de wereld door Westerse mogendheden.

Anderhalve eeuw lang werd de kolonisatie gerechtvaardigd met de Christelijke theologie. Bernal Díaz del Castillo (1492–1584), één van de militairen die deelname aan de bezettingsoorlogen tegen de volkeren van de Americas gaf dat treffend weer: “We came here to serve God and the king, and also to get rich“.[1]

Rond het midden van de zeventiende eeuw begon in Europa een nieuwe ideologische stroming die zich afzette tegen de Christelijke theologie en de basis zou leggen voor de Europese wetenschap: De Verlichting. De belangrijkste stroming in de Verlichting was het liberalisme met de volgende basisprincipes:

  • Een economische theorie die gebaseerd is op het promoten van het privé-eigendom van productiemiddelen en een vrije markteconomie. Dat zorgt voor optimale welvaart.
  • Een sociale theorie die de relatie tussen individu en samenleving zodanig positioneert dat de individuele vrijheid boven sociale samenhang staat.
  • Een politieke theorie die gebaseerd is op de neutraliteit van de staat, de scheiding der machten (wetgevende, uitvoerende en de rechtssprekende macht) en de parlementaire democratie.
  • Een culturele theorie gebaseerd op rationalisme en de superioriteit van de Westerse cultuur boven niet-Westerse culturen.
  • Een visie op wereldgeschiedenis waarbij het Westers liberalisme wordt gezien als het eindpunt van de geschiedenis. De Duitse filosoof George Hegel (1770-1831) schreef: “World history [moves] from east to west, from southeast to northwest, from rising to setting. World history has arisen in the southeast, and it has subsided into itself to the northwest.“ Naar aanleiding van het einde van de Koude Oorlog stelde de Japans-Amerikaanse neoconservatief Francis Fukuyama: What we may be witnessing is not just the end of the Cold War, or the passing of a particular period of post-war history, but the end of history as such: that is, the end point of mankind’s ideological evolution and the universalization of Western liberal democracy as the final form of human government.”

 

Rond het midden van de negentiende eeuw ontstaat binnen de Europese Verlichting een nieuwe ideologische stroming als oppositie tegen het Liberalisme – het Marxisme – met de volgende basisbeginselen:

  • Een economische theorie die stelt dat privé-eigendom van produktiemiddelen in combinatie met een vrije markt en loonarbeid de basis vormen van het systeem van kapitalisme en per definitie uitbuiting is. Het systeem wordt gekenmerkt door periodieke economische crisissen.
  • Een sociale theorie die gebaseerd is op een klasseanalyse van sociale verhoudingen. Iedere klassensamenleving bestaat uit een klasse van onderdrukkers en onderdrukten. De strijd tussen die klassen bepaalt de ontwikkeling van de samenleving.
  • Een politieke theorie die de staat ziet als instrument van de heersende klasse en de scheiding der machten als onderdeel daarvan. De politieke theorie voorziet in een socialistische revolutie die voortvloeit als een wetmatigheid van de ontwikkeling van het kapitalisme.
  • Een culturele theorie die gebaseerd is op “het wetenschappelijk socialisme” en rationalisme. Godsdienst zal vroeg of laat vervangen worden door wetenschap. Feminisme met het concept van patriarchaat is een uitvloeisel van de Marxistische analyse van het gezin.
  • Een visie op de wereldgeschiedenis waarbij een socialistische wereldrevolutie het kapitalisme omver zal werpen, een planeconomie zal vestigen en een klasseloze wereldsamenleving zal inluiden.

De Europese Verlichting in de koloniën

Beide stromingen uit de Europese Verlichting hadden aanhangers in de koloniën. Het Liberalisme was de ideologie van het kolonialisme. Het vrijheidsdenken was echter gereserveerd voor de kolonisator, niet voor de gekoloniseerde. De collaborateurs van de kolonisator hingen de theorie aan van het Liberalisme. Aangezien het Marxisme de tegenpool was van het Liberalisme is het niet verwonderlijk dat in de koloniën de anti-koloniale beweging snel onder de invloed kwam van het Marxisme, vooral na de succesvolle socialistische revolutie in Rusland in 1917. De leider van de Russische Revolutie, V.I. Lenin, had de voorwaarden geformuleerd voor succes in de strijd tegen kapitalisme: een revolutionaire voorhoedepartij en een alliantie van arbeiders en boeren in samenlevingen waar de arbeidsklasse een minderheid vormde. Het model van de Russische revolutie werd overgenomen door veel bevrijdingsbewegingen in de gekoloniseerde wereld en leidde ook tot een succesvolle bevrijding in veel landen.

Tot 1989 was de wereld verdeeld in een socialistisch en een kapitalistisch blok. In 1989 viel het socialistisch blok uit elkaar. Landen met een planeconomie gingen over naar een kapitalistische markteconomie: Cambodja, Hongarije, Polen, Roemenië, Benin, Tsjecho-Slowakije, Zuid Jemen, Oost Duitsland, Mozambique, Bulgarije, Somalië, Ethiopië, Sovjet Unie, Mongolië, Congo-Brazzaville, Albanië, Joegoslavië, Afghanistan en Angola. China, Vietnam en Cuba gingen over tot een combinatie van plan- en markteconomie.

Het Marxisme verloor haar aantrekkingskracht als een bevrijdingstheorie. Veel activisten zochten een nieuwe theorie van bevrijding. Anders dan het Liberalisme en het Marxisme is er niet één duidelijk aanwijsbare bron voor dit alternatief, dat zo langzamerhand bekend staat als “dekoloniale theorie”. Er is een breed scala aan bronnen.

De dekoloniale beweging

In de academische wereld zijn er theorieën onder noemers als “postkolonialisme, oriëntalisme, subaltern studies”. Buiten de academische wereld is er een grotere verscheidenheid.

In Afrika en de Afrikaanse diaspora zijn er verschillende stromingen met een dekoloniale ideeën. De eerste stroming wordt gevormd door zwarte Marxisten die een combinatie van klasse-analyse met ras proberen te maken. Ze analyseren de koloniale ervaring met racisme – dat afwezig is in de klassieke Marxistische analyse – en combineren dat met de klasse-analyse. W.E.B. du Bois, C.L.R. James en Walter Rodney zijn hiervan de meest aansprekende voorbeelden. De Black Panther Party paste de Leninistische theorie van de voorhoedepartij op de zwarte gemeenschap vanuit een combinatie van ras en klasse. Zwarte feministen als Angela Davis (een Marxist en latere voorzitter van de Amerikaanse Communistische Partij) maakte een verbinding tussen klasse, ras en gender via het concept van interlocking – het in elkaar grijpen van verschillende vormen van onderdrukking van sociale groepen. Later zou Kimberle Crenshaw dit concept in een liberaal jasje gieten met de term “intersectionaliteit”: een individu dat verschillende vormen van onderdrukking ervaart op een kruispunt van ras, klasse en gender.

