Categorie archief: Nieuws

Marxisme en de dekoloniale beweging: deel 2: Godsdienst en ethiek

Sandew Hira, 2-11-2018

Inleiding

In de serie “Marxisme en de dekoloniale beweging” zal ik Marxistische theorieën vanuit een dekoloniale bril bekijken. In deel 2 ga ik in op Marxisme en godsdienst.

Godsdienst is opium voor het volk

Een visie van Marx op godsdienst is verwoord in zijn essay Critique of Hegel’s Philosophy of Right. Hij schrijft: “Man makes religion, religion does not make man.”[1] Godsdienst is het product van een fantasie van de mens. Hij vervolgt: “This state and this society produce religion.” Marx observeerde hoe de Christelijke kerk – en godsdienst in het algemeen – door de heersende macht werd gebruikt om het volk in het gareel te houden. De arme onderdrukte klasse zoekt in religie een bevrijding van de zorgen en problemen van alledag, maar net als opium is het verdovingsmiddel om de geest lam te leggen: Marx: “Religious suffering is, at one and the same time, the expression of real suffering and a protest against real suffering. Religion is the sigh of the oppressed creature, the heart of a heartless world, and the soul of soulless conditions. It is the opium of the people.”[2]

Kennis en ethiek

Marx moet geplaatst worden in de traditie van de Europese Verlichting waar een scheiding plaatsvond in kennisproductie tussen kennis en ethiek. Kennis gaat over de vraag: is iets waar of niet waar. Ethiek gaat over de vraag: is iets goed of fout. Die scheiding kwam door de opkomst en doorbraak van de natuurwetenschappen, die tot veel technische uitvindingen leidde en het gevoel schiep dat de mens de natuur kon beheersen door de wetten van de natuur te leren kennen.

In Europa kwam in de negentiende eeuw de sociale wetenschappen op (economie, sociologie, politieke wetenschappen, culturele studies), die zich in hun methoden gingen spiegelen aan de natuurwetenschappen. Waar de scheiding tussen kennis en ethiek in de natuurwetenschappen enigszins begrijpelijk is (dat de maan rond is heeft niets te maken met goed of fout, maar met waar en niet waar), ligt dat bij de sociale wetenschappen een stuk moeilijker. De mens produceert kennis over zichzelf. Het wordt lastiger om een scheiding te maken tussen subject (de onderzoeker) en object (datgene dat onderzocht worden, in dit geval de mens). Een witte man die schrijft over kolonialisme heeft meer moeite om het verschijnsel te begrijpen vanwege zijn vorming door het koloniale systeem. Er treed een bias (misvorming) op in zijn kennisproductie.

Bevrijdingstheologie

Vanuit de heersende religieuze instituten, zoals de Christelijke kerk, was de afwijzing van het Marxisme ingegeven door haar rol als hoeder van het establishment. Maar er waren ook religieuze mensen die de rol van het Marxisme als een theorie van bevrijding erkennen en ook tegen het establishment zijn. Daarin zitten grofweg twee stromingen. Een stroming, die vooral vertegenwoordigd is in de Christelijke bevrijdingstheologie, zoekt naar de overeenkomsten tussen Marxisme en Christelijke theologie als theorieën van bevrijding. In tweede helft van de 20ste eeuw hebben Latijn-Amerikaanse theologen zoals de Peruaan Gustavo Gutiérrez en de Braziliaan Leonardo Bof het vraagstuk van armoede en sociale strijd in Latijns Amerika opgepakt en verbonden aan een theorie over godsdienst niet als opium voor het volk, maar als instrument van bevrijding. Die stroming is niet beperkt gebleven tot theologen in Latijns Amerika, maar strekt zich uit tot Afrika, het Midden-Oosten en Azië.

Een tweede stroming van theologen ondernam vanuit een bevrijdingstheologie een kritiek op het Marxisme. Ze wijzen het Marxisme niet af, omdat het een gevaar is voor de heersende orde (waar zij ook tegen zijn), maar omdat het geen oplossing biedt voor het vraagstuk van ethiek: wat is goed of fout.

Een mooi voorbeeld is de Iraanse revolutionair Ali Shari’ati. Shariati was een criticus van het pro-imperialistische regime van de dictator Shah Reza Pahlavi. Hij vertaalde Frantz Fanon in het Perzisch en profileerde zich als een islamitische denker. Hij schreef een interessante kritiek op het Marxisme onder de titel: Marxism and Other Western Fallacies. An Islamic Critique.[3]

Shari’ati begint met te wijzen op het verschil tussen wetenschap en religie in het Christendom en de Islam. In de Christelijke theologie werd wetenschap gezien als een concurrent in kennisproductie. De kerk verhinderde de groei van wetenschappelijk kennis, met name door de opkomst van de natuurwetenschappen die uitkomsten leverden die niet strookten met Christelijke opvattingen over de natuur. Maar in de Islam is dat niet het geval. Shari’ati: “God wishes humanity to be free of the great yoke of slavery to nature.”[4] Er is geen enkel verbod in de Islam om de wetten van de natuur te leren kennen. Integendeel. Kennis over de wetten van de natuur zal de mensheid bevrijden.

Maar fundamenteler is zijn kritiek op de verhouding tussen wetenschap en ethiek. Religie is een bron voor ethiek. Het geloof levert de basis voor waarden en normen en voor richtlijnen van ethiek. Waar is de bron van de ethiek in het Marxisme? Shari’ati: “The radicalist – who were amongst the most outstanding exponents and intellectuals of the new ‘humanism’ of eighteenth- and early nineteenth-century Europe – proclaimed in a manifesto they published in 1800: ‘Set aside God as the basis of morals and replace Him with Conscience.’ They held that man is a being that in and of himself possess a moral conscience, which in their view springs from his original and essential character, and which his human nature requires.”[5]

Shari’atie wijst op de fundamentele verschillen tussen Marxisme en Islam, hoewel ze beide vanuit een bevrijdingsfilosofie naar de wereld kijken: “Islam and Marxism  completely contradict each other in their ontologies and cosmologies. Briefly, Marxism is based on materialism and derives its sociology, anthropology, ethics and philosophy of life from materialism. The Marxist cosmos, i.e. the materialist cosmos, is, as Marx puts it, a ‘heartless and dispirited world’  where man lacks a ‘ real’  destiny. By contrast, the cosmology of Islam rests upon faith in the unseen – the unseen (ghayb) being, definable as the unknown actuality that exists beyond the material and natural phenomena that are accessible to the senses and to our intellectual, scientific, and empirical perception, and which constitutes a higher order of reality and the central focus of all movements, laws, and phenomena in the world.[6]

In de dekoloniale theorie grijpt mijn kritiek op het Marxisme terug op filosofen als Shari’ati. Het is niet een simpele kritiek op Marx die godsdienst afwijst als opium voor het volk. Het gaat dieper en grijpt in op de relatie tussen kennis en ethiek.

 

[1] Marx, K. (1844): Critique of Hegel’s Philosophy of Right. Oxford University Press. Original 1844.. Oxford, p. 3.

[2] Idem.

[3] Shari’ati, A. (1980): Marxism and Other Western Fallacies. An Islamic Critique. Mizan Press. North Haledon, New Jersey.

[4] Idem, p. 19.

[5] Idem, p. p. 22.

[6] Idem, p. 65-66.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2018

Sandew Hira
2-3-2018

Per gemeenteraad

De komende gemeenteraadsverkiezingen geven inzicht in hoe de politieke krachtsverhoudingen in Nederland zich ontwikkelen. Laten we kijken naar de opiniepeilingen rond januari – februari 2018 in vergelijking met de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014.

Onderstaande tabel is samengesteld op basis van de volgende bronnen.

  1. Den Haag: I&O Research, https://denhaagfm.nl/2018/02/21/peiling-vvd-d66-en-groep-de-mos-kunnen-de-grootste-partij-worden/
  2. Utrecht: Maurice de Hond, https://www.ad.nl/utrecht/groenlinks-grootste-partij-in-utrecht-volgens-peiling-de-hond~a908c678/
  3. Rotterdam: Maurice de Hond, https://rotterdam.groenlinks.nl/nieuws/peiling-maurice-de-hond-leefbaar-college-verliest-groenlinks-wint-fors
  4. Ansterdam: Maurice de Hond, https://www.noties.nl/v/get.php?a=peil.nl&s=weekpoll&f=2018-01-28+gdr.pdf

 

 

Partij

Den Haag Utrecht Rotterdam Amsterdam
2014 feb-18 2014 jan-18 2014 jan-18 2014 jan-18
VVD 4 7 5 7 3 6 6 6
D66 8 6 13 9 6 5 14 9
Groep Mos 3 6
Groen Links 2 5 9 10 2 5 6 9
PVV 7 4 0 2 5
PvdA 6 4 5 4 8 5 10 5
CDA 3 3 3 3 3 3 1 1
Partij vd dieren 1 2 1 1 1 1 1 2
Haagse Stadspartij 5 2
SP 2 2 4 3 5 4 6 4
50+ 2 1
Islam Democraten 2 1
Christen Unie/SGP 1 1 2 2 1 1
Partij vd eenheid 1 0
Leefbaar Rotterdam 14 7
Nida 0 0 2 1
DENK 0 2 2 3
Student en starter 1 1
Stadsbelang Utrecht 2 1
Forum v Dem. 3
BIJ1 2
Rest Amsterdam 1 0
Totaal 45 45 45 45 45 45 45 45

 

Enkele algemene conclusies uit deze tabel voor de grote partijen zijn:

  1. De VVD blijkt een sterke stabiele partij te zijn in de grote steden en groeit in Den Haag, Utrecht en Rotterdam. In Amsterdam blijft ze gelijk.
  2. D66 verliest terrein in alle steden.
  3. Groen Links wint in alle steden.
  4. De PVV verliest in Den Haag maar wint in de overige steden. Forum voor Democratie komt op in Amsterdam.
  5. Het verlies van de PvdA bij de Tweede Kamer verkiezingen zet zich door in de gemeenteraadsverkiezingen.