Een tweede stroming richt zich op de beeldvorming van Afrika en de zwarte mens als minderwaardig. Ze verrichten onderzoek naar de geschiedenis van zwarte beschavingen van Afrika en corrigeren het westerse beeld van de minderwaarheid van Afrika en de Afrikanen in relatie tot de superioriteit van de witte Westerse beschaving. Deze stroming was vertegenwoordigd in de sociale beweging van de Universal Negro Improvement Association (UNIA) onder leiding van Marcus Garvey in de jaren twintig van de 20ste eeuw en de culturele beweging van zwarte kunstenaars in de Harlem Renaissance. In Europa ontwikkelde zich in de jaren dertig een beweging van zwarte intellectuelen uit de Franse koloniën die voor studie in Europa waren en zich organiseerde in de Negritude beweging met leiders als Aimé Césaire, Leon Damas en Léopold Senghor. In de jaren vijftig en zestig deed Cheik Ante Diop van Senegal baanbrekend onderzoek naar de vergelijking van de Afrikaanse en Europese beschavingen en de betekenis van de Afrikaanse beschaving voor de mensheid.

Een derde stroming ging in op de kolonisatie van de geest. Garvey introduceerde het begrip “mental slavery” en Fanon werkte dat uit in Zwarte Huid, Blanke maskers. In Afrika schreef Ngugi wa Thiong’o over hoe taal werd gebruikt als een instrument in de kolonisatie van de geest. In Zuid-Afrika zou Steve Biko als exponent van de Black Consciousness Movement dit idee in de praktijk uitwerken.

Een vierde stroming richtte zich op de politieke onafhankelijkheid. Kwame Nkrumah analyseerde de relatie tussen economie en politiek en introduceerde het begrip neokolonialisme: “The essence of neocolonialism is that the State which is subject to it is, in theory, independent, and has all the outward trappings of international sovereignty. In reality its economic system and thus its political policy is directed from the outside.”

Een vijfde stroming is geworteld in de islamitische bevrijdingstheologie. Afrika is het continent met verhoudingsgewijs de meeste moslims in de wereld. Azië telt 32% moslims (Pakistan, India en Indonesië hebben de meeste), maar Afrika telt 53%. De landen met meer dan 60% moslims zitten niet alleen in Noord-Afrika (Egypte of Marokko) maar ook in landen als Somalia in Oost Afrika of Nigeria in West-Afrika. In Amerika is er een zwarte maar wel invloedrijke stroming van Black Muslims. De overstap van Malcolm X van de ideologie van de Nation of Islam naar de Sunni versie van de islam in de wereld heeft Moslim theologen geïnspireerd om hem als deel van de zwarte islamitische bevrijdingstheologie te beschouwen. In Afrika bestond al langer een stroming van zwarte en witte Christelijke bevrijdingstheologen maar de laatste decennia kwamen er Moslim denkers zoals Farid Esack van Zuid-Afrika bij die nadrukkelijker praten over Islamitische bevrijdingtheologie in een dekoloniaal kader.

Een zesde stroming is de laatste jaren in opmars met mensen als Sabelo Ndlovu van Zimbabwe die dekoloniale Latijns-Amerikaanse theorieën toepast in intellectuele discussies in Afrika. Die stroming heeft sociale bewegingen als de Rhodes Must Fall beweging beïnvloed.

In Latijn Amerika hadden al sinds de jaren zestig Marxistische economen veel studies gepubliceerd over de economische relaties tussen het centrum (het westen) en de periferie (de vroegere koloniën) met als centrale stelling dat als de band tussen centrum en periferie verzwakte (bijvoorbeeld door oorlog) de periferie zich beter kon ontwikkelen. De Peruviaanse socioloog Anibal Quijano en de Argentijnse filosoof Enrique Dussel wezen op de culturele dimensie van het kolonialisme. Kolonialisme is niet alleen een economisch systeem maar een ook een sociaal en cultureel systeem dat kennis produceert over superioriteit en inferioriteit. Die stroming heeft haar invloed uitgebreide naar sociale bewegingen in Latijns-Amerika (Peru, Bolivia, Equador, Venezuela) waar discussies plaatsvinden over dekolonisatie van de universiteit en de waarde van inheemse kennissystemen. Er zijn zelfs universiteiten opgezet gebaseerd op deze kennis. In Mexico zijn vroegere Marxisten-Leninisten getrokken naar de deelstaat Chiapas om de Maya’s te organiseren tegen het kapitalisme en veranderden in eigen filosofie onder invloed van de Maya’s die ze dan het Zapatismo hebben genoemd.

De Latijns-Amerikanen hebben invloed gehad op veel denkers op Amerikaanse universiteiten met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Er is een groeiende groep van Chicano’s op de Amerikaanse universiteiten en in sociale bewegingen die deze theorieën gebruiken.

In Maleisië organiseert het Multiversity Network sinds 2002 om de twee jaar internationale conferenties in denkers uit Afrika en Azië bij elkaar te brengen om ideeën te ontwikkelingen om het onderwijssysteem te dekoloniseren. Eén van de leidende figuren is C.K. Raju die veel werkt verricht op het gebied van de dekolonisatie van wiskunde.

In het Midden-Oosten is er sinds de tweede helft van de negentiende eeuw onder moslim denkers een pan-Islamitische stroming ontstaan die ideeën formuleerde tegen koloniale bezetting en het kolonialisme vanuit een Islamitisch perspectief. Jamal al-Din al-Afghani (1838-1897) is daar een belangrijke exponent. Zijn debat met de Franse racistische filosoof Ernest Renan in 1883-1884 over de vraag of Islam wetenschappelijke kennis kan produceren is daarin een belangrijke mijlpaal. Die anti-koloniale traditie heeft zich voortgezet naar Iran en Irak waar denkers als Muhammad Baqir as-Sadr (1935-1980) uit Iraq de discussie aangingen met denkers uit de Europese Verlichting zoals Adam Smith en Karl Marx over economie en filosofie en hun basisbeginselen vanuit een islamitische traditie bekritseerden. In Iran ontwikkelde Ali Shariati (1933-1977) anti-koloniale idee:en die teruggrijpen naar de werken van Frantz Fanon waarvan hij delen in het Perzisch vertaalde. Shariati wordt met Khomeiny de ideoloog van de Iraanse revolutie genoemd.

Meer recentelijk zijn er denkers als de Palestijn Hatem Bazian – een van de grondleggers van Zaytuna College een islamitisch instituut voor het hoger onderwijs in Amerika – die nadrukkelijker een dekoloniale theorie verbinden met Islamitische bevrijdingstheologie.

Ramon Grosfoguel van de University of California Berkeley organiseert al tien jaar in Spanje Barcelona Summer Schools over dekoloniale theorieën. Hij is ook de grondlegger van het Dekoloniaal International Network die in Europa activisten en academici met elkaar verbindt.