Politieke blokken

Laten we partijen bij elkaar groeperen in linkse en rechtse blokken.

 

Blok

Den Haag Utrecht Rotterdam Amsterdam
2014 feb-18 2014 jan-18 2014 jan-18 2014 jan-18
Rechts: VVD/CDA/D66/CU-SGP/50+ 16 19 23 21 13 15 21 17
Extreem rechts: PVV/FvD/Leefb. Rdam 7 4 0 2 14 12 0 3
Links: GL/PvdA/SP/Islam-Dem/Nida/DENK/BIJ1/PvdD 13 14 19 20 18 18 23 25
Lokaal:Groep Mos/Haagse Stadspartij/PcdEenh/Student-starter/stadsbelang Utr/Rest Adam 9 8 3 2 0 0 1 0
Totaal 45 45 45 45 45 45 45 45

 

Opmerkelijk is Amsterdam: daar vormen de linkse partijen met de partijen van mensen van kleur een meerderheid van 25 tegenover een blok van rechts en extreem-rechts van 20 zetels. Amsterdam kan dus een links college vormen met de DENK en BIJ1. Het huidige Amsterdams college bestaat uit VVD, D66 en SP. Zij gaan terug van 26 naar 19 zetels. Ze kunnen een centrum-rechts college vormen met Groen Links en hebben dan een meerderheid van 28 zetels.

Een links blok bestaande uit GL/PvdA/SP/DENK/BIJ1/PvdD is ook een mogelijkheid, maar daarvoor is politieke moed nodig.

In ieder geval is verheugend dat in Amsterdam twee partijen van mensen van kleur samen 5 zetels in de raad zullen krijgen als de prognose correct is. Hopelijk leidt dat tot meer samenwerking tussen deze groepen in de toekomst.

Rechts en extreem rechts hebben in de andere steden een kleine meerderheid: 23 zetels in Den Haag en Utrecht en 27 in Rotterdam.

Landelijke implicaties

Maurice De Hond heeft met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen een landelijke peiling opgesteld die inzicht geeft in de verschuiving van de krachtsverhoudingen.

Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, dan zou de regeringscoalitie (VVD, D66, CDA en Christen Unie) haar meerderheid van 76 zetels verliezen en terugvallen naar 62 zetels. PvdA blijft verliezen. Groen Links lijkt haar piek te hebben bereikt. DENK blijft even groot.

Partij 2017 jan-18 Verschil
VVD 33 27 -6
D66 19 16 -3
Groen Links 14 13 -1
PVV 20 15 -5
PvdA 9 13 4
CDA 19 14 -5
Partij vd dieren 5 7 2
SP 14 14 0
50+ 4 5 1
Christen Unie 5 5 0
SGP 3 3 0
DENK 3 3 0
Forum v Dem. 2 15 13
Totaal 150 150 0

 

Als we de partijen indelen naar blokken dan zien we dat het linkse blok een beetje groeit, het rechtse blok daalt, maar extreem rechts groeit van 22 naar 30 zetels.

Blok 2017 jan-18 Verschil
Rechts: VVD/D66/CDA/50+/CU/SGP 83 70 -13
Extreem rechts: PVV/FvD 22 30 8
Links: GL/PvdA/PvdD/SP/DENK 45 50 5
Totaal 150 150 0

Algemene conclusies

Extreem rechts blijkt een belangrijke factor in de Nederlandse politiek. Bijna een derde van de kiezers stemt extreem-rechts (PVV, FvD). De toekomst van Nederland wordt er niet rooskleuriger op voor mensen van kleur.

De stabiliteit van DENK op landelijk niveau en de opkomst van meerdere partijen van mensen van kleur op lokaal niveau geeft aan dat er in onze gemeenschappen nog genoeg veerkracht om de strijd tegen extreem rechts te voeren. Het grootste probleem zal zijn om de eenheid onder deze partijen te bevorderen. Dat zal respect afdwingen bij linkse witte partijen en hen sneller achter een brede beweging tegen racisme te krijgen.

Anti-racisme stemwijzer

Zie voor de standpunten van verschillende partijen m.b.t. de strijd tegen racisme: de anti-racisme stemwijzer.

Na Dokkum: hoe verder?

Sandew Hira, 8-12-2017

Een nieuwe fase

Dit jaar heeft een onthutsende ervaring opgeleverd voor veel activisten die strijden tegen institutioneel racisme in de vorm van Zwarte Piet. De blokkade op de snelweg naar Dokkum, de intimidatie van Sylvana Simons door PVV Pieten die naar haar huis gingen, PVV Pieten die een school in Utrecht binnendringen die geen Zwarte Pieten heeft op haar Sinterklaasviering. Dat zijn allemaal tekenen dat we een nieuwe fase ingaan in de strijd tegen Zwarte Piet.

Wat is het belangrijkste kenmerk van deze fase? Dat is het vraagstuk van initiatief.

Het initiatief in de strijd tegen Zwarte Piet lag tot nu toe bij de activisten tegen racisme: demonstraties tijdens de landelijke intocht, bijeenkomsten, allerlei acties etc. Daar reageerde de rest van de samenleving op: talkshows, inbelprogramma’s, sociale media etc.

De strijd tegen Zwarte Piet is geïnitieerd vanuit de Afro-gemeenschap. Maar de link met institutioneel racisme maakt dat andere gemeenschappen van kleur voelen dat dit ook over hen gaat. Op werk, in familie- of andere sociale verbanden staat het ter discussie. Mensen van kleur met een onbevangen geest kiezen vanuit dat gevoel en de link naar racisme voor de strijd tegen Zwarte Piet. Mensen van kleur – inclusief Afro’s – met een gekoloniseerde geest voelen zich steeds meer onder druk om hun witte meesters te verdedigen, en met steeds meer ongemak. In de witte gemeenschap is er een breuk opgetreden tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Een toenemend deel van de witte gemeenschap spreekt zich uit tegen Zwarte Piet.

Reeds voor Dokkum trad er een verandering op. Dat deel van de witte gemeenschap dat tegen Zwarte Piet is, raakt meer en meer geradikaliseerd. De NTR die in het begin twijfelde in haar opstelling, radikaliseert: Willemijn Francissen, mediadirecteur van de NTR“We laten onze oren niet hangen naar welke extreme groep dan ook… Maar we weten allemaal dat je zwart wordt als je door een schoorsteen gaat en dat is wat Pieten doen. Bij ons is zwart geen huidskleur, maar roet… Die hele discussie heeft het voor best veel mensen bijna verpest, ook voor programmamedewerkers.” Alle argumenten over de schoorsteen worden nu zonder pardon terzijde geschoven. De twijfel is omgeslagen naar radikalisatie.

Met Dokkum hebben de PVV-Pieten het initiatief naar zich toegetrokken. PVV-Pieten zijn extreem-rechtse pro-Zwarte Piet activisten die de radikale lijn van de PVV nu uitdragen in de Zwarte Piet discussie. De witte fundamentalisten van de PVV dwingen de samenleving om te kiezen voor racisme en islamofobie. De PVV-Pieten dwingen de samenleving om expliciet te kiezen voor het behoud van Zwarte Piet. En die dwang oefenen ze uit door het initiatief in de acties naar zich toe te trekken. Ze gaan niet meer reageren op anti-Zwarte Piet activisten. Ze gaan de activisten desnoods met geweld dwingen om te reageren op hen, en daarmee de rest van de samenleving voor het blok te zetten: kies voor of tegen Zwarte Piet.

En dit is de belangrijkste les van Dokkum: als je dat doet, dan is de kans op succes groter dan als je eeuwig blijft doordiscussiëren over wel of geen Zwarte Piet. Blokkeer de snelweg. Intimideer Sylvana Simons openlijk voor haar deur. Dring ongevraagd een school binnen. En kijk dan hoe de samenleving reageert. Niet de gekleurde samenleving, maar de witte. En wat blijkt? Die witte samenleving toont begrip voor hun acties!

De politie keuvel 45 minuten lang op de snelweg met de PVV-Pieten in plaats van ze te arresteren. Jeroen Pauw steekt actievoerdster Jenny Douwes een hart onder de riem: “Trek je niets aan van mensen die zeggen dat je extreem-rechts bent”. Inderdaad, Jenny Douwes is niet extreem-rechts. Ze is gewoon extreem.

Premier Rutte toont begrip. Ministers tonen begrip. De groep twijfelaars wordt minder. De groep die hun mind opmaakt om voor Zwarte Piet te zijn wordt groter. De PVV-Pieten worden radikaler.

De Amerikaanse discussie over geweld(loosheid)

Het is belangrijk om lessen te trekken uit de geschiedenis van de strijd tegen racisme over de hele wereld. De lessen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging zijn relevant voor Nederland, omdat de Afro bevolking in de VS een kleine minderheid is (10%). De Afro bevolking van Nederland is zelfs nog kleiner, amper 3%.

De situatie in de VS was nog erger: daar was apartheid vastgelegd in de wet. De inzet was de afschaffing van apartheid. De witte fundamentalisten waren zeer gewelddadig: het vermoorden van zwarte activisten was deel van hun strategie.

In Amerika heeft een discussie plaatsgevonden over het gebruik van geweld in de strijd tegen apartheid. Grofweg had je twee stromingen, die tegen elkaar werden gesteld, maar vanuit een bepaalde optiek ook als aanvullend kunnen worden beschouwd.

De lijn van Martin Luther King was geweldloos verzet. King was naar India gegaan om te leren van de methoden van de beweging van Gandhi in de strijd tegen de Britse bezetting van India. Zijn activisten werden getraind door activisten van Gandhi. Die training was niet mals.