De situatie in Nederland

Hoewel in Nederland verschillende groepen “dekolonisatie” hoog in het vaandel voeren, is er geen verband tussen de internationale theoretische en praktische discussies over wat het begrip inhoudt. Vaak is de discussie  beperkt tot het gevoel dat er iets gedaan moet worden met de erfenis van het kolonialisme, maar dat gevoel wordt niet verbonden met een verdieping door kennis te nemen van theorieën buiten Nederland en de vertaling daarvan in sociale bewegingen.

Dat is niet verwonderlijk. Nederland heeft net als veel Europese landen een sterke traditie vanuit de socialistische en liberale bewegingen. Veel sociale bewegingen van mensen van kleur worden beïnvloed door deze bewegingen. Op politiek niveau is DENK de enige politieke partij die probeert een verband te leggen met dekoloniaal denken. Je zou verwachten dat Bij1 vanuit haar oorspronkelijke basis in de Afro-gemeenschap de dekoloniale theorie als basis zou trachten te vinden voor haar politiek, maar deze partij is in de praktijk meer gefocust op vraagstukken van LGTB.

Het is belangrijk om het theoretisch isolement van activisten van kleur te doorbreken door de internationale discussies over dekolonisatie naar Nederland te brengen en onderdeel te laten zijn van debat en discussie.

[1] Alle verwijzingen komen uit S. Hira: Decolonizing The Mind (DTM). Imagining a New World Civilization: an introduction to decolonial theory and practice. Amrit Publishers. The Hague, December 2018.

Liberalisme en activisme: de liberale grondslag van intersectionaliteit

Sandew Hira 1 juni 2018

Decennialang was activisme tegen de heersende orde in de wereld geïnspireerd door socialistische theorieën. Met de val van het Soviet blok hebben sommige activisten hun inspiratie gevonden in liberalisme. Het lijkt vreemd, want liberalisme is de filosofie van het kapitalisme en veel activisten zijn tegen het kapitalisme. Maar zo vreemd is het niet.

De Europese Verlichting heeft twee scholen met bevrijdingstheorieën voortgebracht: liberalisme en socialisme.

Liberalisme

Liberalisme is een school in de Westerse Verlichting die de bevrijding van het individu van religieuze en sociale controle voorop stelt. Enkele centrale beginselen van het liberalisme zijn:

  1. Particulier eigendom van productiemiddelen.
  2. Vrije markt.
  3. De vrijheid van het individu staat voorop. In de balans tussen individuele en maatschappelijke belangen staat de individuele vrijheid centraal.
  4. Het politiek systeem is gebaseerd op parlementaire democratie en de scheiding der machten (wetgevende, rechterlijk en uitvoerende macht). Politieke macht is neutraal.
  5. De scheiding van kerk en staat.
  6. De filosofie van het rationalisme: de productie van kennis is gebaseerd op observatie en analyse en is objectief en universeel.

Liberalisme is de klassieke filosofie van het kapitalisme. De vrijheid van het individu is de vrijheid van de kapitalist.

Socialisme

De belangrijkste stroming in het socialisme is het Marxisme. Andere stromingen (sociaal-democratie, anarchisme, utopische socialisme) hebben in verhouding minder invloed. De Russische revolutie van 1917 heeft de Marxistische theorie in een internationale politieke macht veranderd. Veel anti-koloniale activisten – ik inclusief – hebben zich aangetrokken gevoeld tot het Marxisme vanwege haar theorie over onderdrukking en uitbuiting.

Enkele centrale beginselen van het Marxisme zijn:

  1. Een economische analyse van kapitalisme waarbij privé-bezit van productiemiddelen in combinatie met de markt per definitie uitbuiting is.
  2. Het begrip klasse (een groep mensen in relatie tot productiemiddelen) als basiseenheid in hun sociale analyse.
  3. Een visie op wereldgeschiedenis waarbij materiële krachten de ontwikkeling van de geschiedenis bepalen en zaken als cultuur en kennisproductie in hoge mate bepaald worden van deze krachten.
  4. Politieke en juridische verhoudingen worden bepaald door de heersende klasse.
  5. Het kapitalisme veroorzaakt periodieke crisissen omdat het marktmechanisme geen stabiliteit kan garanderen. Die periodieke crisissen leiden tot een revolutionaire situatie waarbij de arbeidersklasse de mogelijkheid heeft om via een revolutie de staatsmacht over te nemen en een socialistische samenleving te vestigen.
  6. Een socialistische maatschappij schaft het privé-eigendom van productiemiddelen af en vestigt een planeconomie.
  7. Een klasseloze samenleving zal georganiseerd worden op basis van wetenschappelijke kennis en zal vroeg of laat leiden tot het afsterven van godsdienst.
  8. Macht is niet neutraal, maar gebaseerd op klasse.

De Europese Verlichting

Wat hebben Liberalisme en Marxisme gemeen? Ze hebben hun wortels in de Europese Verlichting. En die heeft de basis gelegd voor Eurocentrische kennisproductie. Hun principes zijn:

  1. Het idee van universalisme van Eurocentrische kennisproductie. Concepten die door Eurocentrische denkers zijn bedacht worden geacht universele geldigheid te hebben. Economische, politieke, sociale en culturele concepten uit liberalisme en socialisme zijn objectief en universeel. Het concept van individuele vrijheid of klasse gelden overal.
  2. Het idee van exclusiviteit van de geldigheid van kennisproductie. Economische, politieke, sociale en culturele concepten die buiten Europa zijn bedacht en die haaks staan op Eurocentrische concepten worden als ongeldig, minderwaardig en niet relevant beschouwd. De Eurocentrische kennisproductie heeft een exclusieve geldigheid.
  3. De scheiding van ethiek in kennisproductie. Eurocentrische kennisproductie gaat over waar of niet waar en ethiek (goed of fout) is eruit gehaald en verborgen in “objectieve” kennis. In niet-Westerse kennisproductie is ethiek onderdeel van kennis.
  4. De beschavingsdrang. Als de eigen kennis exclusief, universeel en objectief is, dan is de beschavingsdrang een logisch gevolg. Immers, niet-Westerse gemeenschappen moeten leren die objectieve superieure kennis te accepteren omdat dat hen in staat stelt om mee te gaan in moderne beschaving.
  5. Als je vervolgens weigert om die mee te gaan met die beschavingsdrang en durft te stellen dat er andere legitieme kennis bestaat die in discussie en debat haar waarde kunnen tonen, dan treedt het mechanisme van repressie op. Als Eurocentristen geen antwoord, geen weerwoord, hebben op de kritiek op hun concepten, dan gebruiken ze macht om te verhinderen dat die kritiek wordt gehoord.