Een principe van geweldloos verzet is dat je slagen incasseert van de tegenpartij zonder dat je terugslaat. Dat is onnatuurlijk. Als iemand je slaat, is je natuurlijke reactie dat je je verweert: dekken en zo nodig terugslaan. De training is fysiek en geestelijk. Hoe zou je met je lichaam en je geest moeten reageren op geweld?

Een onderbouwing van deze strategie door King was het argument van demografie: de Afro’s vormen zo een kleine minderheid (10%) dat de strijd onmogelijk gewonnen kan worden door geweld. De minderheid moet allianties vormen met delen van de witte gemeenschap en zo breuken forceren die kunnen leiden tot de val van het systeem. Wat is dan het alternatief voor gewelddadige verzet? Geweldloos verzet.

De lijn die door Malcolm X en later door de Black Panthers werd uitgedragen was die van gewapende zelfverdediging. Let wel, het ging hier niet om gewapende strijd zoals in de bevrijding van koloniën in Afrika of Azië. Het was niet een gewapende strijd, een strijd die gewonnen moest worden door uiteindelijk een oorlog te voeren met wapens. Het ging om het opeisen van het recht om de zwarte gemeenschap te verdedigen tegen geweld waar de politie het liet afweten of zelfs meewerkte met witte racisten.

De Nederlandse discussie over strategie

Onder anti Zwarte Piet activisten worden deze discussies ook gevoerd. Moeten de activisten bij een volgende intocht hun eigen ordedienst meenemen om de demonstranten te beschermen? Wat doe je de volgende keer als je bus op de snelweg wordt gestopt? Moeten eigen auto’s voor de bus rijden en van daaruit een mogelijke blokkade opheffen? Moet je überhaupt gaan demonstreren bij de intocht als de demonstranten fysiek gevaar lopen?

Ik ben een voorstander van geweldloos verzet om verschillende redenen. Het demografisch argument is ook in Nederland een sterk argument. Met alle mensen van kleur zijn we nog een kleine minderheid in deze samenleving. Wil je fundamentele veranderingen doorvoeren dan heb je belangrijke delen van de witte gemeenschap nodig.

Een tweede argument is dat geweldloos verzet de gemeenschappen van kleur die de voorhoede zal zijn in deze strijd, gaat verbinden. Het overgrote deel van de mensen van kleur is niet gewelddadig en is instinctief voor het oplossen van problemen via dialoog en verzoening. Gewelddadige acties zal de gemeenschap scherp verdelen in voor- en tegenstanders van geweld en grote groepen ervan weerhouden om in verzet te gaan.

Geweldloos verzet zal meer mensen in verzet brengen en daardoor de strijd verbreden.

Tot nu toe is geweldloos verzet vorm gegeven in demonstraties tijdens de intocht. Welke andere vormen zijn denkbaar? Dit moet een kwestie zijn van openbare discussie in onze gemeenschappen.

Het organisatievraagstuk

Tenslotte zal het organisatievraagstuk bij de kop moeten worden genomen. Er moet een initiatief komen voor een brede conferentie over een antwoord op witte fundamentalisten en PVV-Pieten en een coherente strategie over geweldloos verzet. De voorbereiding van de conferentie is minstens zo belangrijk als de uitvoering. Het moet een conferentie zijn die de traditionele activistenvergaderingen ontstijgt en mensen een podium geeft die met elkaar van mening verschillen. We moeten leren dat activisten met verschillende meningen en strategieën het normaal vinden om respectvol met elkaar in discussie te gaan in plaats van elkaar op Facebook af te maken. Eenheid in en verbreding van de strijd is meer dan ooit belangrijk om het initiatief terug te halen.

 

Lezing Sandew Hira over kolonialisme en geschiedenisonderwijs

Op zaterdag 9 september organiseert Antaru i.s.m. Keti Koti werkgroep en A.R.G. een lezing van Sandew Hira over de gevolgen van het koloniaal verleden voor het geschiedenisonderwijs.

  • Hoe heeft ons geschiedenis-onderwijs onze geest gevormd ?
  • Welke concepten zijn opgenomen in de lessen geschiedenis en bepalen ons beeld van de multiculturele samenleving ?
  • Wat kunnen we doen om dat beeld te veranderen ?

Locatie:  MFA Het Kruispunt

Adres:  Sinopelstraat 1, Tilburg

Datum:  Zaterdag  9 september

Tijd:  13.30 – 17.30 uur

Deelname: gratis

Bereikbaar: bus 7 richting West  halte  Kruidenlaan

Info: Roos van Abeelen-Tecla  tel. 0134681167, Carla Vlottes  tel. 0135400230

 

Vijf misvattingen over terrorisme

Sheher Khan

In het publieke debat en discours over terrorisme zijn een aantal mythes en misvattingen ingeslopen en die voor waar worden aangenomen. Denk hierbij aan de gedachte dat alle aanslagen in het westen gepleegd worden door al-Qaida, Daesh en de gelijken (vanaf nu takfiri terrorisme) en dat er sprake zou zijn van een ‘gouden tijdperk van terrorisme’. Hieronder zal ik met behulp van feitelijke documentatie een vijftal van die misvattingen uit de wereld helpen:

  1. Alle aanslagen in de westerse wereld worden gepleegd door takfiri terroristen;
  2. De meeste slachtoffers van terroristisch geweld vallen in de niet-westerse wereld, maar is de schaal bekend?
  3. Er worden steeds meer terroristische aanslagen gepleegd in West-Europa, met name na 9/11;
  4. De onderschatte dreiging van extreemrechtse terreur;
  5. De sterk overschatte rol van vluchtelingen en nieuwkomers in terrorisme .
  6. Takfiri terrorisme zijn in de minderheid

Terrorisme is (in het westen) niet het exclusieve domein van al-Qaida, Daesh en de gelijken. De meerderheid van de aanslagen worden namelijk niet gepleegd door takfiri terroristen. Sterker, van 2006 en 2013 betrof het in de Europese Unie (EU) een insignificant aantal, namelijk: 0.7%. Volgens Europol kwam in die periode de meeste dreiging vanuit separatistische hoek. In het opvolgende jaar (2014) was één aanslag gepleegd door een takfiri terrorist; in 2015 was dat 17 op een totaalaantal van 121; en in 2016 zakte dat naar 13 van de 142 aanvallen. In het jongste rapport van Europol (2017) wordt nogmaals geconstateerd dat de meeste aanslagen (99 van 142) op naam komen van separatistische bewegingen. Denk hierbij aan afscheidsbewegingen als de IRA, ETA en PKK. De Ierse separatistische groepering Dissident Republicans, ook wel de ‘nieuwe IRA’ genoemd, maakte bijvoorbeeld één dodelijke slachtoffer in maart 2016, toen ze een explosief onder een busje van een gevangenisbewaarder lieten afgaan. Een ander voorbeeld: Britse politica Jo Cox was in juni 2016 om het leven gebracht door rechtse extremist Thomas Mair vanwege haar standpunt m.b.t. Brexit.

Eenzelfde beeld is te zien in de Verenigde Staten (VS). Uit cijfers van de FBI blijkt dat 94% van de terroristische aanslagen, in de periode van 1980 tot 2005, gepleegd waren door daders zonder een islamitische profiel. Een studie ondernomen door de National Consortium for the Study of Terrorism and Responses to Terrorism kwam tot de conclusie dat tussen 1970 en 2011 slechts 7% van alle aanslagen gepleegd waren door terroristen met een “religieuze overtuiging” (hierbij verwijzend naar al-Qaida en de gelijken). Het grootste percentage (32%) maakte groepen op die gemotiveerd werden door een etnonationalistische of een separatistische agenda, vervolgens 28% door single-issues (als dierenrechten of anti-oorlog), 22% extreemlinks en 11% extreemrechts. Een bekend voorbeeld is de slachtpartij aangericht door witte nationalist Dylann Roof. De 21-jarige suprematist richtte zijn geweer op Afro-Amerikaanse kerkbezoekers in Charleston en ontnam daarbij negen levens.

Niettemin, de aanslagen gepleegd door takfiri terroristen van de afgelopen jaren waren wel erg dodelijk. Bij de gewelddaden in Brussel (2016) kwamen 32 burgers om, Nice (2016) 84 en Parijs (2015) 130. Daarmee komt het gros van de slachtoffers in de afgelopen jaren op conto van takfiri terroristen – in de periode 2000 – 2013 tot 40% van alle doden door terrorisme. In het afgelopen jaar zelfs bijna alle doden (135 slachtoffers uit een totaal van 142).

In conclusie: takfiri terroristische aanslagen zijn erg dodelijk, maar is niet het enige gevaar. Extreemrechtse, separatistische en etnonationalistische groeperingen vormen ook een sterke dreiging.

  1. De grootte van de dodelijke gevolgen van terrorisme in de niet-westerse wereld
    Waarschijnlijk is het bij het grote publiek bekend dat voornamelijk de niet-westerse wereld gebukt gaat onder de dodelijke gevolgen van terrorisme. De vraag is echter of de werkelijke schaal bekend is. Een onderzoeksartikel van de Washington Post biedt daarover duidelijk: “Since the beginning of 2015, the Middle East, Africa and Asia have seen nearly 50 times more deaths from terrorism than Europe and the Americas” de Washington Post. Met de grafiek hieronder worden die verhoudingen hieronder gevisualiseerd:

Dodelijke slachtoffers van terrorisme wereldwijd (periode 2001-2014)

Bron: Huffington Post (2015)

De top drie bestaat uit moslimmeerderheid landen. Het eerste westers land op de lijst is de VS op #7. Wanneer 9/11 uit de data wordt gehaald, dan blijft er géén enkel westers land in de top tien over. En ter vergelijking: bij alle door Daesh gepleegde terroristische aanslagen in de westerse wereld (53) kwamen 425[1] om. Terroristisch geweld is dus voornamelijk een probleem voor de niet-westerse wereld.

Hoe komt het dat er onduidelijkheid heerst m.b.t. de schaal van terrorisme in de westerse en niet-westerse wereld? Volgens socioloog Sean Darling-Hammond te maken met de mediaberichtgeving (of het gebrek daaraan). Darling-Hammond verzamelde data van elk van de 300 gerapporteerde terroristische aanslagen in het jaar 2015. Hij constateerde het volgende over het aantal artikelen toegewijd aan terroristische aanslagen in november 2015: 392 mediaberichten over de aanslag in Baghdad; 1.292 aan Beiroet en meer dan 21.000 over de gewelddaad in Parijs. De onderzoeker concludeert logischerwijs dat westerse slachtoffers disproportioneel meer aandacht krijgen dan hun medelotgenoten in de niet-westerse wereld.

Er valt nog iets op gekeken naar de cijfers hierboven: de top tien bestaat veelal uit landen die of onderwerp waren van de door de VS geleide Global War on Terror of de bijgevolgen ervaren. Dat komt beter naar voren in onderstaande grafiek:

Doden door terrorisme wereldwijd

Bron: economist.com

 

Neem Irak. De VS viel het Arabisch land binnen in 2003 op grond van twee redenen: 1) de toenmalige leider, Saddam Hoessein, zou chemische wapens in zijn bezit hebben en 2) hij zou onderdak bieden aan al-Qaida – beide claims bleken ongegrond te zijn. De gevolgen van de invasie waren echter zeer reëel: elf jaar na de illegale inval, in 2014, werden meer Irakezen slachtoffer van terroristisch geweld dan het totale wereldaantal (!) in 2001 – het jaar waarin 9/11 plaats vond en de start betekende van de Global War on Terror. Irak – waar vóór 2003 géén zelfmoordaanslagen geregistreerd waren – is compleet gedestabiliseerd geraakt door de illegale invasie en sindsdien zijn meer dan 40.000 doden gevallen door terroristisch geweld.

Waarom ontbreken deze cijfers in het publieke discours? Volgens intellectueel Noam Chomsky heeft dat niet alleen te maken met een gebrek aan media-aandacht, maar een politieke cultuur waarin onderscheid gemaakt wordt tussen waardige – en onwaardige slachtoffers. Chomsky legt dat uit met het volgende voorbeeld: in 2007 werd een poll gehouden onder burgers in de VS waarbij gevraagd werd om het totale aantal doden in Irak te schatten. De mediaan lag op 10.000. Het werkelijke lag in die tijd tussen de 150.000 en 650.000 doden. Dit verschil in perceptie komt volgens Chomsky als gevolg van een gerichte campagne om zoveel berichtgeving over de (dodelijke) burgerslachtoffers te onderdrukken. Hierdoor probeert de VS te voorkomen dat hun rol in de bezetting en oorlog niet onderwerp van discussie wordt.

Wanneer worden burgerdoden wél als waardig beschouwd? Dat is wanneer ze de agenda van Washington vooruit kunnen helpen. Case in point: hoe Obama middels de dreiging van Daesh weer ‘boots on the ground’ wist te krijgen in Irak. In 2011 weigerde de toenmalige president Nouri al-Maliki om het verblijf van het Amerikaanse leger te verlengen. Dat leidde tot onvrede en verzet in Washington die het liefst zouden willen blijven in Irak. Toen in 2014 Daesh op de westerse radar kwam en burgers wereldwijd bedreigde, werd dat gevaar gebruikt om het aantal Amerikaanse troepen in Irak toe te laten nemen. Daarmee werden de (potentiële) slachtoffers van Daesh gebruikt om het buitenlandbeleid van Washington te rechtvaardigen.

  1. Neerwaartse trend doden terrorisme in West-Europa
    Er vallen steeds minder doden door terrorisme in West-Europa. Dit staat in contrast met de doemscenario’s die sommige experts schetsen van een mogelijke “gouden tijdperk van terrorisme”. Dat is in het geval van West-Europa incorrect. Er is eerder sprake van een neerwaartse trend, zie de grafiek hieronder:

Doden door terroristische aanvallen in West Europa (periode 1970-2015)

Bron: Datagraver.com

Bovenstaande cijfers laten duidelijk zien dat er in de periode na 9/11 aanzienlijk minder dodelijke slachtoffers zijn gevallen dan in de 21 jaar daarvoor. Die trend begon na de Val van de Berlijnse Muur (1989) en zette zich sindsdien voort uitgezonderd uitschieters als Madrid (2004) en Londen (2005).

Verder, als we de doden in Europa uitsplitsen tussen west en oost, is op te merken dat de meerderheid van de slachtoffers in de afgelopen 15+ jaar vielen in het oostelijk deel van de continent (zie hieronder):

Doden door terrorisme per maand: West- versus Oost-Europa

Bron: Washington Post

Volgens experts wordt dat verklaard door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de (langdurige) gevolgen van conflicten die (mede) daaruit ontstonden. Denk hierbij aan de conflicten in Joegoslavië, Tsjetsjenië en Oekraïne. De map hieronder laat zien hoe die aanslagen verdeeld zijn in Europa tussen 1970 en 2015:

Geografische verdeling terroristische aanslagen in Europa tussen 1970 en 2015

Bron: Washington Post

Anders gezegd: de heersende gedachte dat de meeste doden vallen in en aanslagen gepleegd worden in het westelijk deel van Europa wordt niet ondersteund door de actuele verdeling van de dodelijke terroristische aanslagen; dat is namelijk in Oost-Europa het geval. Een voorbeeld is de Vakbondsgebouw-aanslag in Odessa (Oekraïne) van 2 mei 2014. Daarbij werden 46 mensen vermoord door de neonazistische Pravy Sektor vanwege hun pro-Russische affiliaties.

  1. Groeiende dreiging extreemrechts geweld
    De dreiging vanuit extreemrechtse hoek is echter niet voorbehouden aan Oost-Europa. In West-Europa en Noord-Amerika zijn terroristische gewelddaden door extreemrechtse terroristen in de opmars. Een recente studie concludeerde dat 1/3 van alle zogeheten lone-wolf terroristen in Europa van extreemrechtse slag zijn.

In de VS zijn soortgelijke bevindingen geconstateerd. Volgens denktank New America zijn er bijna twee keer meer slachtoffers gevallen, in de periode 9/11 tot 2015, door witte suprematisten dan door takfiri terroristen.

Die conclusie wordt verder ondersteund door een recent onderzoek (2017) van het hoogste auditorgaan van de Verenigde Staten – het Government Accountability Office (GAO). Het GOA concludeert dat extreemrechts verantwoordelijk is voor de bulk van de dodelijke terroristische aanslagen, namelijk: 73% tegenover 27% door takfiri terrorisme.

Echter, wanneer terroristische aanslagen worden uitgezet in termen van dodelijke slachtoffers zien we hetzelfde als in Europa: takfiri terroristen zijn verantwoordelijk voor de meeste doden. Dit doet verder niks af van de reële en groeiende dreiging van extreemrechts terrorisme. De gevallen van Breivik, Tristan van der Vlis en Dylann Roof zijn relatief bekend, maar met de volgende voorbeelden wordt dat gevaar nogmaals benadrukt:

  • In 2013 werd de 82-jarige Mohammed Saleem neergestoken door een extreemrechtse terrorist terwijl hij thuiskwam van een moskeebezoek. Saleem overleed snel daarna. Een zelfde lot overkwam de 81-jarige Brits Muhsin Ahmed twee jaar later. In het opvolgende jaar in 2016 werd Labour-politica Jo Cox neergeschoten door een extreemrechtse terrorist vanwege haar politieke positie inzake Brexit;
  • In de VS zijn alleen al in de afgelopen vijf jaar moslims en Afro-Amerikanen vermoord – en in sommige gevallen zelfs geëxecuteerd – door witte racisten vanwege hun religieuze en/of etnische Ook andere (religieuze) minderheidsgroepen als hindoes en sikhs zijn doelwit geweest van extreemrechtse terreur, vaak omdat laatstgenoemde hen verwarren en/of aanzien als moslims;
  • In 2016 werd in Nederland een terroristische aanslag gepleegd op een moskee door een groepje van vijf extreemrechtse racisten.
  • In Griekenland werd in 2016 een vluchtelingenkamp aangevallen door een groep extreemrechtse racisten;
  • Begin 2017 viel een extreemrechtse terrorist een moskee aan in het Canadese Quebec. De dader schoot op de moskeegangers terwijl ze aan het bidden waren en doodde daarbij 6 burgers.

Kortom, dit select overzicht maakt duidelijk dat extreemrechtse terreur niet alleen in opmars is, maar breed in de westerse wereld voorkomt.

  1. Rol vluchtelingen en nieuwkomers overschat
    De instroom van migranten en vluchtelingen leidt automatisch tot meer (terroristische) dreiging. Ten eerste, de rol van migranten en vluchtelingen in aanslagen zijn beperkt. Het in Den Haag gevestigde onderzoeksinstituut ICCT onderzocht (2017) alle door Daesh gepleegde in het westen en concludeerde dat 73% van alle aanslagplegers burgers van hetzelfde land zijn waar zij hun geweld in praktijk brengen. Nog een 14% waren bezoekers of inwoners met een (legale) verblijfsstatus. 6% verbleven in het land zonder documentatie en slechts 5% waren vluchtelingen of statushouders (zie hieronder).