Activisme en liberalisme

Met de neergang van het socialisme (het uiteenvallen van de Soviet-Unit, de introductie van markteconomie in voormalige socialistische landen) heeft het Marxisme met haar klasse-concept haar aantrekkingskracht verloren onder activisten die zich willen inzetten voor een nieuwe samenleving zonder onderdrukking en uitbuiting. De dekoloniale beweging (die vanaf de start van het Westers kolonialisme aanwezig was) kreeg daardoor meer ruimte om zich te ontwikkelen onder activisten in verschillende delen van de wereld met verschillende filosofieën: Ubuntu, Islamic Liberation Theology, multiversity, buen vivir, zapatismo, etc.

Maar het schiep ook nieuwe mogelijkheden voor het liberalisme om een basis te krijgen onder activisten. De stroming van intersectionaliteit is de ingang van het liberalisme naar activisme.

Hoe heeft het liberalisme zich kunnen wortelen in het activisme? Door liberale concepten op te nemen in de theorie van intersectionaliteit.

Intersectionaliteit is gebaseerd op het concept van het individu. De individuele ervaring is de basis van de theorie. In het Marxisme is klasse het basisconcept in sociale analyse. In dekoloniale theorie is de institutie van kolonisator en de gekoloniseerde de basis van sociale analyse. In Islamic Liberation Theology is de ummah, de gemeenschap van gelovigen, een belangrijk concept. Intersectionaliteit neemt het liberale concept van het individu en stelt dat deze zich op een kruispunt (intersectie) van ervaringen bevindt: als vrouw, zwarte, lesbische etc. De theorie bouwt zich rond de individuele ervaringen van mensen.

Het tweede concept van intersectionaliteit dat is ontleend aan Liberalisme is universalisme. Intersectionaliteit zich zichzelf als een universele theorie en niet als een specifieke Eurocentrische theorie. Concepten als patriarchaat, feminisme, seksualiteit worden gezien als universele concepten. Het feit dat een zwarte vrouw (Kimberley Crenshaw) aan de wieg staat van deze theorie, betekent niet dat het daardoor niet Eurocentrisch is. We moeten het concept beoordelen op haar inhoud om te bepalen of het Eurocentrisch is en niet op de huidskleur of etniciteit van degene die het concept produceert.

Het derde concept van intersectionaliteit met een basis in Liberalisme is exceptionalisme. Intersectionaliteit kan zich niet voorstellen dat er andere theorieën zijn over ras, etniciteit, gender verhoudingen of seksualiteit die haaks staan op de concepten van intersectionaliteit en toch geldig zijn.

Niet alleen in haar concepten, maar ook in haar werkwijze is intersectionaliteit geworteld in de Europese Verlichting. De beschavingsdrang van de Verlichting is onderdeel van intersectionaliteit. Intersectionaliteit is niet één van de vele mogelijke geldige opvattingen over de relatie tussen gender, etniciteit en seksualiteit. Het is de enige geldige.

In het verlengde van de beschavingsdrang is ook de houding om kritiek op intesectionaliteit niet te weerspreken, maar te verzwijgen. In sommige gevallen gaat het zelfs om het verhinderen dat andere opvattingen gehoord worden.

Een belangrijke invloed van het liberalisme op activisme via de theorie van intersectionaliteit is de analyse van macht. In het Marxisme is macht gelocaliseerd in de verhoudingen tussen de klassen. De kapitalistische klasse heeft controle op de staatsmacht. De arbeidersklasse bouwt een tegenmacht via de vakbeweging en een revolutionaire partij die zich voorbereidt op een revolutionaire situatie om via een revolutie de ouder staatsmacht te vernietigen en een nieuwe op te bouwen.

In verschillende dekoloniale theorieën wordt macht geconceptualiseerd als verschillende centra voor controle en verzet in een samenleving die op gespannen voet staat met elkaar in een strijd voor menselijke waardigheid, gerechtigheid en welvaart voor iedereen.

Intersectionaliteit heeft dezelfde visie op wereldgeschiedenis als liberalisme. Die visie is goed samengevat door de liberaal Francis Fukuyama: de wereldgeschiedenis heeft haar eindpunt bereikt in de vrije markteconomie en de parlementaire democratie. Alle protest vindt binnen deze kaders plaats. Je kunt verhoudingen over gender, seksualiteit en ras/etniciteit binnen deze kaders realiseren.

Het Marxisme heeft een visie op de wereldgeschiedenis waarin de omverwerping van het kapitalisme de deur opent naar een nieuwe socialistische wereldsamenleving.

Dekoloniale theorieën schetsen een einde aan vijf eeuwen kolonialisme en een nieuwe wereldbeschaving waarin economische, politieke, sociale en culturele instituties op een globale schaal zijn gedekoloniseerd.

Intersectionaliteit heeft een analyse van individuele ervaringen en kan daarom geen visie op wereldgeschiedenis presenteren als een leidraad voor de sociale bewegingen. Om een alternatieve visie op de werelgeschiedenis te presenteren, moet je een alternatieve theorie hebben over economie, politiek, sociale en culturele verhoudigen. Dat heeft de theorie van intersectionaliteit niet. Daardoor kan ze ook geen perspectief bieden om een andere samenleving en moeten de veranderingen in gender, seksualiteit en ras/etniciteit binnen de huidige structuren plaatsvinden.

De gevolgen van de liberale invloed op activisme

De gevolgen van de invloed van het liberalisme op activisme vanuit intersectionaliteit zijn groot. Ik behandel enkele onderwerpen.

In iedere sociale strijd is het vraagstuk van eenheid van cruciaal belang. Dit vraagstuk hangt samen met je analyse van macht. In onze DTM (Decolonizing The Mind) analyse is de macht van de kolonisator gevestigd in economische, sociale, politieke en culturele instituties. In de consolidatie van macht is verdeel-en-heers een cruciaal mechanisme. Dekoloniale activisten hebben een antwoord op dat mechanisme en dat is het concept van eenheid in pluriversiteit. Dat betekent dat we kijken naar wat ons bindt en wat ons verdeelt. We beginnen met de erkenning van het recht op pluriversiteit. Iedereen in de  beweging heeft het recht op andere visies op gender, seksualiteit en etniciteit. Vervolgens kijken we naar wat ons bindt: waar zijn we het wel over eens. Daarop proberen we dan mensen bij elkaar te brengen, met elkaar te laten werken in de hoop dat gemeenschappelijke strijd een sfeer schept waarin je op een ontspannen manier ook over je meningsverschillen kunt discussiëren zonder dat het de beweging breekt.

Intersectionaliteit heeft geen analyse van verdeel-en-heers en welk antwoord daarop te formuleren. Het is al snel: it is my way or the highway. Wie het niet met me eens is, zal ik verketteren. En daardoor wordt intersectionaliteit onderdeel van het spel van verdeel-en-heers. Stel dat je vindt dat homostrijd niet je prioriteit is, maar de solidariteit met Palestina. Als je dat expliciet stelt, dan ben je automatisch homofoob en is iedere samenwerking op bijvoorbeeld racisme uitgesloten.