Grafiek afkomst aanslagplegers

Bron: ICCT (2017)

De dreiging vanuit vluchtelingen of statushouders bestaat dus maar is miniem. De overgrote meerderheid van het gevaar (95%) komt van burgers of ingezetenen met een legale verblijfsstatus. Het ICCT onderzoek wordt ondersteund door een studie van de Britse denktank The Henry Jack Society. Zij (2017) constateren dat bij meer dan twee derde van de aanslagen sinds 2005 uitgevoerd zijn door individuen die “who were either born or raised in the UK.”. De New America Foundation stelt in het geval van de VS “every jihadist who conducted a lethal attack inside the United States since 9/11 was a citizen or legal resident”. Een ander recent onderzoek, uitgevoerd onder leiding van politicoloog Robert Pape, komt tot gelijke bevindingen. In het onderzoek genaamd American Face of ISIS waren bij 112 van de Daesh gerelateerde misdrijven nul vluchtelingen betrokken. Libertarische denktank Cato onderzocht die verhouding ook en komt tot de conclusie dat immigranten en vluchtelingen praktisch geen rol hebben gespeeld bij terroristische aanslagen. Vrijwel alle doden komen uit één single gebeurtenis: 9/11 (98.6%). Afgezien daarvan zijn fatale terroristische aanslagen door immigranten of vluchtelingen extreem zeldzaam.

Met recente aanslagen als Berlijn (2016), Ansbach (2016) en Kopenhagen (2016) is het aandeel van nieuwkomers in aanslagen wél gestegen. Volgens het ICCT is de instroom van vluchtelingen en migranten an sich niet het probleem, want: “the number of criminals and terrorists in mass migration movements has been low” en “terrorists often have a criminal background to begin with”. Daesh focust haar operaties vooral in de strijd in Irak en Syrië en de nieuwkomers en immigranten ontvluchten die brandhaarden juist omdat ze tegen de terreurgroepen zijn. De focus daarom zou moeten zijn op propere regulatie.

Ten tweede, het probleem zijn niet de migranten en of vluchtelingen, maar ontstaat het volgens Brookings Institute wetenschapper, Daniel L. Byman, pas als nieuwkomers in contact komen met lokale reeds geradicaliseerde groepen (zogeheten “radicalization hubs”).

Inderdaad, dat zien we in het geval van de 22-jarige Syrische statushouder, Jaber al Bakr, die in oktober 2016 gearresteerd werd op grond van het plegen van een aanslag.

Jaber al-Bakr kwam in februari 2015 aan in Duitsland en ontving status vijf maanden later. Volgens de broer van al-Bakr, Alaa al-Bakr, kwam was Jabr vóór aankomst in Duitsland niet politiek actief of geïnteresseerd. Dat veranderde na aankomst. In Berlijn kwam Jabr al- Bakr in aanraking met extremisten. Een lokale imam zou hem in contact hebben gebracht met en aangespoord om te vechten voor Daesh in Raqqa (Syrië). In september 2015 vertrok Bakr uit Duitsland naar Syrië via Turkije, waar hij ongeveer vijf maanden verbleef en vervolgens twee in Syrië. Op zijn persoonlijke Facebook-pagina is te zien dat al-Bakr vanaf januari 2016 zich begon te sympathiseren met Daesh. Ongeveer twee maanden voordat Jabr zijn gewelddaad wilde plegen werd hij opgepakt door de Duitse autoriteiten. Een andere Syrische statushouder hield hem aan en droeg Jabr vervolgens over (waarna de verdachte zichzelf later ophing in zijn cel).

De conclusie is dat de overgrote meerderheid van de IS-daders burgers van het land waar ze een aanslag in plegen zijn. Slechts een miniem aantal van de IS-aanslagplegers zijn nieuwkomers of ongedocumenteerden. Indien de wens is om terrorisme tegen te houden zou daarom meer aandacht gevestigd moeten worden op lokale geradicaliseerde groepen in plaats van grensbewaking, en in het verlengde daarvan: wáárom extremisten überhaupt voedingsbodem kunnen vinden in westerse samenlevingen.

[1] Volgens het ICCT (2017) kwamen 395 westerse burgers om door Daesh van juni 2014 tot juni 2017. Bij de Manchester-aanslag kwamen 22 burgers om en de daaropvolgende aanslag in Londen ontnam van 8 burgers het leven.

Hindostanen in de Tweede Kamer?

Pravini Baboeram/Sandew Hira, 11-4-2017

Als we het standaard beeld over Hindostanen mogen geloven zijn we anders dan andere migrantengemeenschappen. Sommigen positioneren dat exceptionalisme als achterlijk, zoals Shashi Roopram, die met een rammelend onderzoek in 2012 de media-aandacht trok door te stellen dat Hindostanen massaal op de PVV stemmen. Dit verhaal werd maar al te graag overgenomen door mainstream media in aanloop naar de verkiezingen van maart 2017, zie het Algemeen Dagblad en De Correspondent. De paar Hindostanen die werden geïnterviewd werden plotseling het gezicht van een gemeenschap, die kennelijk niet kan inzien dat een racistische partij als de PVV tegen alle gemeenschappen van kleur is. Volgens dit perspectief stemmen Hindostanen vanuit angst en een minderwaardigheidscomplex op een witte man genaamd Geert Wilders.

Anderen positioneren het exceptioneel zijn als het toonbeeld van geslaagde integratie, waarbij Hindostanen vooral een keuze maken vanuit een gevoel van trots en bewust stemmen op een Hindostaan die hun identiteit weerspiegelt en belangen vertegenwoordigt. De gevestigde orde heeft de afgelopen jaren gerekend op dit gevoel en bewust mensen van kleur ingezet in de verkiezingscampagne. In de jaren dat links nog daadwerkelijk links was, leidde dit ook tot Hindostanen in de Tweede Kamer. Deze strategie hebben gevestigde partijen voor alle gemeenschappen van kleur toegepast, maar de PvdA deed dit de afgelopen jaren met het grootste succes.

De PvdA was onder alle migranten, inclusief Hindostanen de belangrijkste partij. Tanja Jadnanansing alleen al heeft in 2010 bijna 10.000 stemmen behaald en in 2012 bijna 32.000 (57% van de stemgerechtigden als we van 55.750 Hindostaanse stemgerechtigden uitgaan), meer dan Sylvana Simons in 2017. De stemmen van de andere Hindostaanse kandidaten hebben we niet erbij geteld.

Tania Jadnanansing 2012 31.655 57%
Tania Jadnanansing 2010 9.983 18%

Maar met de opkomst van extreem rechts en het meewaaien van linkse partijen naar rechts, namen de partijen inclusief PvdA een nieuwe strategie aan: wel Hindostanen en Afro-Surinamers op de kieslijst, maar geen van hen op een verkiesbare plek. Het idee was dat Hindostanen toch wel zouden stemmen op Hindostanen in hun partij en een verandering van bewustzijn onmogelijk zou zijn.

Laten we nu naar de cijfers kijken om na te gaan in hoeverre deze aannames stand houden.

In 2012 presenteerde Shashi Roopram zijn “onderzoek”, dat door Sandew Hira is besproken in een column voor Starnieuws.  In 2017 was er geen nieuw onderzoek. Niemand heeft geregistreerd wat Hindostanen hebben gestemd, dus heb je geen enkele basis om te zeggen dat Hindostanen massaal op de PVV hebben gestemd of op welke andere partij dan ook. Dus moet je naar andere bronnen kijken om een indicatie te krijgen van het stemgedrag van Hindostanen.

Laten we kijken naar de gegevens die we wel hebben. Er wonen ongeveer 350.000 Surinamers in Nederland. Volgens de volkstelling van 2012 bestond de Surinaamse bevolking voor 27,4% uit Hindostanen. Maar de meeste Surinamers waren in de periode 1970-1990 naar Nederland gekomen. Deze verhoudingen geven een vertekend beeld omdat later meer etnische groepen zijn gekomen. Laten we ervan uitgaan dat het aandeel van Hindostanen in de Surinaamse bevolking in Nederland 25% is. Dat betekent dat er 87.500 Hindostanen in Nederland zouden zijn. Het aandeel van de kiesgerechtigde op basis van de leeftijdsindeling van CBS schatten wij op 20% (de CBS-indeling is gebaseerd op een vijfjaarlijkse periode en van 0-20 jaar is het aandeel 22%.) Dat betekent dat 80% kiesgerechtigd was, oftewel 71.750.

De officiële opkomstpercentage was 82%. Als we die hanteren dan betekent dat, dat 55.750 Hindostanen hebben gestemd.

Surinamers in Ned 350.000 Aandeel
Aandeel Hindostanen 87.500 25%
Kiesgerechtigd 71.750 82%
Opkomst 55.750

Waar zijn die stemmen naartoe gegaan? Welke gegevens hebben we hierover? We maken een inventarisatie van de Hindostaanse kandidaten en kijken hoeveel stemmen ze hebben gehad. Er waren negen Hindostaanse kandidaten. In totaal hebben ze 6.459 stemmen behaald.

Partij Kandidaat Tot Aandeel
1.      PvdA R. Moti 2.955 45,8%
2.      PvdA R. Roopram 2.624 40,6%
3.      Nieuwe Wegen R. Durgaram 18 0,3%
4.      D’66 M. Ramlal 174 2,7%
5.      Forum voor Democratie Y. Ramautarsing 97 1,5%
6.      PVV N. Choenni 53 0,8%
7.      VNL S. Chandarsing 8 0,1%
8.      VVD I. Korting 337 5,2%
9.      CDA R. Ramcharan 193 3,0%
Totaal 6.459 100,0%

Bron: Proces-verbaal bekendmaking uitslag Tweede Kamerverkiezing 21-03-2017 van de  kiesraad

De kiesdeler was 70.107 stemmen. De Hindostaanse kandidaten hebben samen dus slechts 9,2% van de kiesdeler behaald. N. Choenni van de PVV heeft minder dan één procent van de Hindostaanse stemmen gehad. Alle verhalen over hoe groot de aantrekkingskracht van de PVV op Hindostanen is wordt hierdoor alleen al ontkracht! Als die aantrekkingskracht zo groot was, waarom heeft Choennie dan niet veel meer stemmen behaald dan de andere Hindostaanse kandidaten? Het is mogelijk dat Hindostaanse kandidaten op niet-Hindostanen hebben gestemd, maar niemand kan bewijzen dat het voornamelijk om één niet-Hindostaanse kandidaat gaat, namelijk Wilders. De cijfers die we hebben indiceren dat de PVV niet veel stemmen heeft getrokken onder Hindostanen. Wie het tegendeel beweert, moet met bewijzen komen.

Er zijn 55.750 Hindostaanse stemgerechtigden. De Hindostaanse kandidaten hebben 6.459 stemmen behaald.

Hindostaanse stemgerechtigden 55.750
Hindostaanse kandidaten 6.459
Rest stemmen 49.291

Waar is de rest van de 50.000 stemmen naar toe gegaan? Die vraag kan je voor alle andere migrantengemeenschappen stellen. Waar zijn de stemmen van de PvdA naartoe gegaan? Naar allerlei partijen. En voor mensen van kleur geldt dat er nu een partij is DENK, die zich expliciet richt op gemeenschappen van kleur en een appel heeft gedaan op de gelijkwaardigheid van hun identiteit en het verbeteren van hun sociale positie.

Het dramatische verlies van de PvdA is weerspiegeld in de Hindostaanse gemeenschap, van minimaal 32.000 naar 6.000. Hindostanen hebben gestemd net als alle andere gemeenschappen van kleur. Ze hebben de PvdA verlaten en zijn naar andere partijen gegaan. Het is denkbaar dat DENK de moslimstemmen uit de Hindostaanse gemeenschap heeft getrokken. Het aandeel van moslims in de Hindostaanse bevolking in Suriname in 2012 was 13%, dat zou 6.311 stemmen zijn op basis van de hierboven genoemde aantal stemgerechtigden.

De cijfers indiceren dat Hindostanen geen exceptioneel stemgedrag vertonen, en zeker niet een stemgedrag dat hen naar de PVV trekt. Sterker nog, de Hindostaanse gemeenschap volgt de trend die in andere gemeenschappen van kleur lijkt te zijn gezet. Maar DENK heeft laten zien dat het niet gaat om of je mensen van kleur in de Tweede Kamer krijgt – die hebben we met regelmaat gehad – maar wat die mensen daar gaan doen voor hun achterban. Te vaak is gebleken dat de sentimenten van identiteit zijn misbruikt om carrière te maken die gekoppeld is aan de agenda van het witte establishment.

Het maatschappelijk bewustzijn in de Hindostaanse gemeenschap over institutioneel racisme groeit. Hindostanen leveren een bijdrage aan die discussie op tal van manieren. Activisme dat vroeger afwezig was, zoals dat ook het geval was in de moslim en Afro-gemeenschap, steekt ook in de Hindostaanse gemeenschap de kop op. De campagnes Holi is geen Houseparty, die strijdt tegen culturele kaping van Holi, en Tetary Moet Opstaan, gericht op realiseren van een borstbeeld van de Hindostaanse verzetsstrijder Janey Tetary, zijn hier voorbeelden van. Hindostanen door heel het land hebben zich zowel online als offline ingezet om een gelijkwaardige plek voor hun identiteit en cultuur te eisen in Nederland.

Voor de toekomst betekent dit dat er meer dan ooit kansen liggen om activisten van de Hindostaanse gemeenschap te verbinden met activisten uit andere gemeenschappen van kleur. Onze uitdaging is om niet zomaar te pleiten voor meer kleur in de kamer, maar voor kleur die het verschil kan maken.

Hoe bouw je eenheid te midden van verdeeldheid?

Sandew Hira
7 april 2017

Emoties

We zijn nu ruim drie weken verder na de verkiezingen van 15 maart. DENK heeft drie zetels behaald. Artikel 1 een halve. Aan de ene kant is er in de verschillende gemeenschappen enorme vreugde over winst van DENK. Aan de andere kant is er verdriet over het verlies van Artikel 1.

Tijdens de verkiezingen hebben activisten die vroeger met elkaar streden in de verkiezingscampagne soms tegenover elkaar gestaan. Kies je voor DENK of Artikel 1. Je kunt niet op beide stemmen. Je moet kiezen. Die keuzen gaan gepaard met emotie, met passie. Hoe voorkomen we dat die emoties leiden tot verdere verdeeldheid in de gemeenschappen van kleur? Hoe bouw je eenheid te midden van verdeeldheid? Dat is het onderwerp van deze bijdrage.

Wat is eenheid?

Eenheid heeft drie dimensies:

  1. Een ideologische: eenheid van denken en analyse.
  2. Een praktische: eenheid in handelen.
  3. Een organisatorische: eenheid in organisatie.

1. Eenheid in denken en analyse

Eenheid begint in de eerste dimensie: eenheid van denken en analyse. In oude communistische beweging had Lenin het principe ingevoerd van democratisch centralisme om eenheid van denken en handelen te bevorderen. Dat principe hield in dat binnen de communistische iedereen vrij was om kritiek te uiten op voorstellen die vanuit de partijleiding werden gedaan. Als een partijcongres eenmaal een besluit had genomen, dan moeten de leden die tegen dat besluit waren naar buiten toe hun eigen mening achterwege laten en het standpunt van de partij verkondigen, ook al waren ze het er niet mee eens.

Het heeft ten dele gewerkt. De Russische revolutie is mogelijk gemaakt door een partij die dit principe heeft gehanteerd. De Cubaanse revolutie is niet door een communistische partij gerealiseerd. Er zijn dus ook andere modellen die tot succes kunnen leiden.

Het principe van democratische centralisme is door Stalin gebruikt om alle oppositie monddood en letterlijk dood te maken. In het tijdperk van sociale media waar iedereen zijn of haar mening kan verkondigen en grote groepen kan bereiken is het principe van democratisch centralisme al niet meer hanteerbaar.

De vraag die we ons stellen bij eenheid van denken en analyse is: is het wel wenselijk dat er eenheid is in denken en analyse? Op het eerste gezicht zul je zeggen: natuurlijk. Als we eenheid hebben in denken en analyse, dan wordt het gemakkelijker om eenheid te hebben in handelen en organisatie. Daar zit wat in. Maar een verscheidenheid in denken en analyse kan ook heel positief zijn voor sociale bewegingen. De constante discussie en debat kan zorgen voor nieuwe inzichten. Daarom moeten we eenheid van denken niet als een absoluut doel beschouwen, maar als een proces dat zich vormt op basis van gemeenschappelijke ervaringen en democratische discussies.

Eenheid van denken komt voort uit gemeenschappelijke ervaringen. De gemeenschappelijke ervaringen van racisme, islamofobie, beledigingen, achterstelling en onrecht leiden tot een gemeenschappelijke conclusie: er is racisme en islamofobie en daar moet wat aan gedaan worden.

Als je eenheid van denken en analyse hebt, dan betekent dat niet dat je ook eenheid in handelen en organisatie zal hebben. Soms kunnen andere factoren dat verhinderen, zoals persoonlijke ambities of corruptie.

In sociale bewegingen zijn de enige democratische instrumenten die we hebben om eenheid van denken en analyse te bevorderen de gemeenschappelijke ervaring en democratische discussie.

De gemeenschappelijke ervaring betekent dat activisten elkaar moeten opzoeken en de discussie met elkaar moeten aangaan. Pogingen om te verhinderen dat mensen in gesprek gaan met elkaar omdat ze een andere mening hebben zijn in feite pogingen om de eenheid van denken en analyse te saboteren. Bij sommige groepen bestaat een neiging om alleen het gesprek aan te gaan met gelijkgezinde activisten en het debat met andere activisten te vermijden. Daarmee dragen ze bij aan verdeel-en-heers.

Het organiseren van debatten en discussies met activisten van verschillende theoretische stromingen bouwt eenheid van denken en analyse op, omdat het begint met de gemeenschappelijk ervaring om met elkaar te zijn in één ruimte en op een normale manier meningsverschillen te kunnen bespreken. Daardoor wordt een sfeer geschapen waardoor je naar elkaar kunt luisteren en tot je kunt laten doordringen wat er gezegd is.

2. Eenheid in handelen

Eenheid in handelen kan ontstaan als je eenheid hebt in denken en analyse. Vanuit een gemeenschappelijke analyse kun je vervolgens handelingen plannen: een demonstratie, een mobilisatie en allerlei andere handelingen die kunnen voortvloeien uit je analyse. Maar soms kun je eenheid in handelen krijgen hoewel je verschillen hebt in analyse. Je bent het met elkaar eens op een paar punten, maar niet op andere. Die paar punten kunnen genoeg zijn om samen op te treden, hoewel je op andere punten het niet met elkaar eens bent. Soms werk je mee aan een actie, hoewel je het er niet mee eens bent, maar je hebt eenmaal een stuk samen opgetrokken en vanwege solidariteit ga je verder, of vanwege het gevoel dat je wilt dat de praktijk moet uitmaken wat wel of niet juist is.

3. Eenheid in organisatie

Eenheid in organisatie betekent dat je een gezamenlijke organisatiestructuur hebt. Die kan heel los zijn (regelmatig formeel of informeel overleg) of heel strak: lidmaatschap, organisatieprocedures, functies etc. Er zijn tal van organisaties, grote en kleine. Iedereen heeft zijn of haar eigen netwerken en structuren. Dat is ook niet erg. De vorm van organisatorische eenheid zal afhangen van de fase waarin de sociale strijd zich bevindt. Zowel DENK als Artikel 1 hebben bijgedragen aan organisatievorming van de gemeenschappen van kleur. De aanwezigheid van DENK in de Tweede Kamer is een enorme kracht voor de gemeenschappen van kleur, ook voor de zwarte gemeenschap.