Het opbouwen van eenheid in de strijd is in DTM gebaseerd op het principe van vrijheid van debat, kritiek en discussie, het opbouwen van kaders in de sociale strijd en het scheppen van een sfeer van vertrouwen, liefde en betrokkenheid. In Nederland is het belangrijkste strijdtoneel de ideologische strijd tegen de colonized minds van wit en mensen van kleur. Sommige intersectionele activisten verhinderen dat mensen zich vrijuit kunnen uiten en hebben moeite dat andere meningen dan die van hen een podium krijgen. Dat schept een klimaat van intimidatie in plaats van vertrouwen, vrijheid, liefde en betrokkenheid.

In het Marxisme en decoloniale theorieën is sociale strijd altijd internationale strijd tegen imperialisme en oorlog (dat inherent is aan kolonialisme en imperialisme). In liberalisme is dat afwezig en ook in intersectionaliteit.

Otto Huiswoud was een Surinaamse marxist die deel was van de Communistische Internationale. Op het tweede congres van De Communistische Internationale in 1920 werd een resolutie aangenomen waarin activisten in de imperialistische centra werden opgeroepen om hun eigen imperialistische regimes te bekritiseren ten aanzien van hun beleid ten opzichte van hun koloniën. Het is opmerkelijk dat veel intersectionalisten en andere Nederlansde activisten volledig zwijgen over de rol van het Nederlands imperialisme in haar voormalige kolonie Suriname. Daar hebben de Nederlandse imperialisten tussen 1992 en 1996 een oorlog gefinancierd met NF 31 miljoen dat geleid heeft tot 450 doden en duizenden andere slachtoffers. Nederlandse en Surinaamse activisten zwijgen over deze misdaad van hun eigen imperialistische mogendheid. Internationalisme en anti-imperialisme is geen onderdeel van intersectionaliteit in Nederland. Er zijn geen intersectionele analyses over de oorlog in het Midden-Oosten, de dreiging van een oorlog tegen Iran, de apartheidsstaat van Israël en de strijd van het Palestijnse volk.

Het liberalisme heeft het activisme enorm verzwakt. En we dragen nu daarvan de gevolgen.

 

Ik verwijs naar mijn kritiek op de intersectionele theorie en aanverwante theoriën in de volgende links:

  1. https://www.iisr.nl/intersectionaliteit/
  2. https://www.iisr.nl/news/white-privelege-oftewel-de-onzin-van-het-veranderen-van-onrecht-in-voorrecht-antwoord-aan-dyab-abou-jahjah/
  3. https://www.iisr.nl/news/sunny-bergman-en-het-verschil-tussen-voorrecht-en-onrecht/
  4. https://www.iisr.nl/dekolonisatie-van-de-universiteit-en-diversiteitsbeleid/
  5. https://www.iisr.nl/kennisproductie/racisme-en-islamofobie/wat-is-racisme/
  6. https://www.din.today/a-decolonial-critique-of-intersectionality/
  7. https://www.din.today/sandewhira/the-theory-of-everyday-racism-which-racism-is-not-everyday-but-only-in-the-weekend/
  8. https://www.din.today/divergent-research-methodologies-diversity-and-decolonization-at-the-university-of-amsterdam/
  9. https://www.din.today/theory/
  10. https://www.din.today/the-theory-of-white-privilege-why-racism-is-not-a-privilege/
  11. https://www.din.today/a-decolonial-critique-of-the-concept-of-white-privilege-why-injustice-is-not-a-privilege/
  12. https://www.din.today/news/a-decolonial-approach-to-color/

 

DIN en Bandung

Van 4-6 mei vond in Parijs de eerste internationale conferentie Bandung of the North plaats. De conferentie werd ondersteund door de Decolonial International Network en had onder meer als keynote speaker Angela Davis. De conferentie werd geopend en gesloten door Sandew Hira, coördinator van DIN.

In zijn slotwoord gaf Hira aan dat DIN niet gezien moet worden als een vergelijkbare internationale zoals in de socialistische beweging, maar als een infrastructuur om sociale bewegingen die werken vanuit een dekoloniale optiek met elkaar te verbinden.

In het weekend daarom vond de jaarlijke DIN-vergadering plaats in Amsterdam. Daarin werd besloten tot een herstructurering van het netwerk van een losse verzamelen van organisaties en individuen naar een meer gestructureerde samenwerking met decoloniale activisten.

Lezing Ramon Grosfoguel zondag 12 mei 2018

Racism and islamophobia: the question of black/Muslim antagonisms and alliances

Op zondag 13 mei van 14.00-16.00 uur (inloop 13.30 uur) houdt Ramon Grosfoguel een lezing met discussie over het onderwerp: Racism and islamophobia: the question of black/Muslim antagonisms and alliances.

Wat is de rol van moslims in de trans-Atlantische slavernij geweest? Hoe wordt islamophobia in de zwarte gemeenschap gevoed? Wat zijn de problemen in de verhouding tussen zwarte en moslim activisten in de strijd tegen racisme en islamofobie? Wat zijn de positieve en negatieve ervaringen hiermee?

Ramon Grosfoguel is een autoriteit op het gebied van dekoloniale theorie. Hij is verbonden aan de University of California Berkeley. Hij is organisator van de jaarlijkse Summer Schools over Decolonizing Knowledge and Power in Barcelona and over Islamic Liberation Theology in Granada. Hij is een veelgevraagde spreker die in verschillende delen van de wereld uitgebreide kennis en ervaring en netwerken heeft opgebouwd.

Datum: zondag 13 mei, van 14.00-16.00 uur. Inloop 13.30 uur.

Locatie: IIRE, Lombokstraat 40, Amsterdam.

Toegang: gratis.

Nieuwe ontwikkelingen bij het Decolonial International Network

Het Decolonial International Network is bezig om haar netwerk verder uit te bouwen. In de afgelopen zes maanden zijn tal van nieuwe ontwikkelingen in gang gezet die in de jaarlijkse vergadering van DIN die in mei 218 in Amsterdam zal worden gehouden, aan de orde zullen komen.

In verschillende landen worden weekendcursussen gegeven in Decolonizing The Mind in samenwerking met diverse organisaties. De cursussen worden gegeven door Sandew Hira, coördinator van DIN. In het weekend van 24-25 Februari organiseerde de Islamic Human Rights Commission (IHRC) een cursus in London. In het weekend van 28-29 organiseert  Studio-K in Amsterdam een cursus. In het weekend van 19-20 mei organiseert SahWira Africa International een cursus in Turku Finland en combinatie met een lezing op de universiteit van Helsinki. De cursussen zijn een aanloop naar de ontwikkeling van een Decolonial University die als een online opleidingsinstituut zal worden opgezet met Ramon Grosfoguel als coordinator.

Grosfoguel zal op zondag 13 mei in Amsterdam een lezing houden over de relatie tussen racisme en islamofobie.

Franse activisten organiseren van 4-6 mei 2018 met steun van DIN een conferentie onder de titel Bandung of The North in Parijs. De conferentie is geïnspireerd op de conferentie in Bandung, Indonesië waarin leiders van landen die pas onafhankelijk waren geworden een eigen weg probeerden uit te stippelen los van de twee machtsblokken van Oost en West. Sandew Hira zal de namens DIN de conferentie openen en sluiten. Op de conferentie zullen onder meer spreken Angela Davis en Fred Hampton jr, de zoon van de vermoorde leider van de Black Panthers.

DIN heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor een netwerk van decoloniale academici die werkzaam zijn op universiteiten in de wereld. Het onderzoek gaat in op de mogelijke behoefte aan een database voor lopend en afgerond onderzoek op dekoloniale thema’s, vacatres op universiteiten met dekoloniale progamma’s, een academisch tijdschrift, gezamenlijke onderzoeksprojecten, boekpublicaties en de verbinding met activisme. De resultaten zijn binnen en zullen de komende periode nader worden geanalyseerd. Op basis daarvan zal DIN een beleid ontwikkelen.

 

De stemmen van kleur

Sandew Hira
6-4-2018

De gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 hebben het beeld bevestigd van de Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart 2017. De stem van de gemeenschappen van kleur heeft eindelijk vorm gekregen in nieuwe politieke partijen die zich niet schamen om het belang van hun gemeenschappen voorop te stellen. Tot dan toe werd die stemmen via kandidaten van kleur naar witte partijen te trekken. Als die kandidaten eenmaal in de Tweede Kamer kwamen, waren ze vooral druk bezig om te voorkomen dat die stem werd gehoord. Zoals Stephen Small zegt: je hebt zwarte politici en politici die zwart zijn.

Met de opkomst van politieke partijen van kleur is de stem van de gemeenschappen van kleur nadrukkelijker op de politieke agenda gezet. In 2017 kreeg DENK 211.808 stemmen, dat was goed voor drie kamerzetels. Artikel 1 (nu Bij1), die een stem aan de gemeenschap van kleur combineert met intersectionaliteit, kreeg 30.258 stemmen, goed voor een halve zetel.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen kreeg DENK een poot aan de grond in 17 gemeenten. In Amsterdam kwam Bij1 met één zetel in de Amsterdamse Raad en DENK met drie.

In 2017 had DENK in Amsterdam 31.512 stemmen en Artikel 1 (BIJ1) 11.424 stemmen bij de Tweede Kamer verkiezingen. In 2018 had DENK 23.138 stemmen (een afname van 26%) en BIJ1 6.571 stemmen (een afname van 42%).  De afname kan te maken hebben op de groeiende betekenis van lokale partijen.

De komende jaren zullen deze partijen hun beloften moeten waarmaken. Dan zal blijken of ze een meerwaarde hebben voor de gemeenschappen van kleur. We mogen optimistisch zijn, omdat alleen hun bestaan al de discussie over de positie van mensen van kleur onderdeel is geworden van een grote maatschappelijke discussie.

 

Weekend cursus Decolonizing The Mind: Zaterdag en zondag 28 en 29 april 2018

Achtergronden

Studio-K organiseert in samenwerking met IISR een weekend cursus Decolonizing The Mind (DTM). De weekend cursus behandelt the concepten, methoden en technieken van de theorie van DTM, met als doel om daarna te komen tot een gezamenlijk georganiseerd evenement. De afgelopen 150 jaar hebben twee theorieën over bevrijding van de mens kennis, cultuur en activisme bepaald: Liberalisme en Marxisme. Beiden zijn geworteld in de Europese Verlichting. Dekoloniaal denken is een verzameling bijdragen voor een derde theorie van bevrijding die onder verschillende labels zijn ontwikkeld: postkolonialisme, orientalisme, subaltern studies, Islamic Liberation Theology, Zapatismo etc. DTM beoogt deze bijdragen bijeen te brengen in een samenhangend theoretisch raamwerk als een alternatief voor Liberalisme en Marxisme.

De cursus is bedoeld voor activisten, studenten en academici die kennis willen maken met DTM.

Onderwerpen

De cursus behandelt de volgende vragen:

  1. Wat zijn de verschillen tussen de drie theorieën: Liberalisme, Marxisme en DTM?
  2. Hoe is het proces van kennisproductie vanuit deze drie theorieën? Welke concepten, methoden van argumentatie, houding en vaardigheden zijn daarbij vereist? Hoe is de relatie met instituties van macht?
  3. Wat is mental slavery? Hoe is onze geest, mentaliteit, houding en vaardigheden beïnvloed door het kolonialisme? Hoe komt dat tot uiting in het dagelijks leven, op werk en in het activisme?
  4. Hoe passen we DTM toe op het gebied van geschiedschrijving en het bouwen van solidariteit tussen verschillende groepen die zich organiseren rondom anti-racisme, islamofobie, diversiteit, LGTBQ+, vrouwenstrijd, intersectionaliteit, anti-imperialistische strijd en de algemene maatschappelijke discussies?

De bijeenkomst is een voorbereiding op een publiek evenement dat in juni zal worden gehouden in het kader van Keti Koti Maand waarin de deelnemers getraind worden om dit evenement vorm en inhoud te geven vanuit een DTM perspectief.

Cursus materiaal

De cursus is een intensieve interactieve oefening die begint met een voorbereiding, de cursus zelf en een traject van nazorg. Er wordt een besloten Facebook groep voor de cursus gemaakt.

In tegenstelling tot een eerder bericht zal Facebook niet gebruikt worden in de cursus, maar een E-Learning systeem: Moodle. De deelnemers krijgen toegang tot Moodle. Cursusmateriaal en communicatie tussen deelnemers voor en na de cursus vindt via Moodle plaats. Een week voor de cursus wordt het curusmateriaal in Moodle beschikbaar gesteld. Daarin worden de basisconcepten uitgelegd. Deelnemers worden geacht om de powerpoint voor de cursus te bestuderen.

Les methoden

Op de cursus wordt aan participanten gevraagd om een korte samenvatting te geven van de powerpoint.

Vervolgens wordt via debatten, korte presentaties die tijdens de cursus worden voorbereid en case-besprekingen de theorie toegepast.

Programma

Zaterdag

09.30-10.00 Inloop
10.00-10.30 Kennismaking: wie ben je en wat wil je kwijt over jezelf
10.30-12.30 Sessie 1: DTM als een derde theorie van bevrijding
12.30-13.30 Lunch
13.30-17.00 Sessie 2: mental slavery

Zondag

09.30-10.00 Inloop
10.00-12.30 Sessie 3: Toepassing DTM in dagelijks leven
12.30-13.30 Lunch
13.30-17.00 Sessie 4: Training in DTM vaardigheden in discussies, debat en activisme.