Een klimaat van eenheid

Eenheid bouwen in een situatie van verdeeldheid is geen eenvoudige taak. Maar als het inzicht is in wat eenheid is, dan wordt het ook gemakkelijker om te begrijpen dat de eerste taak om verdeeldheid te boven te komen is dat activisten elkaar weer gewoon opzoeken in plaats van elkaar als vijanden te zien. En opzoeken betekent gewoon met elkaar praten, elkaars keuzen respecteren en leren dat passie en emotie goed zijn om je keuzen te bepleiten, maar dat dat goed kan samengaan met respect en waardigheid

Afro Surinamers hebben Syvana Simons NIET laten vallen – Witte Nederlanders hebben haar laten stikken

Sandew Hira, 17-3-2017

Inleiding

Naar aanleiding van de mislukking van Artikel 1 om een zetel te halen bij de Tweede Kamer verkiezingen zijn er in de Afro-Surinaamse gemeenschap geluiden te horen die de eigen gemeenschap neerhalen: zwarte mensen hebben hun eigen mensen laten vallen. Ze zijn nog niet zover in hun bewustzijn en lopen achter.

De feiten tonen het tegendeel. Zwarte mensen hebben Sylvana Simons massaal gesteund. Het is de witte gemeenschap die haar heeft laten vallen. Dit zal ik stap voor stap laten zien.

De potentiële achterban van Simons

Simons heeft een beroep gedaan op de Afro-Surinaamse identiteit vanwege haar eigen achtergrond. Laten we kijken hoe groot haar potentiële achterban is.

Volgens de cijfers van het CBS waren eind 2016 350.000 Surinamers. Volgens de bevolkingstelling van 2012 was het aandeel van “Creolen” in de Surinaamse bevolking in Suriname 15,7% en het aandeel van Marrons 21,7%. In totaal is het aandeel van Afro-Surinamers 37,4%. Maar de meeste Surinamers waren in de periode 1970-1990 naar Nederland gekomen. Deze verhoudingen geven een vertekend beeld. Laten we ervan uitgaan dat het aandeel van Afro-Surinamers in de Surinaamse bevolking in Nederland 30%. Dat betekent dat er 140.000 Afro-Surinamers in Nederland zijn.

Het aandeel van de kiesgerechtigde op basis van de leeftijdsindeling van CBS schat ik op 20% (de CBS-indeling is gebaseerd op een vijfjaarlijkse periode en van 0-20 jaar is het aandeel 22%.) Dat betekent dat 80% kiesgerechtigd was, oftewel 84.000. Bij een opkomstpercentage voor 2017 van 78% betekent dit dat ruim 65.000 Afro-Surinamers hebben gestemd. Artikel in heeft 30.000 stemmen behaald. Dat wil zeggen dat van de 19 Afro-Surinaamse kandidaten de partij van Sylvana Simons bijna de helft van de stemmen heeft gehaald. Hoe kun je dan zeggen dat de Afro-gemeenschap hun eigen mensen hebben laten vallen?

 

Surinamers in Ned 350.000 Aandeel
Aandeel Afro 105.000 30%
Kiesgerechtigd 84.000 80%
Opkomst 65.268 78%
Stemmen Artikel 1 30.258 46%

 

We moeten nog afwachten hoeveel stemmen de andere Afro-Surinaamse kandidaten getrokken hebben. De kiesdeler was 67.240 stemmen. Dus als alle Afro-Surinamers op één kandidaat hadden gestemd, dan had die kandidaat nog geen zetel gehaald omdat hij of zij 2000 stemmen tekort zou hebben.

Het is dus absoluut niet waar dat Afro-Surinamers hun eigen mensen hebben laten stikken. Integendeel.

Het verraad van de witte gemeenschap

De toetreding van Simons tot DENK was een symbool van de eenheid van moslims en de zwarte gemeenschap. Dat werd door de witte machtscentra als de meest gevaarlijke combinatie gezien. Bovendien werd DENK sowieso gezien als een uitdrukking van gekleurde assertiviteit omdat ze durfde de macht uit te dagen in het parlement en daarbuiten. Het verwijt van polarisatie was daarom altijd gericht tegen DENK, niet tegen de PVV of andere rechtse partijen.

Toen Simons besloot om de gekleurde eenheid te breken met het argument dat ze tegen polarisatie is, kon ze onmogelijk dezelfde lijn als DENK volgen maar dan vanuit de zwarte gemeenschap. Het verwijt van polarisatie zou ze dan direct op haar terugslaan. Dus moest ze op de toer gaan van eenheid met witte mensen. Artikel 1 is er voor iedereen, niet alleen voor gekleurde mensen, maar ook voor witte mensen, met name witte vrouwen en de witte LGTB-gemeenschap.

Anja Meulenbelt had haar zin gekregen. In NRC van 16-3-2017 zegt ze dat ze wel op Simons wilde stemmen maar niet op DENK: “Het zat in het conservatisme. Als je kijkt naar de eerste drie die de lijst aanvoeren – drie Turks-Nederlandse mannen – dan zie je ook wel waar hun hart echt ligt.” Haar racisme kan geen onderscheid maken tussen Turken en Marokkanen (Farid Azarkan is een Marokkaan). Al die moslims. Het is allemaal één pot nat voor haar. Ze zijn allemaal Turken.

Simons hoopte met de belofte van Meulenbelt de progressieve witte vrouwen aan te spreken en met witte homo’s de witte LGTB-gemeenschap. Maar die hebben verraad gepleegd en hebben hun belofte niet waargemaakt. De witte gemeenschap heeft haar als een baksteen laten vallen.

Mental slavery in de zwarte gemeenschap

Je zou denken dat deze conclusie simpel en evident is voor iedere kritische activist. Maar zo simpel is het niet. Het zaad van verdeeldheid die Simons gezaaid heeft met haar uittreding uit DENK heeft wortel geschoten onder sommige zwarte activisten. In plaats van dat ze hun begrijpelijke frustratie over het verlies van Simons richten op de witte gemeenschap die hen heeft laten vallen met de belofte dat de verbreking van de eenheid van mensen van kleur beloond zou worden met steun vanuit de witte gemeenschap, richten ze hun pijlen op DENK.

Bij de aanhangers van DENK heerst naast vreugde over de overwinning, ook frustratie over hoe die overwinning eruit had kunnen zien als Simons was gebleven. Als de verbreking van de eenheid van mensen van kleur had geleid tot een zetel voor Artikel 1, dan had je misschien nog de hoop dat de eenheid in de Tweede Kamer tot stand zou kunnen komen in de praktijk van het parlementaire werk. Maar nu zijn er zwarte activisten die hun frustratie richten op DENK met argumenten die direct uit het witte draaiboek van verdeel-en-heers komen:

  • DENK is niet geïnteresseerd in zwarte mensen. In het verleden hebben Afro-Surinamers in de Tweede Kamer gezeten. John Leerdam is degene die vaak een grote mond had. Maar nooit heeft hij de radicale steun die DENK uitsprak in de Tweede Kamer aan de zwarte gemeenschap geëvenaard, omdat hij aan de leiband van de PvdA liep. In de Tweede Kamer heeft DENK Zwarte Piet bekritiseerd en 1 juli herdenking gesteund. DENK is radicaler in haar partijprogramma dan Artikel 1. Ze pleit voor herstelbetalingen! Dus feitelijk klopt dit argument niet en toch wordt het gebruikt door sommige zwarte activisten.
  • Plotseling wordt de politiek van Erdogan onderdeel van de beoordeling van DENK. Nooit hebben zwarte en wit linkse activisten wakker gelegen van de Armeense kwestie of het Koerdische vraagstuk. Nu zijn plotseling deze kwesties een onderdeel van de beoordeling van DENK. Waarom zijn deze kwesties van belang voor de beoordeling van DENK?
  • Van Afro-Surinaamse activisten en wit-linkse die internationale vraagstukken aan de orde willen stellen, zou je mogen verwachten dat hun eerste aandacht zou moeten liggen op het Nederands kolonialisme. In Suriname is er een dekolonisatiestrijd aan de gang. Nederland heeft in Suriname een oorlog gesteund en gefinancierd die aan 450 Surinamers het leven heeft gekost. Waarom hebben deze activisten zich nooit druk gemaakt om die mensen? Hoe komt het dat de Armeense of Koeridische kwestie belangrijker is geworden dat de dekolonisatie van de Nederlandse koloniën?

De nederlaag van Artikel 1 heeft een psychologisch effect van demoralisatie en frustratie. Dat is begrijpelijk. Het zal tijd kosten om hiervan te herstellen. Dat effect is des te groter vanwege mental slavery in de vorm van de weigering om te erkennen dat witte macht werkt via verdeel-en-heers van de gekleurde gemeenschap en de weigering om te erkennen dat Artikel 1 en Sylvana Simons daartoe hebben bijgedragen.

Hoe herstellen we de breuk?

Nu zitten we met de gebakken peren. Voorlopig zal iedereen zijn of haar eigen weg gaan totdat de witte macht ons dwingt om elkaar weer op te zoeken in de strijd. Het is te hopen dat in zowel de zwarte als de moslimgemeenschap er activisten zijn die kunnen uitstijgen boven de emoties van vandaag en kijken naar de lange termijn. In Nederland en in de buitenlandse pers heerst er euforie over het feit dat de PVV niet de grootste partij is geworden. Maar dat is de witte perceptie van de grauwe werkelijkheid dat de grote winnaar in deze verkiezingen rechts is geweest. De PVV is gegroeid. De VVD is geen linkse partij, en ook niet gematigd rechts. Dat heeft ze bewezen door de Turkije crisis die ze kunstmatig geschapen heeft. Ze is bereid om heel ver te gaan als het nodig is. Het Europese Hof van Justitie heeft een uitspraak gedaan met verstrekkende gevolgen: moslimvrouwen kunnen hun baan verliezen als ze een hoofddoek dragen.

We zitten in moeilijke tijden. We hebben niet de luxe om onze frustratie de overhand te laten krijgen en elkaar te bestrijden. Het zal niet gemakkelijk zijn om de negatieve gevoelens te boven te komen, maar voor de toekomst van onze kinderen moeten activisten uit de verschillende gemeenschappen van kleur elkaar opzoeken, hun meningsverschillen bespreken en een basis te vinden om weer samen op te trekken. Dat zijn we verplicht aan onszelf en onze kinderen en kindskinderen.