Na de cursus

Een belangrijk doel van de cursus is om deelnemers in staat te stellen om DTM toe te passen in het dagelijks leven: werk, discussie met collega’s, op school of universiteit met vrienden en familie etc.

De Facebook groep zal na de cursus actief blijven zodat mensen met elkaar kunnen blijven communiceren en elkaar kunnen helpen als ze artikelen willen schrijven of op andere manieren willen interveniëren in maatschappelijke discussies.

Over de Cursus

Deze cursus is een samenwerking met het programma School of Critics bij Studio/K waarbij maandelijks Informatieve lezingen, workshops, panels, film en/of discussieavonden over kritische en maatschappelijk onderbelichte thema’s worden georganiseerd. Dit zal zo veel mogelijk worden gedaan in samenwerking met culturele en maatschappelijke organisaties. Studio/K vindt het belangrijk om kritische discussies te faciliteren, maar deelt niet noodzakelijk de meningen en standpunten die worden vertegenwoordigd door de genodigde sprekers, partijen en/of groepen.

Datum en tijd

De cursus wordt gegeven op zaterdag 28 en zondag 29 april van 10.00-17.00 uur bij Studio/K, Timorplein 62, 1094 CC Amsterdam

Cursusgeld en aanmelding

Het cursusgeld bedrag € 40 euro en is inclusief twee lunches op zaterdag en zondag. Het maximaal aantal deelnemer is 25.

Je kunt je hier aanmelden. Het cursusgeld moet uiterlijk 15 april overgemaakt worden.

Cursusleider

De cursus wordt gegeven door Sandew Hira, coördinator van het Decolonial International Network en directeur van IISR.

Aanmelding

Aanmelding is verplicht en geschiedt via de website van IISR.

Na aanmelding moet het bedrag van 40 euro worden overgemaakt naar International Institute for Scientific Research, RABO Bank, IBAN NL35 RABO 0103 0575 60, BIC (Swift Code) RABONL2U.

Meer informatie

Email: info@iisr.nl.

Telefoon: 06-41283785

De gemeenteraadsverkiezingen van 2018

Sandew Hira
2-3-2018

Per gemeenteraad

De komende gemeenteraadsverkiezingen geven inzicht in hoe de politieke krachtsverhoudingen in Nederland zich ontwikkelen. Laten we kijken naar de opiniepeilingen rond januari – februari 2018 in vergelijking met de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014.

Onderstaande tabel is samengesteld op basis van de volgende bronnen.

  1. Den Haag: I&O Research, https://denhaagfm.nl/2018/02/21/peiling-vvd-d66-en-groep-de-mos-kunnen-de-grootste-partij-worden/
  2. Utrecht: Maurice de Hond, https://www.ad.nl/utrecht/groenlinks-grootste-partij-in-utrecht-volgens-peiling-de-hond~a908c678/
  3. Rotterdam: Maurice de Hond, https://rotterdam.groenlinks.nl/nieuws/peiling-maurice-de-hond-leefbaar-college-verliest-groenlinks-wint-fors
  4. Ansterdam: Maurice de Hond, https://www.noties.nl/v/get.php?a=peil.nl&s=weekpoll&f=2018-01-28+gdr.pdf

 

 

Partij

Den Haag Utrecht Rotterdam Amsterdam
2014 feb-18 2014 jan-18 2014 jan-18 2014 jan-18
VVD 4 7 5 7 3 6 6 6
D66 8 6 13 9 6 5 14 9
Groep Mos 3 6
Groen Links 2 5 9 10 2 5 6 9
PVV 7 4 0 2 5
PvdA 6 4 5 4 8 5 10 5
CDA 3 3 3 3 3 3 1 1
Partij vd dieren 1 2 1 1 1 1 1 2
Haagse Stadspartij 5 2
SP 2 2 4 3 5 4 6 4
50+ 2 1
Islam Democraten 2 1
Christen Unie/SGP 1 1 2 2 1 1
Partij vd eenheid 1 0
Leefbaar Rotterdam 14 7
Nida 0 0 2 1
DENK 0 2 2 3
Student en starter 1 1
Stadsbelang Utrecht 2 1
Forum v Dem. 3
BIJ1 2
Rest Amsterdam 1 0
Totaal 45 45 45 45 45 45 45 45

 

Enkele algemene conclusies uit deze tabel voor de grote partijen zijn:

  1. De VVD blijkt een sterke stabiele partij te zijn in de grote steden en groeit in Den Haag, Utrecht en Rotterdam. In Amsterdam blijft ze gelijk.
  2. D66 verliest terrein in alle steden.
  3. Groen Links wint in alle steden.
  4. De PVV verliest in Den Haag maar wint in de overige steden. Forum voor Democratie komt op in Amsterdam.
  5. Het verlies van de PvdA bij de Tweede Kamer verkiezingen zet zich door in de gemeenteraadsverkiezingen.

Politieke blokken

Laten we partijen bij elkaar groeperen in linkse en rechtse blokken.

 

Blok

Den Haag Utrecht Rotterdam Amsterdam
2014 feb-18 2014 jan-18 2014 jan-18 2014 jan-18
Rechts: VVD/CDA/D66/CU-SGP/50+ 16 19 23 21 13 15 21 17
Extreem rechts: PVV/FvD/Leefb. Rdam 7 4 0 2 14 12 0 3
Links: GL/PvdA/SP/Islam-Dem/Nida/DENK/BIJ1/PvdD 13 14 19 20 18 18 23 25
Lokaal:Groep Mos/Haagse Stadspartij/PcdEenh/Student-starter/stadsbelang Utr/Rest Adam 9 8 3 2 0 0 1 0
Totaal 45 45 45 45 45 45 45 45

 

Opmerkelijk is Amsterdam: daar vormen de linkse partijen met de partijen van mensen van kleur een meerderheid van 25 tegenover een blok van rechts en extreem-rechts van 20 zetels. Amsterdam kan dus een links college vormen met de DENK en BIJ1. Het huidige Amsterdams college bestaat uit VVD, D66 en SP. Zij gaan terug van 26 naar 19 zetels. Ze kunnen een centrum-rechts college vormen met Groen Links en hebben dan een meerderheid van 28 zetels.

Een links blok bestaande uit GL/PvdA/SP/DENK/BIJ1/PvdD is ook een mogelijkheid, maar daarvoor is politieke moed nodig.

In ieder geval is verheugend dat in Amsterdam twee partijen van mensen van kleur samen 5 zetels in de raad zullen krijgen als de prognose correct is. Hopelijk leidt dat tot meer samenwerking tussen deze groepen in de toekomst.

Rechts en extreem rechts hebben in de andere steden een kleine meerderheid: 23 zetels in Den Haag en Utrecht en 27 in Rotterdam.

Landelijke implicaties

Maurice De Hond heeft met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen een landelijke peiling opgesteld die inzicht geeft in de verschuiving van de krachtsverhoudingen.

Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, dan zou de regeringscoalitie (VVD, D66, CDA en Christen Unie) haar meerderheid van 76 zetels verliezen en terugvallen naar 62 zetels. PvdA blijft verliezen. Groen Links lijkt haar piek te hebben bereikt. DENK blijft even groot.

Partij 2017 jan-18 Verschil
VVD 33 27 -6
D66 19 16 -3
Groen Links 14 13 -1
PVV 20 15 -5
PvdA 9 13 4
CDA 19 14 -5
Partij vd dieren 5 7 2
SP 14 14 0
50+ 4 5 1
Christen Unie 5 5 0
SGP 3 3 0
DENK 3 3 0
Forum v Dem. 2 15 13
Totaal 150 150 0

 

Als we de partijen indelen naar blokken dan zien we dat het linkse blok een beetje groeit, het rechtse blok daalt, maar extreem rechts groeit van 22 naar 30 zetels.

Blok 2017 jan-18 Verschil
Rechts: VVD/D66/CDA/50+/CU/SGP 83 70 -13
Extreem rechts: PVV/FvD 22 30 8
Links: GL/PvdA/PvdD/SP/DENK 45 50 5
Totaal 150 150 0

Algemene conclusies

Extreem rechts blijkt een belangrijke factor in de Nederlandse politiek. Bijna een derde van de kiezers stemt extreem-rechts (PVV, FvD). De toekomst van Nederland wordt er niet rooskleuriger op voor mensen van kleur.

De stabiliteit van DENK op landelijk niveau en de opkomst van meerdere partijen van mensen van kleur op lokaal niveau geeft aan dat er in onze gemeenschappen nog genoeg veerkracht om de strijd tegen extreem rechts te voeren. Het grootste probleem zal zijn om de eenheid onder deze partijen te bevorderen. Dat zal respect afdwingen bij linkse witte partijen en hen sneller achter een brede beweging tegen racisme te krijgen.

Anti-racisme stemwijzer

Zie voor de standpunten van verschillende partijen m.b.t. de strijd tegen racisme: de anti-racisme stemwijzer.

Standbeeld voor Hitler in de Hitlerstraat

Sandew Hira, 2-2-2018

De discussie over de verandering van koloniale namen in de publieke ruimte en het neerhalen van standbeelden heeft weer laten zien hoe het mechanisme van kolonisatie van de geest werkt.

Het begint met gezond verstand. Je ziet een standbeeld van Hitler in een straat die heet Hitlerstraat. Je denkt: “Hé, waarom eren ze Hitler met een straatnaam en een standbeeld?” Hitler staat toch bekend als een massa-moordenaar? Dus sta je op en roept: “Mensen, we moeten de straatnaam veranderen en het beeld weghalen. Je kunt een misdadiger niet eren?”

En dan staat een massa witte deskundigen en house negroes op die in koor roepen: “Hoezo straatnamen veranderen en standbeelden weghalen? Dan doen we niet!” Het gezond verstand verdwijnt en maakt plaats voor drogredeneringen en koloniale discussietechnieken. Laten we ze stuk voor stuk analyseren

Techniek 1: verschuif het ontwerp van de discussie

CDA-leider Sybrand Buma zegt: ”Alsof je door beelden omver te werpen en namen uit te wissen een beter mens wordt.”

Inderdaad, de discussie gaat nu over de vraag: hoe wordt ik een beter mens? Ja, dan kan inderdaad op verschillende andere manieren. En daar kun je eindelijk over discussiëren.

Overigens zou je ook nog de vraag kunnen beantwoorden: zou een standbeeld van Hitler neerhalen je een beter mens maken? Buma vindt van niet.

Techniek 2: Marginaliseer de initiatiefnemers: een kleine groep

VVD-fractieleider Klaas Dijkhof in de Tweede kamer zegt dat het om een kleine groep gaat en kleine groepen horen in de Nederlandse samenleving geen stem te hebben en mogen ook niet gehoord worden. Een kleine groep vrouwen hebben aan het begin van de 20ste eeuw gestreden voor vrouwenkiesrecht. Als we Dijkhof’s redenering zouden toepassen in die tijd dat zouden nu moeten stellen dat deze vrouwen geen rechtvaardige strijd voeren omdat het om een kleine groep ging die de strijd aanbond.

Techniek 3: Criminaliseer de initiatiefnemers: val hun karakter aan, niet hun ideeën

Dijkhof spreekt over “georganiseerde gekwetstheid en slachtofferschap”. Mensen die nooit iets gevoeld hebben bij het beeld van Hitler voelen, roepen ineens schande. Dat betekent dat deze mensen niet integer zijn. Hij valt hun karakter aan. Ze zijn niet oprecht. Daarom is alles wat ze doen verkeerd. Stel je voor dat iemand dat zou zeggen over Joden, die de misdaden van Hitler aan de kaak willen stellen: georganiseerde gekwetstheid en slachtofferschap. Wat zou je daarvan vinden?

Techniek 4: maak een absurde vernieuwing in de methode van het geschiedenisonderwijs

Een nieuw argument: beelden en straatnamen is een vorm van geschiedenisonderwijs. Als we ze veranderen, dan tasten we het geschiedenisonderwijs aan.

Sinds wanneer wordt geschiedenisonderwijs gegeven via straatnamen en standbeelden? Normaal wordt geschiedenisonderwijs gegeven op scholen, niet op pleinen, straten of tunnels. Voer een absurde vernieuwing in. Begint een geschiedenisles als volgt: “Nou kinderen, vandaag gaan we jullie vertellen over Hitler. We maken een beeld van klei van Hitler en een naambord. Dan gaan we op het schoolplein. We zetten het beeld neer en noemen onze schoolplein Hitlerplein.” En dit doen we als een vorm van vernieuwing van het geschiedenisonderwijs.

Techniek 5: Nuance versus moraliteit: er zijn twee kanten van het verhaal

Vermijd een inhoudelijke discussie over wat Hitler heeft gedaan. Maar als je niet anders kant, gebruik het argument van de nuance. De wereld is niet zwart-wit, maar heeft grijstinten. Er is niet één verhaal. Er zijn verschillende kanten aan een verhaal. We moeten niet éénzijdig zijn. Toegegeven, Hitler heeft slechte dingen gedaan, maar hij heeft ook goede dingen gedaan. Deze techniek stelt je in staat om moraliteit te verbergen achter rationaliteit. Je doet alsof het niet een kwestie van morele keuzen die je maakt om Hitler te eren, maar om een kwestie van algemene rationaliteit in een discussie: het gaat om nuanceringen in plaats van moraliteit. Daardoor verschuif je de discussie over de feiten van de misdaden van Hitler, naar algemene discussies over kennisproductie.

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)