 

Analyse uitslag verkiezingen Tweede Kamer 2017

Sandew Hira, 16-3-2017

De uitslag

Het is voorbij. De uitslag is binnen voor 366 van de 388 gemeenten. Er zijn 12.980.788 kiesgerechtigden. Bij een opkomst van 77,7% betekent dat 10.086.072 uitgebrachte stemmen. Voor 150 zetels betekent dat een kiesdeler van 67.240. Die kiesdeler zal alleen maar omhoog gaan als alle stemmen zijn geteld.

Hier zijn de uitslagen (bron: www.nu.nl)

Partij % Stemmen 2017 2012
VVD 21,30% 2.148.333 33 41
PVV 13,10% 1.321.275 20 15
CDA 12,40% 1.250.673 19 13
D66 12,10% 1.220.415 19 12
SP 9,10% 917.833 14 15
Groen Links 9,00% 907.747 14 4
PvdA 5,70% 574.906 9 38
Christen Unie 3,40% 342.926 5 5
Partij van de Dieren 3,20% 322.754 5 2
50Plus 3,10% 312.668 4 2
SGP 2,10% 211.808 3 3
DENK 2,10% 211.808 3 0
Forum voor Democratie 1,80% 181.549 2 0
Artikel 1 0,30% 30.258 0 0

DENK heeft 3 zetels. Op basis van de kiesdeler had ze 201.721 stemmen nodig. Ze had 211.808, dus 10.086 meer dan nodig is.

Artikel 1 heeft 30.258 stemmen, dat is 45% van de kiesdeler, dus niet eens de helft van de kiesdeler. Als deze stemmen bij DENK worden opgeteld, dan zou je uitkomen op 242.066 (3,6 zetels), dus afgerond 4 zetels. Als Sylvana Simons bij DENK was gebleven was ze op basis van deze uitslag in de Tweede Kamer gekomen.

Analyse

De opkomst van extreem-rechts

We laten de opkomst van Pim Fortuyn buiten beschouwing en focussen ons op de PVV. De PVV is in 2004 ontstaat toen Geert Wilders uit de VVD stapte naar aanleiding van de discussie over de Turkse toetreding tot de EU en een éénmansfractie vormde. In 2006 nam hij deel aan de verkiezingen onder de naam Partij voor de Vrijheid PVV. Hij haalde 9 zetels in 2006, 24 in 2010, 15 in 2012 en 20 in 2017.

Ze schommelen dus rond de miljoen kiesgerechtigde aanhangers. In tien jaar tijd is hun extreem-rechtse propaganda goed geworteld in de Nederlandse samenleving.

En die invloed doet zich gelden bij de andere partijen. De VVD heeft kans gezien om met de Turkije-crisis die ze gecreëerd heeft de verkiezingen te winnen. En moslims hebben daarvoor de prijs betaald met een toegenomen islamofobie die door alle partijen gesteund werd in deze crisis. Artikel 1 heeft zich stil gehouden tijdens deze crisis.

Mensen denken misschien dat omdat de PVV niet de grootste partij is, het allemaal wel meevalt. Deze cijfers tonen aan dat een klimaat is geschapen door de opkomst van de PVV waar racisme en islamofobie geïnstitutionaliseerd is in de politiek en niet alleen bij de PVV.

Het effect van Sylvana Simons

DENK heeft het heel erg goed gedaan. Aanvankelijk kwam ze niet eens voor in de peiling. Daarna bleef ze in de meeste peilingen op 2 zetels. Haar radikale anti-racistische opstelling in de Tweede Kamer en de durf om de confrontatie aan te gaan met de politieke macht heeft Kuzu en Özturk niet alleen in de Turkse gemeenschap, maar in alle gemeenschappen van kleur respect en waardering opgeleverd. De toetreding van Sylvana Simons heeft de partij een enorme boost gegeven. Als Simons was gebleven, dan was de kans groot dat DENK zelfs meer dan 4 zetels zou hebben gehad, omdat de uitstraling van de eenheid van gemeenschappen van kleur een groot effect zou hebben gehad in alle gemeenschappen van kleur.

De uittreding van Simons heeft DENK minimaal één zetel gekost, maar Artikel 1 geen zetel opgeleverd. Dat is het trieste resultaat van een politieke van verdeeldheid van gekleurde mensen. Als Artikel 1 in de Tweede Kamer was gekomen, dan hadden we ten minste nog het gevoel dat de zwarte en moslimsgemeenschap alsnog samen zouden optreden tegen racisme en islamofobie.

Wie is verantwoordelijk voor deze enorme fout? De direct verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij Sylvana Simons. Maar ooit zal duidelijk worden wie achter de coulissen bezig zijn geweest om de eenheid van de gemeenschappen van kleur te verbreken.

Strategische vraagstukken

De verkiezingsuitslag heeft ook een aantal zeepbellen opgeblazen. Activisten in de gemeenschappen van kleur zouden zich hierover diep moeten bezinnen.

De eerste zeepbel betreft de theoretische basis van Artikel 1. De strategie van DENK is gebaseerd op de empowerment van de gemeenschappen van kleur met als doel ze te verenigen tot één gebundelde kracht tegen racisme. Er moet een focus zijn en dat is institutioneel racisme en islamofobie. Artikel 1 is gebaseerd op de theorie van intersectionaliteit, die geen focus legt op institutioneel racisme maar alles met elkaar wil verbinden, met name de verbinding met witte mensen. Die theorie heeft tot deze nederlaag geleid, omdat het gebrek aan focus demobiliserend heeft gewerkt in de gemeenschappen van kleur. Artikel 1 moest het vooral hebben van de Afro-gemeenschap. De witte vrouwen en witte LGTB-gemeenschap heeft haar flink in te steek gelaten. Anja Meulenbelt, die werd opgevoerd als een powervrouw die de witte gemeenschap achter Artikel 1 zou krijgen, bleek weinig te kunnen uitrichten. Gloria Wekker, die ook opgevoerd werd als aan stemmenkanon die de LGTB-gemeenschap zou trekken, heeft weinig impact gehad.

De tweede zeepbel betreft de rol van de Afro gemeenschap als avant garde in de strijd tegen institutioneel racisme. In de strijd tegen Zwarte Piet heeft de Afro-gemeenschap een belangrijke rol gespeeld als voorhoede in de strijd tegen racisme met de inspiratie van het radikalisme van Malcolm X. In die strijd zijn verbindingen gelegd met de moslimgemeenschap en heeft DENK in de Tweede Kamer de stem van de Afro-gemeenschap vertolkt door haar eisen rond slavernijverleden en Zwarte Piet in het centrum van de macht te brengen. Sylvana Simons werd het politieke symbool van deze beweging. Haar toetreding tot DENK was een uitdrukking van die voorhoederol van de Afro-gemeenschap in de strijd tegen institutioneel racisme.

Die voorhoederol zou nog stand kunnen houden als Artikel 1 in de Tweede Kamer was gekomen. Maar de mislukking van deze strategie zou activisten uit de Afro-gemeenschap moeten laten bezinnen op de vraag wat hun rol en betekenis zal zijn in de strijd tegen institutioneel racisme in de toekomst. Zullen ze opnieuw de verbinding zoeken met andere gemeenschappen van kleur of zullen ze blijven steken in het zoeken van verbindingen met witte vrouwen en de witte LGTB-gemeenschap? De toekomst zal het leren.

 

Prof. C.K. Raju geeft twee lezingen in Nederland

Prof. C.K. Raju is een vooraanstaande dekoloniale denker op het gebied van de natuurwetenschappen en de geschiedenis van de wetenschap. Raju is op uitnodiging van het Sarnámihuis en IISR in Nederland.

Woensdag 22 maart Den Haag 19.30 uur

India is een nieuwe grootmacht in ontwikkeling. De verbindingen tussen Nederland en India vinden plaats op economisch en cultureel gebied. De Surinaams-Hindostaanse gemeenschap is daar amper bij betrokken. Het zijn vooral de Indiërs.

Het Sarnámihuis en Stichting Hum Log hebben  Prof. C.K. Raju uitgenodigd om een lezing te houden over de bijdrage van de Indiase beschaving aan wetenschap, filosofie en cultuur. Raju is een wiskundige, filosoof en natuurwetenschapper. Hij is verbonden aan het Centre for Studies in Civilizations in New Delhi.

Adres:  Ferrandweg 4T, 2523 XT Den Haag

Tijd: 19.30-21.30 (inloop 19.00)

Entree: gratis

Aanmelding: https://www.sarnamihuis.nl/aanmelding-lezing-prof-c-k-raju-22-maart-2017/

Donderdag 23 maart Amsterdam 19.30 uur

Decolonizing Science & mathemathics

Why do we learn that science is primarily a Western thing?
What is of the origin of the natural sciences and mathematics as we know it today?
What are the historical contributions of for instance the Indians and Egyptians?
What is the value of a better understanding of the history of science? Is it useful to know who contributed what?

in his presentation prof. Raju will address these questions and speak both about science generally and mathematics in particular (keeping in mind there are non-mathematicians in the audience).

C.K.Raju is an Indian mathematician who is in the forefront of the struggle to decolonize mathematics. He was a key contributor to the first Indian supercomputer, PARAM (1988–91). Raju (https://en.wikipedia.org/wiki/C._K._Raju en http://ckraju.net/) has lectured at major universities across the world.

Join us for an insightful lecture and a lively discussion!

Entrance is free.
No registration required. The event is open to everyone who is interested.

This event is orgenized by and a collaboration between:
Critical Collective
New Urban Collective
University of Colour

Venue: Roeters Eiland campus UvA,
Lecture hall: REC C0.01,
Address: Roeterseiland
Date: Thursday, 23 March
Time: 19.30-21.30 (Doors open at 19.00).

Aanmelding: https://www.facebook.com/events/185331018625295/